Een bleue kus

Eerst zoent zij met hem, dan legt ze haar arm op je been, aait, draait haar hoofd naar je toe, en dan zoent ze met jou. En zo, met die paar handelingen, is dan ineens de driehoeksverhouding tussen drie tieners ontstaan, waar Eilanddagen van Gideon Samson (1985) naartoe werkt. Jakob, Michális en Puck verliezen hun onschuld – een beetje.

Over het einde van de onschuld gaat al het werk van Samson, en telkens zo dat hij de grenzen van de jeugdliteraire moraal weet op te rekken. In het knappe Ziek (2009) werd een doodziek meisje snel ouder en wijzer, in het meesterlijke Zwarte zwaan (2012) bleek een meisje van elf berekenend en meedogenloos.

In zijn nieuwe jeugdroman Eilanddagen staat de ethiek van de liefde op het spel, een spel waar de 12-jarige Jakob nog bleu en onschuldig aan begint. ‘Mag dit wel?’ is zijn eerste reactie op de zoenescapade, waarna de zoenende Puck en later ook haar echte vriendje Michális instemmend knikken, en ze toch doorgaan. Ze zijn op het Griekse vakantie-eiland waar Jakobs vader woont. Daar vinden de drie de vrijheid om te doen wat ze willen, en ze vinden elkaar, onder de hete zon en een ontzagwekkende sterrenhemel. Samson schrijft er lyrisch over.

Maar daar waar de twijfel rijst, waar de sociale normen ineens opdoemen om het gevoel van vrijheid te beknotten, dáár zit de spanning en de potentiële pijn – al lijkt Samson met Eilanddagen vooral die vrijheid te willen vieren in een blij boek, want dat gevoel van vrijheid overwint, en vrij eenvoudig ook.

Dat zien we al nadat de drie op een nacht in slaap vallen in een bos. De woede van hun ouders, de volgende ochtend, levert een van de sterkste momenten in de roman op. De normen van anderen tellen, of je wilt of niet. Maar Samson wil daar niet lang bij stilstaan – hij wil juist ruimte geven aan de onschuld van de jongeren, die zoenen omdat het goed voelt en hen overkomt, en niet de moraal de boeman laten zijn. Dat geeft zijn verhaal minder kracht dan erin had gezeten.

Daar komt bij dat Samson beter blijkt te zijn in het beschrijven van pijn dan van verliefdheid: dan worden zijn woorden gauw flets en inwisselbaar, net als in zijn teleurstellende jeugdroman Overspoeld (2014). Zijn lyriek voelt algauw gemaakt – lange zinnen om ademloosheid te suggereren, laten vooral die suggestie zien. Samson zet een breed palet van stilistische mogelijkheden in, en dat is te prijzen: zijn mythische verwijzingen en mooie motieven werken, en maken literatuur van zijn verhaal. Maar de literair uitdagende je-verteller schiet dan weer zijn doel voorbij. De aangesproken lezer moet de hele tijd voelen wat die opdringerige verteller hem in de schoenen schuift, Jakobs gevoelens incluis. Dat geeft je als lezer een onvrij gevoel – en zo is het toch alsof Samson je zijn vrijheidsverhaal wil inpeperen.