Europa vult zijn eigen leegte met gekrijs

Wenen-correspondent Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek Europa. Ditmaal over de steeds kortere lontjes van de Europeanen.

Vorige week stonden er ineens twee donkere jongetjes op de fameuze Kinderchocoladerepen. Meteen werd het druk op een van de websites van de Duitse beweging Pegida. Was dit „een grap”, vroeg iemand: waar was het blonde kind op de reep gebleven? Een ander:

„Zetten de Turken en andere landen Duitse kinderen op snoep en etenswaren? Zeker niet.”

Toen de fabrikant meldde dat dit kinderfoto’s waren van Duitse topvoetballers, verstomde het protest. Pegida vroeg supporters „niet meer te antwoorden”. Ze was „op een wespennest gestoten” – alsof die wespen er al zaten voordat zij zich ermee ging bemoeien.

Europeanen hebben steeds kortere lontjes. Dat toont ook de hysterie rond Sylvana en Ebru Umar. De nieuwe president van Oostenrijk kreeg extra bodyguards: de avond dat hij de verkiezingen won, werd opgeroepen tot een aanslag op zijn huis. Iedereen schreeuwt en beledigt de ander omdat hij zichzelf in zijn waarde aangetast voelt. Waarom staan kranten en sites vol issues die te maken hebben met identiteit en cultuurverschil? Waarom bekijken Europeanen tegenwoordig alles door het prisma van ‘waarden’?

Omdat wij geen ideologie meer hebben. Het enige wat we hebben, schreef de Amerikaanse filosoof Mark Lilla eens, is een dogma: libertarisme. Na de val van de Muur zijn we gestopt met nadenken. Tijdens de Koude Oorlog hoorden we bij het vrije, democratische Westen. Maar doordat we in een ideologisch conflict zaten met het communisme, een rivaliserend beeld van de werkelijkheid, bleven we nadenken. Het communisme was niet puur slecht; er zaten goede elementen in, al was de uitvoering beroerd. We lazen erover, debatteerden. Dat hield ons kritisch en nieuwsgierig: soms pasten we onze eigen visies aan. Sinds 1989 gebeurt dat niet meer. Wij hadden immers ‘gewonnen’. De rest van de wereld zou worden als wij: democratisch, individualistisch, vrij.

We willen geen vluchtelingen meer maar diskwalificeren de enige die ons daarbij kan helpen, Turkije

Blind vertrouwend op de progressieve, universalistische werking van de vrijheid die óns dierbaar was, hebben we Arabische en andere landen geholpen bij de transitie. Het werd een ramp. Veel Arabieren willen wel vrijheid, maar homohuwelijk, scheiding van kerk en staat? Nee dank u.

Binnen Europa is er nu ook een terugslag, als gevolg van dezelfde intellectuele luiheid. In plaats van het idee Europa te herijken, wat nodig was in een veranderende wereld (Blijft ‘Nooit Meer Oorlog’ relevant? Waar houdt Europa op?), gingen regeringen blind voor economische expansie. Ze openden hun economieën, zonder reflectie over de gevolgen voor de nationale democratie. Met progressieve wetgeving over euthanasie en transgenders gingen we verder reuze met de tijd mee.

Toen kreeg Europa een paar crises over zich heen en weet niet meer hoe het moet antwoorden. Europa voelt zich bang en onbeschermd. Iedereen mept van zich af met de enige overgebleven strijdkreten: ‘burgerlijke vrijheden’ en ‘democratische waarden’. Daarmee pleiten we zowel vóór de EU als tegen, vóór vrijheid in het Midden-Oosten en tégen de vrijheid van Arabieren hierheen te komen. We rechtvaardigen er militair ingrijpen mee (Libië) en non-interventie (Syrië). Libertarisme is inhoudsloos geworden.

Europa wordt één vat vol tegenstrijdigheden. We willen geen vluchtelingen meer, maar diskwalificeren de enige die ons daarbij kan helpen, Turkije – omdat het geen westerse democratie is. We willen dat de staat ons beschermt tegen werkloosheid, criminelen en multinationals, maar verafgoden Edward Snowden – die de sterke staat ondermijnt. Europa zit in een intellectueel vacuüm. Wat overblijft, is wanhopig gekrijs.