Schelden doe je nu onder je eigen naam

Zelfs het OM kijkt nu naar de ‘haatstorm’ tegen Sylvana Simons. Verhardt het publieke debat online?

Een mythe is het gebleken: het zelfregulerend internet. De gedachte was dat er online als vanzelf sociale normen en waarden zouden ontstaan, net als in de buitenwereld, en dat die een soort beschaafdheid met zich mee zouden brengen. Maar volgens Francisco van Jole, hoofdredacteur van opiniesite Joop.nl, is het inmiddels wel zeker: „Als je een gezond debat wil, zul je de reacties moeten modereren.”

Het gaat met golven, zegt hij. De haatstorm die opstak tegen tv-presentatrice Sylvana Simons, na haar aankondiging de politiek in te willen, is een hoge. Donderdag kondigde het OM te gaan onderzoeken of er daarbij strafbare feiten zijn gepleegd. „Dan kunnen we bepalen of het gaat om belediging of discriminatie”, aldus een woordvoerder.

Het publieke debat in Nederland lijkt te verharden, al helemaal online. Maar is dat echt zo? Ondersteunen de cijfers dat ook?

We beginnen bij de Nationale Politie. „Het beeld van verharding hebben wij ook”, zegt een woordvoerder, „maar het is moeilijk dat te onderbouwen met cijfers.” Het registratiesysteem van de politie laat niet toe om op korte termijn uit te splitsen hoeveel aangiftes er worden gedaan van belediging of discriminatie, laat staan welk gedeelte daarvan online plaatsvond.

Cijfers over bedreiging heeft de politie wel paraat. Het aantal aangiftes is het laatste jaar niet toegenomen. Was er in 2014 34.429 keer sprake van aangifte van bedreiging, over vorig jaar telt de politie 31.813 gevallen. „Maar doordat niet iedereen bedreigingen meldt, is het niet duidelijk aan te geven hoe groot het probleem is en of er daadwerkelijk sprake is van een toename of dat dit alleen zo gevoeld wordt.”

Alle remmen los

Vraag je het de verschillende meldpunten dan is het antwoord een stuk eenduidiger: ja, de haat online neemt toe. En hard ook. „Agressie, haat, bagger op het internet – de afgelopen vijf jaar is het geëxplodeerd”, zegt Cyriel Triesscheijn, directeur van antidiscriminatiebureau RADAR. „Alle remmen los.”

Leidt dat dus ook tot toenemende meldingen van onlinediscriminatie? Opgevallend genoeg: nee. Juist niet, zegt Triesscheijn. „Het aantal meldingen van discriminatie in het algemeen neemt zelfs iets af.” Waarom? Omdat de gediscrimineerde het internet óók als uitlaatklep gebruikt. „Mensen die te maken krijgen met racisme delen hun verhaal op sociale media. Ze krijgen reacties, bijval, mensen maken zich er druk over. Daarmee is de kous dan af. Ze hebben hun frustratie geuit. Ze gaan er niet daarna ook nog eens melding van doen bij een officiële instantie.”

De politie zegt: „Wij merken op dat de drempel om aangifte te doen van onlinebelediging of -intimidatie veel hoger is dan wanneer zoiets in real life gebeurt.”

MiND, het Meldpunt Internet Discriminatie, constateert wél een toename van het aantal meldingen. In 2013 werden bijvoorbeeld 251 meldingen van discriminatie gedaan, in 2015 waren dat er 652. Over het eerste kwartaal van dit jaar telt het meldpunt al ruim 247 meldingen, een gemiddelde van 82 per maand. Dat zijn er maandelijks 28 meer dan in 2015.

Pukkelige puber

Maar wat zeggen deze cijfers? „Het speelt mee dat het meldpunt nu bekender is dan bij de oprichting in 2013”, zegt een woordvoerder. „En nu er veel aandacht voor is in de media, kan dat melden een logischere stap maken.”

Een ander probleem: je weet nooit hoeveel mensen geen aangifte doen. Dat aantal zou in theorie sneller kunnen stijgen dan de meldingen. „We zien hoe dan ook dat als er een bepaalde maatschappelijke discussie speelt, de meldingen binnenstromen. Vorig najaar was dat door de vluchtelingencrisis, het jaar ervoor Zwarte Piet. En nu krijgen we meldingen rond de Sylvana-discussie.”

Ook jaren geleden werd er natuurlijk online gedreigd en gehaat. Maar er is een verschil: „Toen gebruikten mensen nog aliassen, verscholen ze zich in de anonimiteit”, zegt Cyriel Triesscheijn. „Nu gebeurt het onder echte namen. Er is geen schaamte meer. Er is echt een grens verlegd.”

Francisco van Jole van Joop: „Pak ’m beet vijf jaar geleden had je het beeld van een pukkelige puber die op een zolderkamertje frustraties van zich af aan het schrijven is. Nu is het iedereen. Ook brave huisvaders vertonen op het internet agressie.”