Rotterdam moet het dak op

Architect Winy Maas en wethouder Ronald Schneider pleiten voor noeste plannen voor de stad

Het Didden dorp op het dak van een monumentaal pand in West, van ontwerpers MVRDV. Foto Rob ’t Hart

Praat met Winy Maas van architectenbureau MVRDV over Rotterdam, en je kijkt nooit meer hetzelfde naar de stad. Zet wethouder Ronald Schneider van stadsontwikkeling ernaast, en je krijgt bovendien het gevoel dat de woeste plannen van Maas binnen handbereik liggen. Als dat gesprek dan ook nog plaats vindt aan de voet van de wederopbouwtrap, van het stationsplein naar het dak van het groothandelsgebouw, dan is duidelijk waar volgens hen het onontgonnen terrein van de stad ligt: op het dak.

Maas loopt vooruit op de lezing die hij maandag houdt over de ‘tweede wederopbouw van Rotterdam’, ter gelegenheid van het wederopbouwfestival en de maand van de architectuur. Daarin „roept hij op tot ideeënstrijd via utopische beelden en visioenen.”

De daken van het centrum zijn ideaal: plat. „Maak een mooie tribunetrap naar het prachtige dak van de Doelen. Dan een loopbrug naar het Codarts gebouw”, zegt Maas. Dan worden Maas en Schneider pas echt enthousiast: rechtsaf het Weena op, oversteken bij Unilever en bij het station weer omlaag. De gebouwen op het Weena zijn ook laag genoeg. De parken, paviljoens en bars die op de daken zouden komen, zijn vanaf straat te zien. Dat helpt bij de ontsluiting van de daken, zegt Maas. Stadsbewoners krijgen het gevoel dat daken erbij horen, toegankelijk zijn.

De verdichting van de binnenstad is al jaren een belangrijk doel voor stadsontwikkeling, en volgens Maas ook de toekomst voor de stad: meer doen op dezelfde oppervlakte. Vooral verschillende dingen, zegt Schneider. „Het mengen van wonen, commercie en liefst ook productie maakt een stad levendig.” De afgelopen jaren is er veel bijgebouwd in het centrum. Volgens Maas komt de stad daardoor in een nieuwe fase, ook omdat wonen in de stad weer „hip” is. „Als de stad intensiever gebruikt wordt, worden interieurs en dakterrassen belangrijker”, zegt Maas. Die gaan tot de publieke ruimte behoren. Belangrijke vraag is hoe je ze ontsluit, zodat stadsbewoners die ruimte gaan beschouwen als ‘openbaar’ – ook al is die vaak privé-eigendom. Neem de Markthal. Daar zorgen de grote ramen aan weerszijden én de raampjes aan de binnenkant van de appartementen, volgens Maas voor die mengeling van private en publieke ruimte.

Meer dan tien jaar geleden bouwde MVRDV zijn eerst dakproject in Rotterdam, het hemelsblauwe Didden dorpje op het dak van een huis aan de Beatrijsstraat in West: twee huisjes, straatjes en een grote patio waar het door de kleur altijd zomer is. Inmiddels zijn er meer voorbeelden. Maas: „Het dakpark op die lelijke dozen van de nieuwe winkels bij het Marconiplein. Geniaal.” Schneider: „De dakterrassen van de appartementen op het dak van het Timmerhuis verkopen de appartementen.”

Hoe realistisch is dakbebouwing? Het ‘rondje station’ van Maas en Schneider, is dat er over vijf jaar? Aan die voorspelling wagen ze zich niet. Schneider zegt dat de gemeente er alles aan zal doen. Vergunningen en bestemmingsplannen zijn het probleem niet. Volgens Maas moet de ontsluiting van de daken – liefst met roltrappen – gedeeltelijk óók met publiek geld. Neem het dak van de Bijenkorf, twee verborgen patio’s. Met een roltrap ernaartoe zou de hele Coolsingel beter worden. „Mijn handen jeuken.”

Het is typisch Rotterdams, zegt Maas, om wat te durven. „Er is een enorm enthousiasme.” Maas bewondert de moed van de gemeente om de trap op het stationsplein toe te staan. „Het is een high profile plek. Toen we erover praatten, was er veel angst door terrorisme in België en Parijs. Rotterdam is geen risicomijdende stad, zei Aboutaleb toen. Dan ben ik zo trots op de stad.”