Stalkers zijn vaak eenzame mannen

Tienduizenden mensen, vooral vrouwen, worden slachtoffer van stalking. Nu is er eindelijk een hulpboek.

Foto iStock

Het is een voor de leek misschien verrassende vuistregel: vertrouw op het gevoel van slachtoffers van stalking. „Als zij écht bang zijn, en dingen zeggen als ‘het is niet de vraag óf, maar wannéér hij mij of de kinderen iets aandoet’, dan dreigt vaak echt gevaar”, zegt Bianca Voerman.

Voerman is recherchepsycholoog, en schreef met haar collega Cleo Brandt het boek Eerste hulp bij stalking, dat deze week is verschenen. In hun werk merkten ze dat er grote behoefte is aan kennis en praktisch advies over stalking. „We hebben gezien hoe vasthoudend stalkers zijn, en hoe verschrikkelijk moeilijk het voor slachtoffers is hun het hoofd te bieden”, zegt Cleo Brandt.

Niet zelden raken de doelwitten van stalkers geïsoleerd en getraumatiseerd, leven ze permanent in angst en raken ze gefrustreerd omdat niets lijkt te helpen. Ze ervaren de politie vaak als machteloos – ‘tja, hij mág bellen en voor het huis staan, dat is niet verboden’. Of ze hebben te maken met een jeugdzorg die voortdurend blijft aansturen op contact tussen – meestal – vader en kinderen, dreigementen en verbroken beloften ten spijt. Waar er twee vechten, hebben er twee schuld, is de gangbare redenering.

Voerman en Brandt behoren tot de veertig recherchepsychologen die Nederland telt. In hun relatief jonge vak staan ze de politie bij met opsporingsadvies, dreigingsinschatting en verhoorondersteuning. Bij verhoren kwamen ze stalkers tegen; dan was er al iets gebeurd, meestal gewelddadig. Over het patroon dat daaraan voorafging, was in Nederland weinig bekend.

In Australië waren ze verder. Voerman en Brandt hebben daar kennis over risicotaxatie bij stalking opgedaan. Terug in Nederland gaven ze workshops over het onderwerp bij de politie, de reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming. „We merkten hoeveel mensen we moesten bereiken en hoe onwetend ze waren.”

Dat vindt Brandt niet vreemd. „Stalking is pas sinds 2000 strafbaar, als ‘belaging’. Het is een heel complexe situatie, die makkelijk verward wordt met ons concept van romantische liefde – ‘niet zonder iemand kunnen’ is voor veel mensen bewijs van echte liefde.” Slachtoffers zelf twijfelen ook vaak waar de grens ligt: is dit voortdurend bellen en langskomen stalking, of stel ik me aan?

De aantallen liegen er niet om. In de periode van januari tot augustus 2015 waren er 61.000 incidenten van huiselijk geweld – waar stalking onder valt – waarbij in 41.000 gevallen een ex-partner betrokken was.

Slachtoffers

Brandt en Voerman richten zich in hun boek in de eerste plaats tot de slachtoffers. Hun grootste probleem, horen de schrijvers vaak, is dat ze de controle over hun leven volledig kwijt zijn en geen idee hebben hoe het verder moet.

Het boek, dat licht en zelfs hier en daar grappig van toon is, belooft geen wonderen. Stalking is een hardnekkig probleem. Het kan jaren duren voor een afgewezen geliefde het opgeeft. Maar de schrijvers wilden een boek dat prettig leest, en dat is gelukt. Naast kennis over stalking bieden ze vooral advies aan slachtoffers: om te voorkomen dat die eraan onderdoor gaan; en om politie en andere hulpverleners zo goed te informeren dat die het probleem serieus nemen.

Die hulpverleners moeten ook samenwerken. Bij stalking spelen vaak verschillende factoren, zoals psychische problemen, verslaving, criminaliteit, de aanwezigheid van kinderen. Dan kan het alleen gestopt worden als justitie, politie en hulpverlening nauw samenwerken. Nu gebeurt dat vaak niet.

Afgewezen geliefde

In de literatuur worden vijf typen stalkers onderscheiden. De meest voorkomende is de afgewezen geliefde (of familielid of vriend), die de afwijzing niet kan accepteren. Dit type stalking, in 80 procent van de gevallen door mannen, mondt het vaakst uit in geweld. In de statistieken valt het veelal onder de noemer huiselijk geweld.

De rancuneuze stalker, type 2, is géén intieme relatie, maar bijvoorbeeld een werknemer of buurman die kwaad is over een kwestie – ontslag, geluidsoverlast et cetera. Vaak betreft het eenzame mannen, die hun bedreigingen zelden uitvoeren.

De stalker met intimiteitswanen, type 3, ziet een relatie die niet bestaat en is relatief vaak (40 procent) vrouw. De incompetente aanbidder, type 4, is verliefd op iemand die de gevoelens niet beantwoordt. Voor pubers is dit soort dagdromen acceptabel: ‘toevallig’ steeds door zijn/haar straat fietsen, dezelfde muziek plotseling leuk vinden, naar zijn voetbalwedstrijden gaan kijken. Voor volwassenen ligt dat anders; zij hebben vaak op meer vlakken problemen met communicatie.

Het vijfde type is atypisch: dat is een roofdier dat zijn slachtoffer stalkt om het juiste moment te vinden om een seksueel delict te kunnen plegen. Dit type stalker is vrij zeldzaam, behalve in – Amerikaanse – films.

Mishandeling

Stalking is niet altijd direct herkenbaar als het strafrechtelijk verboden ‘belagen’, dat vooral met lastigvallen geassocieerd wordt. Mishandeling, vernieling, bedreiging en diefstal kunnen er ook bij horen.

Ook lastig is dat stalking in eerste instantie vaak om ‘normaal’ gedrag gaat: bellen, mailen, contact zoeken met gezamenlijke vrienden. Dat doen mensen nu eenmaal bij verbroken relaties of vermeend onrecht. Twee weken blijkt daarbij een soort magische grens te zijn. Dan houdt het hinderlijke gedrag in de meeste gevallen op.

Duurt het toch voort, dan moet je als ‘belaagde’ proberen grip te krijgen op de situatie. Dat kan door de ander ‘formeel’ te vragen geen contact meer op te nemen en zelf niet meer te reageren, door nauwkeurig bij te houden hoe en wanneer de stalker contact zoekt.

Ook moet je als belaagde feiten scheiden van gevoelens, adviseren de auteurs. Je kan de stalker op sociale media blokkeren, je melden bij de politie en vragen om één contactpersoon. Verder kan je familie en vrienden om hulp vragen, bijvoorbeeld door geen informatie meer over jou door te spelen.

Een bijzonder geval van stalking waar hulpverleners vaak geen raad mee weten, is wanneer stalken líjkt op een vechtscheiding – een scheiding waarbij ouders over en weer agressief zijn – maar waarbij de woede slechts van één kant komt.

In de jeugdzorg is het recht op contact met de kinderen van beide ouders nagenoeg heilig en de ouder die dwarsligt is ‘lastig’. „Je moet je roomser dan de paus gedragen”, zegt Bianca Voerman. „Want: ‘goede ouders werken mee’.”

Het boek bevat schrijnende voorbeelden hoe dat uit de hand kan lopen. De enige oplossing is dat politie en hulpverlening beter samenwerken, zeggen de schrijvers. Dat kan alleen als slachtoffers hulp vragen, wat ze uit schaamte vaak niet doen. „Dat moet afgelopen zijn. Bellen, langskomen, rondhangen; dat is niet romantisch”, zegt Brandt. „Dat is gewoon eng gedrag.”