Kritiek verpakt in poëtische kunst

Met de zomerspelen in Rio op komst, tonen Den Haag, Scheveningen en Amersfoort werk van hedendaagse Braziliaanse kunstenaars.

Hummingbirds van Efrain Almeida Foto’s Mike Bink

De Braziliaanse kunstenaar Angelo Campos (1981) was tien dagen oud toen zijn vader werd doodgeschoten en zijn vijftienjarige moeder hem te vondeling legde op straat, in een sloppenwijk van Rio de Janeiro. Een familielid herkende de baby - „nieuws verspreidt zich snel in de favela” - en bracht Angelo naar zijn grootouders. Die voedden hem op als hun eigen kind. Pas op zijn achttiende ontdekte hij dat zijn vader en moeder eigenlijk zijn opa en oma waren.

Nu staat Angelo Campos met een dozijn verfpotten aan zijn voeten te schilderen in Amersfoort, op een steenworp afstand van Kunsthal Kade, waar de tentoonstelling Soft Power. Arte Brasil te zien is. Het is Campos’ eerste internationale tentoonstelling. De muurschildering toont een kleine jongen die opkijkt naar een gouden vogelkooitje. „Dat symboliseert het leven van de drugdealers in mijn wijk. Ze denken dat ze het gemaakt hebben, terwijl ze in feite gevangen zitten. Maar er vliegen ook vogels vrij rond: die staan voor de kansen die je krijgt. Ik had nooit durven dromen dat mijn werk in een museum zou belanden.”

Braziliaanse kunst is populair in de internationale kunstwereld. Sinds de eeuwwisseling zijn er opvallend veel grote tentoonstelling gewijd aan hedendaagse Braziliaanse kunstenaars als Cildo Meireles (Tate Modern) en Lygia Clark (MoMA). Op veilingen leverden werken van Adriana Varejão en Beatriz Milhazes miljoenen dollars op. In deze Olympische zomer wijden diverse Nederlandse kunstinstellingen grote exposities aan Brazilië. Kunsthal Kade laat de jonge garde zien, terwijl Museum Beelden aan Zee met Brasil, Beleza?! de meer gevestigde beeldhouwers toont.

Beide tentoonstellingen proberen nadrukkelijk het exotische clichébeeld van Brazilië te ondermijnen. Ja, er hangen hangmatten in Kade en er staan strandstoeltjes onder palmbomen op het Haagse Lange Voorhout, maar die hebben vooral een sociale functie. Het collectief Opavivara hoopt er ontmoetingsplekken mee te creëren. In Amersfoort vliegt een zwerm bronzen kolibries door de ruimte. Hun schepper, Efrain Almeida, laat ze met hun snavels tegen de witte muren van de kunsthal crashen – een mooie metafoor voor de Braziliaanse kunstenaars die, gevangen in een white cube, het nieuwste speeltje zijn van de kunstmarkt.

Met „de schandalig dure” Olympische Spelen houdt geen kunstenaar zich bezig. Onderwerp van gesprek, zowel in Den Haag als Amersfoort, is de politieke situatie in het thuisland. „Deze tentoonstellingen komen op een belangrijk moment”, zegt kunstenaar Jonathas de Andrade (1982). „We bevinden ons op een keerpunt in de Braziliaanse geschiedenis. Er is een coup gepleegd. Dilma Rousseff, onze democratisch gekozen president, is afgezet. Ministeries voor cultuur en emancipatie zijn door het nieuwe regime gesloten. Onderwijs- en gezondheidsprogramma’s worden stopgezet omdat we in een crisis zitten. Terwijl dat niet bepaald tweederangs onderwerpen zijn.”

In Amersfoort toont De Andrade zijn foto-installatie Sugarcane ABC (2014), waarvoor hij arbeiders op een suikerplantage vroeg het alfabet te maken met behulp van rietstengels. Het is een werk dat subtiel de vinger legt op pijnpunten in de Braziliaanse samenleving, zoals het hoge percentage analfabetisme en de achterstelling van inheemse volkeren. De Andrade: „Onze economie is gebaseerd op arme, analfabete arbeiders. Mensen worden geëxploiteerd om het land verder te helpen. Daar gaat dit werk over.”

De instabiliteit in Brazilië, met zijn falende overheid, is de rode draad in het werk van bijna alle deelnemende kunstenaars. Expliciet is die kritiek nooit, de Brazilianen zijn meester in het poëtisch verpakken van hun boodschap. Dat is de ‘soft power’, de zachte druk, waar de tentoonstellingstitel op doelt. Er worden grote problemen aangekaart, bijvoorbeeld door het duo Gisela Motta & Leandro Lima, dat aandacht wil vestigen op het alarmerende watergebrek van São Paulo. Dat doen ze met een prachtige, eenvoudige installatie die bestaat uit zestien emmers waarin nog maar een dun trillend laagje water staat.

Op het Lange Voorhout in Den Haag laat João Loureiro aan het begin van de route vlaggen wapperen die bij nader inzien niet erg feestelijk zijn. Er staan Braziliaanse cheques op afgedrukt. Maar wat zijn die nog waard, nu het land in de grootste recessie sinds 1990 terecht is gekomen en de Braziliaanse munt in een vrije val is geraakt? Wat dat betreft is het werk Zero Cruzeiro (1974-1978) van Cildo Meireles, te zien in een vitrine in Museum Beelden aan Zee, actueler dan ooit. Daar liggen bankbiljetten van 0 cruzeiro, oplage oneindig. Drukt u maar bij zoveel u wilt.