Column

Een burgeroorlog over secularisme en religie

Larry Siedentop – deze week werd hij 80 – zette twee jaar geleden in een briljant en ambitieus boek uiteen hoe het westerse idee van vrije en gelijke individuen zijn oorsprong heeft in het middeleeuwse christendom. Inventing the Individual: The Origins of Western Liberalism heet het. In een interview in NRC (26/5) sprak de politiek filosoof van een „morele mal” waarin onze „intuïties” over wat goed en slecht is, zijn gegoten en die de identiteit van „het Westen” bepaalt. Hij contrasteert deze westerse cultuur van gelijkheid, individuele vrijheid en mensenrechten met twee andere stelsels. Enerzijds met de op religieuze regels gebaseerde culturen zoals de islam. Anderzijds met het „krasse utilitarisme” van de Chinese politieke leiding, dat namens de belangen der meerderheid alle zorg om rechtvaardigheid en individuele vrijheid opzij veegt. Dit maakt ons wie we zijn. Toch lukt het ons niet onszelf overeind te houden „in de conversatie van de mensheid”.

Ronduit pijnlijk vindt Siedentop – een aspect dat buiten het interview viel – hoe in Europa een „burgeroorlog” woedt tussen religie en secularisme. Deze burgeroorlog noemt hij „tragisch en onnodig”. Hoe zit dat? In ons standaardverhaal is de liberale democratie het product van de anti-kerkelijke Verlichting die brak met de donkere Middeleeuwen. Zo is die politieke strijd in de 18e, 19e en 20e eeuw ook gevoerd en beleefd, van beide zijden. Wat we zo vergeten, aldus Siedentop, is dat het moderne liberalisme juist put uit de christelijke notie dat alle zielen gelijk zijn voor God. Individuen zijn vrij en gelijk, verantwoordelijk voor hun daden, want uitgerust met de rede en een geweten. Op die grond krijgen alle mensen toegang tot hetzij de hemel (christendom) hetzij de stembus (democratie) – ongeacht of je man of vrouw, burger of slaaf, zwart of wit bent en ongeacht of je koosjer of halal eet. Maar de herkomst van deze morele grondovertuiging durven liberaal-progressieve Europeanen niet meer te articuleren. Daar zit de tragiek, schrijft Siedentop: „De gelijkstelling van secularisme aan ongeloof, aan onverschilligheid en materialisme, berooft Europa van moreel gezag, en speelt juist diegenen in de kaart die Europa al te graag afschilderen als decadent en zonder overtuiging.” Zelf denkt hij daarbij aan de omgang met de islam.

Toch komt de lasterpraat over Europese decadentie en goddeloosheid niet alleen van IS en de islam, maar ook van binnen, vanuit het christendom. De intern-Europese „burgeroorlog” tussen godsdienst en secularisme is weliswaar fors afgezwakt, maar niet voorbij. Sterker, de spanningen nemen recent weer toe. In het immigratiedebat wrikken populistische partijen aan het taboe op Europa’s christelijke wortels. Het Kremlin maakt zich tot hun woordvoerder. Zoals in 1800 het Rusland van tsaar Alexander I zich voordeed als verdediger van God, Kerk en Troon tegen de goddeloze Napoleon en de beginselen van de Franse Revolutie, zo werpt vandaag Poetins Rusland zich nadrukkelijk op als bastion van waardigheid, traditie en christendom tegen het postmoderne, ongelovige en decadente Europa. Sprekend is een recent essay van de Russische politicoloog en econoom Sergej Karaganov, gepubliceerd op de goede nieuwe website raamoprusland.nl. Deze intellectueel, dichtbij het Kremlin, meent dat Rusland die ideologische strijd wint; hij stelt zelfs dat de Europese elites Poetin verketteren vanwege zijn populariteit onder hun kiezers. Met Siedentop moet je zeggen: ook hier vergt een overtuigend weerwoord het aanknopen bij onze morele grondovertuiging: waarom we vrijheid waarderen, hoe bijzonder onze samenleving van vrije en gelijke individuen is.