Een ministerschap via de autoradio

Hij was een van de laatste politici van de generatie van de wederopbouw. „Iemand met vooroorlogse opvattingen over gezag en betamelijkheid.”

Foto ANP

Hij stond aan basis van de ‘1-procentsnorm’ voor ontwikkelingssamenwerking. Hij was berucht vanwege zijn ‘huurharmonisatie’. En na zijn politieke carrière gaf de woensdag overleden Berend Jan (‘Bé’) Udink (1926) leiding aan de spectaculaire ondergang van het bouw- en energieconcern Ogem, waar hij in 1980 moest vertrekken.

Met de dood van de christelijke politicus en ondernemer verdwijnt ook een markante vertegenwoordiger van de politieke generatie die in 1973 moest plaatsmaken voor het progressieve kabinet-Den Uyl.

Door een misverstand schreef toenmalig chef van de politieke redactie van NRC Handelsblad Joep Bik (1940-2011) al in 1987 een – ongepubliceerde – necrologie over Udink. Hierin noemde hij de op dat moment in werkelijkheid nog kerngezonde oud-politicus „een vat vol tegenstellingen”. Udink was volgens Bik „een sterke bestuurder met heel moderne inzichten en tegelijkertijd zeer traditionele opvattingen over politiek en samenleving”.

Bik noemde Udink „een man met een scherp verstand en dito mensenkennis die niettemin af en toe met open ogen ernstige vergissingen maakte en in tact jegens derden soms gevaarlijk tekortschoot”. Udink was „iemand die een bijna vooroorlogse protestantse opvatting over gezag en betamelijkheid had en aanprees, maar tevens bereid was om, eventueel met een glas en een sigaar in de hand, tamelijk luid het lied van zijn eigen succes te zingen”. En bovenal: „iemand die als een sneltrein carrière maakte in politiek en bedrijfsleven maar al sinds jaren, sinds zijn 54ste, gedwongen stilstond”.

Het tijdperk van de opkomst en ondergang van Udink speelde zich af in een schijnbaar ver uit beeld geraakt verleden. In 1967 was Udink een belangrijke speler in het maatschappelijk middenveld, zoals dat toen heette: hij zat in de eerste Rijnmondraad, een bovenlokaal bestuursorgaan in de regio Rotterdam.

Hij was tegelijkertijd de voorzitter van de Rotterdamse Kamer van Koophandel, en hoorde in 1967 via de autoradio dat hij benoemd was als minister in het kabinet van premier-De Jong. Dit was een centrum-rechts kabinet dat regeerde ten tijde van de jongerenrevolte aan het einde van de jaren zestig. Trefwoorden: anti-autoritair, pacifistisch en links. Het conservatieve kabinet voerde onder die druk hervormingen door als de (inmiddels teruggedraaide) democratisering van de universiteiten en herziening van de echtscheidingswetgeving.

Udink was minister zonder portefeuille, dat wil zeggen zonder eigen begroting, namens de Christelijk Historische Unie (CHU). Die christelijke politieke partij zou enige jaren later opgaan in het grote Christen-Democratisch Appèl (CDA). Maar eerst was Udink nog minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Door te dreigen met aftreden, dwong hij af dat jaarlijks 1 procent van het nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp werd afgedragen.

Bloedproef bij alcoholcontroles

In de twee kabinetten onder leiding van Barend Biesheuvel (1971-1973) was Udink opnieuw minister: van Volkshuisvesting en van Verkeer en Waterstaat. Bovendien was hij inmiddels partijleider van de CHU. Als minister van Volkshuisvesting werd hij zwaar bekritiseerd door oppositiepartij PvdA vanwege zijn huurharmonisatie: die kwam volgens de PvdA neer op een ordinaire huurverhoging. Udink zorgde als minister van Verkeer mede voor de invoering van de bloedproef bij alcoholcontroles.

De ondergang van het tweede kabinet-Biesheuvel in 1972 betekende ook het vertrek van Udink uit de politiek. Bik schreef: „De scheidende politieke zwaargewichten, o.a. Biesheuvel, Udink, Schmelzer, Nelissen, Van Veen, Lardinois, Langman, duiken kort daarna op in het bedrijfsleven en de bankwereld. De familieman Udink, vader van drie jonge kinderen, heeft een aanbod van Den Uyl om VN-ambassadeur te worden afgewezen. Zijn weg leidt daarna, opnieuw min of meer ‘toevallig’, naar het (te) snel groeiende Ogem-conglomeraat. Hij komt, zonder veel weet van de lemen voeten waarop de Overzeesche Gas- en Electriciteits Maatschappij al spoedig blijkt te rusten, als mogelijke kroonprins van bedrijveninkoper K. Fibbe.”

Bij Ogem vertilde Udink zich, bijvoorbeeld aan een overname in Duitsland en een bouwproject Saoedi-Arabië. In 1980 maakt het concern zware verliezen. Udink moet vertrekken. Bik schrijft: „ In 1980 verrast president-commissaris Biesheuvel (dezelfde) hem met een ontslagbrief. Met een gouden handdruk, die weken en maanden het gesprek van de dag zal blijven, vertrekt de dan 54-jarige Berend Jan Udink, een ongewone stilte tegemoet.” Sindsdien legde hij zich toe op zijn hobby: het schilderen van landschappen.