The Guardian verwijdert verzonnen verhalen

Freelancer zou citaten en gesprekken hebben verzonnen. Hij ontkent. „Ik heb aantekeningen niet bewaard of ze zijn verdwenen.”

foto AFP

Een journalist die verhalen verzint, het treft – na eerder onder meer The New York Times, het tijdschrift New Republic en Trouw – nu ook de Britse krant The Guardian. Donderdag maakte hoofdredacteur Katherine Viner bekend dat een freelancer citaten en geïnterviewden heeft verzonnen.

Twaalf nieuwsverhalen en één opiniestuk van de hand van Joseph Mayton, die sinds 2009 voor The Guardian schreef, zijn van de website verwijderd. Andere artikelen zijn aangepast, de informatie die niet kon worden geverifieerd is verwijderd, en voetnoten geplaatst wanneer dat is gebeurd.

„We koesteren het vertrouwen van onze lezers die ervan uit gaan dat we hen voorzien van een nauwkeurig en levendig verslag van de wereld. Daarom hebben we onmiddellijk gehandeld toen bronnen zeiden dat ze de schrijver van het stuk waarin ze werden geciteerd, niet hadden gesproken”, schrijft hoofdredacteur Viner in een verklaring op de website van The Guardian.

Onafhankelijk onderzoek

Mayton was volgens haar „niet in staat overtuigend bewijs” te leveren dat de interviews hadden plaatsgevonden, waarop de krant een onafhankelijke onderzoeker ook al zijn eerdere werk liet controleren. De Amerikaanse journalist – die eerst vanuit Egypte voor de krant werkte, later vanuit Californië – schreef 37 artikelen onder eigen naam, zeven samen met een collega en twintig opiniestukken.

Mayton ontkent citaten en bronnen te hebben verzonnen. Hij noemt de beschuldiging op Twitter „een aanval op freelancers die dagelijks worstelen voor een verhaal, en daarbij vaak met mensen ter plaatste praten, wat redacteuren in vaste dienst niet doen.

„Een aantal interviews vonden tijdens demonstraties of op straat plaats. Ik heb mijn aantekeningen niet meer, omdat ik ze niet bewaarde of omdat ze zijn verdwenen. Dat was mijn fout en mijn verantwoordelijkheid. Maar als The Guardian er eerder om had gevraagd, of om meer informatie had gevraagd toen de artikelen werden gepubliceerd (of daarvoor), had ik die kunnen geven.”

Hij waarschuwt freelancers „alle contactgegevens, telefoonnummers en e-mails van iedereen die je spreekt, zelfs bij een demonstratie of een openbaar evenement, te vragen, en alles vast te leggen.”

The Guardian bekijkt onderwijl hoe „gepaste zorgvuldigheid in de relatie met regelmatige medewerkers” kan worden verbeterd. „We moeten meer weten van de freelancers met wie we werken voor ze regelmatig voor ons gaan schrijven. Dit zijn vaak mensen die we niet hebben ontmoet, maar we vertrouwen erop dat het werk dat ze aanleveren klopt.”

Op de vraag hoe dit kon gebeuren, antwoordt Viner dat de krant „ieder jaar duizenden ideeën van freelancers krijgt”. Net zoals andere nieuwsorganisaties is ook The Guardian steeds meer afhankelijk van freelancers bij het leveren van inhoud voor de krant (oplage 164.630) en de Britse, Amerikaanse en Australische edities van de website, die een van de best bezochte Engelstalige krantensites ter wereld is.

Maar het verzinnen van bronnen en citaten kwam eerder ook voor bij redacteuren in vaste dienst, onder meer bij Trouw, dat in 2015 126 artikelen introk van verslaggever Perdiep Ramesar, en The New York Times, waar rijzende ster Jayson Blair in 2003 werd betrapt op plagiaat en verzinsels in 73 artikelen.