Asscher, Samsom en Aboutaleb - drie kanjers van kandidaten. Toch?

De PvdA-lijsttrekkerstrijd is begonnen, al heeft niemand zich nog gekandideerd. Wat gaan Samsom, Asscher en Aboutaleb doen?

Foto ANP

Nog bijna vijf maanden te gaan tot de deadline voor het PvdA-lijsttrekkerschap verstrijkt. Nog geen enkele kandidaat heeft zich formeel gemeld. En toch is het speculeren in alle hevigheid losgebarsten. Wie gaat het doen? En wat zijn de kansen?

De nieuwste aanleiding zijn de opmerkingen afgelopen donderdag van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb in Nieuwsuur. Daar herhaalde hij iets wat hij al eerder heeft gezegd: in een interne partijverkiezing zal hij het niet opnemen tegen Diederik Samsom, de zittende leider. Dat zou „raar” en zelfs een „bizarre situatie” zijn, aangezien Aboutaleb Samsom de afgelopen jaren als leider gesteund heeft.

Opmerkelijker is dat Aboutaleb voor het eerst hardop spreekt over de mogelijkheid om lijsttrekker te worden. Hij zou er namelijk geen bezwaar tegen hebben het op te nemen tegen de derde gegadigde voor die post: vicepremier Lodewijk Asscher.

Optimistische PvdA’ers duiden de ontstane situatie als volgt: ondanks de bleke vooruitzichten voor de verkiezingen van komend voorjaar zijn er nu ineens drie kanjers van kandidaat-lijsttrekkers. Als ten minste twee van hen dit najaar tegen elkaar in het strijdperk treden, en ze houden het een beetje netjes, dan is een bak positieve publiciteit gegarandeerd. De andere partijen kijken ondertussen machteloos toe, want zij hebben hun lijsttrekkers inmiddels al per acclamatie aangewezen.

Met name Aboutaleb wordt in het partijkader en de achterban als een formidabele kandidaat gezien. Als burgemeester staat hij boven het Haagse gekrioel en zal hij niet geassocieerd worden met het impopulaire beleid van het kabinet-Rutte II. Met zijn persoonlijke succesverhaal van geëmancipeerde migrant is hij in staat om grote groepen Nederlanders aan zich te binden – waaronder, niet onbelangrijk, de allochtone kiezers die de partij de afgelopen tijd massaal de rug hebben toegekeerd. Een recente peiling van Maurice de Hond suggereert dat Aboutaleb als enige PvdA’er premier Rutte zou kunnen verslaan in de race om het Torentje.

De werkelijkheid is minder mooi. Bij geen van de drie kandidaten staat vast dat ze het goed zullen doen als lijsttrekker. Samsom torst de last met zich mee van bezuinigingen, heftige ingrepen in de verzorgingsstaat en een voor de achterban onbegrijpelijke keuze voor de rechtse VVD als coalitiepartner. Asscher was in zijn tijd als PvdA-voorman in Amsterdam een goede campaigner, maar ook hij neemt als vicepremier de erfenis van Rutte II mee de campagne in.

En wie zegt eigenlijk dat Aboutaleb gegarandeerd een goede campagne kan voeren? Sommige PvdA’ers vrezen een herhaling van het ‘Job Cohen-scenario’ van 2010: populaire burgemeester treedt in het strijdperk, maar legt het af omdat hij niet alle Haagse cijfertjes paraat heeft. En ook qua ‘allochtonenstem’ moet de partij zich niet rijk rekenen: veel Turkse en Marokkaanse Nederlanders vinden dat Aboutaleb met zijn scherpe standpunten over integratie veel te veel in het gevlei probeert te komen bij de ‘witte’ Nederlanders. Sinds kort hebben ze bovendien een interessant alternatief: de partij Denk van oud-PvdA’ers Kuzu en Öztürk.

De kans dat Aboutaleb meedingt naar het lijsttrekkerschap is sowieso klein. Alles wijst erop dat Samsom gewoon doorgaat – en dan doet Aboutaleb dus niet mee. Als Asscher zich óók niet kandideert, komt de zo gewenste lijsttrekkersstrijd tussen serieuze kandidaten er helemaal niet en wordt Samsom zonder veel ceremonieel opnieuw aangewezen als lijsttrekker. En dat is voor de PvdA het beroerdste scenario.