Hé, Pannenkoek!

‘Hij loopt me gewoon hier te bedreigen. Ik ken die pannenkoek niet eens.” „Ik laat je zien wie hier een pannenkoek is.” Het waren verschrikkelijke woorden die woensdag door het zwaarbeveiligde gerechtshof gingen. Dat zulke woorden nou net moesten vallen ten overstaan van de edelachtbare, in een ruimte vol mannen met oortjes, advocaten en officieren van justitie. Al die hardwerkende juristen in hun toga’s en die overheidsdienaren met koppelriemen hadden dit niet verdiend.

Pannenkoek, kom op zeg. Kon dat niet wat genuanceerder?

Het was natuurlijk ook wel het schuim der stad, dat zich die ochtend in de zogenaamde bunker in Amsterdam-Osdorp had moeten melden in het kader van de ondoorgrondelijke hoofdstedelijke Mocro-vetes. Gasten met voornamen als Benaouf en Anouar en Adil knallen elkaar al jaren overhoop vanuit peperdure BMW’s of het niets is. Dat afgesneden hoofd laatst op de stoep van de Amstelveenseweg voor shisha-lounge Fayrouz: het leek een nieuw dieptepunt in de nietsontziende Amsterdams-Marokkaanse oorlog. Maar het kan nog erger.

Aangaande het demonstratief tentoongestelde hoofd van Nabil Amzieb merkte een van de criminelen woensdag doodleuk op dat er zwaardere maatregelen zullen volgen. Daar lijkt het inderdaad op. Woorden als pannenkoek suggereren nieuw onheil. Moest je vroeger na het horen van ‘hoerenjong’ maken dat je wegkwam, nu weet je bij ‘pannenkoek’ dat je dagen geteld zijn. Het enige lichtbundeltje in deze linguïstische duisternis is de illustratie die in de bunker opnieuw werd gegeven van de integratie der Marokkaanse jongemannen: relatief gewelddadig, maar cultureel bezien nauwer verbonden met blank Nederland dan bijvoorbeeld de jonge Turken.

‘Pannenkoek’ als scheldwoord verbreidde zich vanuit de Arena: tempel van doorgaans blanke voetballiefhebbers die weten hoe je iemand diep moet raken. Na een nederlaag tegen SC Heerenveen kreeg Ajaxtrainer Van Basten een luidkeels „hé Marco, bedankt, pannenkoek!” naar zijn hoofd. De boze supporter, type marktkoopman, zoog in januari 2009 het laatste beetje moreel uit de ziel van Marco van Basten. De voorheen zo vaak aanbeden ex-voetballer en trainer hield het voor gezien in Amsterdam. Hij zou nooit meer een toptrainer worden.

Pannenkoek: dan krijg je dat. Nooit eerder was Marco zo beledigd en heel Nederland voelde met hem mee. Een voormalige held vergelijk je niet met een kindertraktatie. Klootzak: oké. Zakkenwasser: moet kunnen. Prutser, nietsnut, hufter, dombo — alles is beter dan iemand die zijn stinkende best doet uit te maken voor een bruin en plat gerecht bestaande uit meel, melk, ei en een snufje zout.

Sinds die treurige avond in de Arena is pannenkoek het leukste en meest Amsterdamse scheldwoord om een tegenstander mentaal te slopen. Geloof me: die Marokkaanse ultrapannenkoeken in de bunker zijn bij de tijd. Meer dan vandale.nl, dat anno 2016 nog steeds volstaat met „in een koekenpan gebakken (dunne) meelkoek”. Zo beschouwd is het alleen maar verklaarbaar dat Ebru Umar gewoon is blijven lachen bij het ‘kankerhoer’ dat duizendvoudig haar kant op kwam. Ik zag de Turks-Nederlandse publiciste laatst in Amsterdam erg vrolijk doen. Natuurlijk. Umar vindt alles best, zolang het p-woord maar niet valt.