Kwetsbare ogen

Elke eeuw krijgt de Reynaert die het verdient. Vandaar dat A.H.J. Dautzenberg in dit feuilleton met zijn 21ste-eeuwse versie van ‘Van Den Vos Reynaerde’ komt.

‘In de Wildernis is geen plaats voor slappelingen’, denkt de ex van De Vos. Illustratie Cyprian Koscielniak

Kort nadat De Vos vertrok, nodigde zijn ex De Wolf al uit om in Malpertuis te komen wonen. Die aarzelde geen moment en verliet zijn gezin. Lust en macht vormen een niet te versmaden combinatie. Laten we eens een kijkje nemen bij het nieuwe paar.

De Wolf grijpt zijn nieuwe vrouw bij de nek en trekt haar naar zich toe. „Die voormalige vent van jou durft niet te komen. De Leeuw heeft een mooie klus, maar De Vos knijpt ’m.” Ze kijkt hem geschrokken aan. „De Vos is een lafaard”, sist hij in haar oor. Malpertuis is nu van hem, en dat zal ze weten.

Ze verweert zich alleen maar voor de vorm, want zij houdt van zijn ruwe handelingen. Het aaien en strelen van De Vos kon zij op het laatst niet meer verdragen. Nooit meer beet hij in haar oor. Nooit meer duwde hij haar tegen de muur en nam haar woest van achteren. Ze vóélde hem zelfs niet meer, de slappe zak.

Het is maar goed dat hij weg is, denkt ze, in de Wildernis is geen plaats voor slappelingen. Ze is blij dat De Wolf er nu is, want ze hoort verontrustende berichten over vreemde invloeden.

Haar zoontjes spelen vanmiddag buiten, alleen. „Zij moeten het gevaar leren trotseren”, zei De Wolf. „Ze moeten voor zichzelf leren opkomen.” Daar is ze het natuurlijk mee eens, antwoordde ze, maar toch is ze ongerust.

„Voel je me?”, vraagt De Wolf hijgend. Ja, ze voelt hem. Maar diep van binnen borrelt de rusteloosheid, ze kan niet goed genieten van zijn stoten. Vandaag niet.

Wanneer De Wolf in de werkkamer zit, sluipt ze voorzichtig naar buiten. Als de jongens de weg maar terugvinden, denkt ze. Gelukkig heeft De Vos het tweetal spoorzoeken geleerd. Er was geen betere spoorzoeker te vinden dan hij. Soms mist ze De Vos. Hij was de koning van de Wildernis. Voor hem had iedereen ontzag, zelfs De Wolf.

„Hoi mam!” Haar zoontjes verschijnen tussen de bomen. Opgelucht sluit ze de twee in haar armen. „Zijn jullie voorzichtig geweest?”, vraagt ze. Ja, dat waren ze. Ze konden immers sluipen als de beste.

„Wanneer komt papa weer terug?”, vraagt de oudste. Dat is deze week al de tweede keer. „Je wéét dat je vader niet meer terugkomt”, antwoordt ze streng. „Jullie moeten hem vergeten. De Wolf is nu jullie vader.” Ze ziet twee paar kwetsbare ogen. Vier kralen zonder vuur.

Wanneer de jongens ’s avonds slapen, zegt ze tegen de Wolf dat hij de jongens moet harden, dat ze het anders straks niet zullen redden. „Dat komt goed”, antwoordt haar nieuwe man. „Nu de scheiding is afgerond, beschouw ik ze als mijn eigen zonen.”

Ze maakt zich zorgen. De Vos heeft nauwelijks inkomsten, dus binnenkort zal hij geen geld meer kunnen overmaken en de hypotheeklasten van Malpertuis zijn hoog. „Zorg jij nu maar dat De Vos de klus aanneemt, zodat we genoeg te eten hebben.” De Wolf stelt haar gerust. Morgenvroeg heeft hij weer overleg met De Leeuw, hij zal kijken wat hij kan doen.

Wordt vervolgd