‘Niemand wil van contant geld af’

Duitsland De Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, sprak in Berlijn met buitenlandse journalisten.

Schäuble bij het Scheepvaartmuseum, afgelopen april. FOTO BART MAAT / ANP

De Duitse minister van Financiën heeft niet de naam een lolbroek te zijn, maar hij houdt wel van een grapje. Niet lang geleden werd de 73-jarige gevraagd waarom hij zich had laten ontvallen dat Konrad Adenauer, de eerste kanselier van de bondsrepubliek, 74 jaar oud was toen hij in die functie aantrad. Bedoelde Schäuble soms dat hijzelf ook nog ambities had om regeringsleider te worden?

„Ach”, zei de minister met glimmende oogjes, „ik wist natuurlijk dat journalisten er allerlei onzinverhalen over zouden gaan schrijven. Ik beleef daar gewoon plezier aan.”

Gisteren ontving de veteraan van de Duitse politiek (lid van de Bondsdag sinds 1972) de buitenlandse pers op zijn ministerie in Berlijn. In het imposante gebouw – tijdens het nazi- regime het rijksluchtvaartministerie van Hermann Göring, later werd de DDR er officieel opgericht – beantwoordde hij ruim een uur lang vragen vragen van buitenlandse correspondenten. Ontspannen, geroutineerd, en met af en toe een kwinkslag.

Zoals toen journalist Rob Savelberg van De Telegraaf hem vroeg wat het politieke antwoord moet zijn op de ongerustheid onder delen van de bevolking, die in Duitsland onder meer heeft geleid tot opkomst van een nationalistische partij als Alternative für Deutschland (AfD). „Daarover vraag ik mijn Nederlandse collega”, antwoordde Schäuble met een brede grijns, „hoe hij dat probleem zo succesvol heeft weten op te lossen.”

Schäuble ontkende dat hij ruzie had met het IMF

In ernst noemde Schäuble „het verlies aan vertrouwen” – in instituties, in de media, in de politiek – „één van de grote Europese uitdagingen” van deze tijd. Neem de kwestie van de financiële hulp aan Griekenland, zei hij. „We moeten duidelijk maken, misschien beter dan we tot nu toe hebben gedaan, dat Europese eenwording niet mogelijk is zonder dat we elkaar helpen. En dat iedereen daar inspanningen voor moet leveren.”

Schäuble ontkende dat hij ruzie had gehad met het IMF over het nieuwe reddingspakket, waarover de eurolanden in de nacht van dinsdag op woensdag overeenstemming bereikten - en waar uiteindelijk ook het IMF bij betrokken blijft. Het ging om niet meer dan een zakelijk meningsverschil, benadrukte hij.

Minder diplomatiek was Schäuble over mensen die beweren, vooral in Duitsland, dat het contante geld afgeschaft dreigt te worden. „Een tamelijk onzinnige discussie. Op het vasteland van Europa ken ik niemand die van plan is het contante geld af te schaffen.”

Zeker, de ECB heeft besloten het briefje van 500 euro niet meer bij te drukken, zodat het langzamerhand uit de roulatie zal verdwijnen. Maar dat is om de financiering van terrorisme, witwassen van zwart geld en andere criminaliteit tegen te gaan.

Bovendien, zei Schäuble, er zijn maar heel weinig landen die bankbiljetten hebben van 500 euro of meer. „Ik heb mijn collega’s een paar maanden geleden gevraagd of ze wel eens een 500 eurobiljet hadden gezien.” Ten minste één minister had het paarse biljet nog nooit onder ogen gehad – en hier suggereerde de Duitse minister van Financiën met zijn mimiek dat hij het over zichzelf had.