Zorg dat vluchtelingen goed terechtkomen in Rotterdam

Actief integreren van vluchtelingen is goed voor alle Rotterdammers, zegt Richard Staring

In Rotterdam slaapt niemand op straat. Dit idee was zeker van toepassing op 17 september 2015 toen Rotterdam gevraagd werd noodopvang te regelen voor 213 Syrische vluchtelingen. De gevraagde noodopvang was zó geregeld in de sporthal van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Waarom riskeert een deel van de vluchtelingen hun leven en dat van hun kinderen door een gevaarlijke oversteek te maken naar Europa? En hoe gaan we om met deze nieuwkomers in Rotterdam?

Het label vluchteling ligt onder de Syriërs zelf niet goed. „We zijn veel meer dan alleen vluchteling, deze term maakt ons afhankelijk terwijl we juist een sterk volk zijn.” Het beeld van de zielige en kwetsbare vluchteling krijgt een andere invulling wanneer mensen op eigen kracht op allerlei manieren hun best doen om het hoofd boven water te houden. Een deel blijft in Turkije of pendelt heen en weer naar Syrië. En een deel vertrekt naar Europa want „wat heb je aan veiligheid als je geen enkel toekomstperspectief hebt”. Zo gaat deze groep via allerlei routes naar Europa en belandt in de noodopvang en in asielzoekerscentra, waar zij wachten op een statushouderschap.

Er kunnen veel redenen zijn waarom migranten niet goed integreren, stelde onderzoekers van de Chicago School of Sociology vast. Neem de marginalen, zij die zich vestigen, erg hun best doen om te slagen in de samenleving, wat niet lukt. Omdat de ontvangende samenleving niet meewerkt. Of de migrant die een klus wil klaren en daarna terug wil naar zijn herkomstland, dus zich niet aanpast, maar die toch blijft. Migratieonderzoekers van de Erasmus Universiteit hebben laten zien, en publiekelijk geuit, dat het belangrijk is de integratie van nieuwkomers zo snel mogelijk op gang te brengen. En dat zowel de migrant als de samenleving daarin moet investeren.

Hoe sluit het Rotterdamse beleid aan bij deze bevindingen? Het Rotterdamse beleid, zo is dit terug te lezen in de Beleidsregel ‘Volwaardig meedoen in Rotterdam 2016-2018’, laat zien dat nieuwkomers zo snel mogelijk ondergedompeld moeten worden in de Rotterdamse samenleving en aan de slag moeten gaan met taal, het zoeken van (vrijwilligers)werk en het leren kennen van de buurt en stad.

Een (lokale) overheid die zich actief bemoeit met het integratieproces van de huidige nieuwkomers vormt weliswaar geen garantie, maar is wel een voorwaarde voor een samenleving waarin iedereen zich thuis en welkom voelt. Alle Rotterdammers zijn gebaat bij een realistische overheid die zich niet alleen nu, maar ook in de toekomst actief blijft opstellen bij de incorporatie van statushouders en andere nieuwkomers.