De verschraling na Van Gaal

Nu Louis van Gaal weg is bij Manchester United, is er bijna geen Nederlandse trainer bij een buitenlandse topclub meer over.

Louis van Gaal (links) in 1998 als coach van FC Barcelona, met assistent-trainerRonald Koeman. Foto LLUIS GENE/EPA

Het is nu misschien moeilijk voor te stellen, maar er was eens een tijd dat de voorzitter van de Coaches Betaald Voetbal (CBV) Nederlandse voetbaltrainers vergeleek met Hollandse pioniers die al in de zestiende en zeventiende eeuw de wereld over reisden. Op de website van de vakbond staat dat ‘Nederlandse voetbaltrainers de Rembrandts van nu’ waren. Kunstenaars met pioniersgeest.

In het jaar dat toenmalig voorzitter Jan Reker die vergelijking maakte, 2006, was dat beeld nog te rechtvaardigen: dat jaar maakten vier Nederlandse bondscoaches hun opwachting op het WK in Duitsland. Bij het naderende EK in Frankrijk ligt dat anders: het zijn er nul. En dat is niet het enige. Maandag werd Louis van Gaal (64) ontslagen bij Manchester United, hij die misschien wel de laatste trainer was die het Nederlandse gilde vertegenwoordigde aan de wereldtop. Voormalig trainer Co Adriaanse (68) kan dit beamen: „De beste die we de laatste 25 jaar hebben gehad.”

Wat rest is een leegte die zich volgens Adriaanse nauwelijks laat opvullen in een tijd dat het peloton Nederlandse toptrainers is uitgedund tot een enkeling – Ronald Koeman – die nog kans maakt op een fraaie stap omhoog. „Net als bij onze spelers staat ook de ontwikkeling van veel trainers stil”, stelt Aad de Mos (69), die als coach met het Belgische KV Mechelen de Europa Cup II won. „Wij verheerlijken nog steeds het voetbal dat niet meer van deze tijd is. Onbekende namen uit Duitsland en Spanje hebben zich beter ontwikkeld.”

Treffend was dat Mario Been in 2015 niet door de selectie kwam bij het Cypriotische Apoel Nicosia, dat koos voor een trainer uit het land dat net het WK had gewonnen: Duitsland.

Alleen Koeman is nog over

Lange tijd heeft het CBV kunnen bogen op trainers als Dick Advocaat, Leo Beenhakker, Guus Hiddink en Van Gaal, die kampioenschappen vierden met clubs als Zenit St. Petersburg, Real Madrid, Chelsea en Barcelona. Maar nu het einde van hun carrières nabij is, blijft alleen Koeman over met een voorname positie in het voetbal. Hij zit bij Southampton, waar hij de interesse van grotere clubs heeft gewekt door ook in zijn tweede jaar een Europa-Leagueticket te bemachtigen. Andere bekende namen verblijven elders, verwijderd van de top: Fred Rutten (Al Shabab, Dubai), Martin Jol (Al-Ahly, Egypte) en Bert van Marwijk (bondscoach Saoedi- Arabië).

„Koeman kan de Europese top halen, maar dan moet hij nu vertrekken”, zegt Adriaanse. „Hij heeft twee jaar boven verwachting gepresteerd, waardoor de kans des te groter is dat het volgend seizoen minder is en de interesse wegebt. Tenzij hij zich met Southampton plaatst voor de Champions League. Dan neemt de interesse weer toe.”

Waarom er geen nieuwe generatie toptrainers klaarstaat? Adriaanse weet het wel. „Onze generatie profiteerde van het feit dat talentvolle spelers langer in Nederland bleven. Zo konden ze internationaal beter presteren en kwamen ze in beeld bij de Europese top.”

Hiddink won met PSV de Europa Cup I, Van Gaal in 1995 met Ajax, toen het toernooi al was omgedoopt tot de Champions League. „Nu gaan spelers veel eerder weg en is het vrijwel uitgesloten ver te komen in Europa”, zegt Adriaanse. „Dat zie je aan Frank de Boer. Hij heeft het redelijk gedaan, maar door ongunstige lotingen heeft hij niet zijn visitekaartje kunnen afgeven. Wie dat wil, moet ook goed voetbal spelen, niet alleen tegenhouden.”

Trainer die verder kijkt

In de eredivisie was er dit jaar een trainer die een veelbelovende entree maakte. Erik ten Hag won in zijn eerste jaar als trainer van FC Utrecht de Rinus Michels Award – de 34 trainers in het betaalde voetbal vonden hem de beste. Aad de Mos ziet daarin de beloning voor een trainer die verder keek dan de Nederlandse spelfilosofie door een jaar te werken bij het tweede elftal van Bayern München, onder tactisch brein Pep Guardiola. Hij meent dat het Nederlandse gilde in een tussenfase zit en dat zich vanzelf weer grotere trainers aandienen. Als ze maar over de grens durven kijken, benadrukt hij.

Adriaanse vindt dat niet reëel. „Waar moeten ze dan heen? Bij clubs in de buitenlandse subtop leren ze niks. Ten Hag bevond zich in een unieke positie doordat hij mocht meekijken bij Guardiola. Maar verder zullen grote buitenlandse clubs niet snel een Nederlandse trainer voor hun tweede team aanstellen.”

Het komt altijd weer goed

Volgens Gerard Marsman, directeur van Coaches Betaald Voetbal, is het ook een kwestie van geduld. „Ik heb al meerdere malen meegemaakt dat er een situatie is die mensen zorgen baart, en troost me met de gedachte dat het altijd weer goed komt. Soms lijken we in deze tijd te verwachten dat mensen in sneltreinvaart de top bereiken. Maar vergeet niet dat Dick Advocaat ook bij DSVP in Pijnacker is begonnen, en Leo Beenhakker bij SV Epe. Trainen is een vak van ervaringen dat je je langzaam eigen moet maken.”

De Mos: „De weg van geleidelijkheid is de beste. Luis Enrique ging van Barcelona II naar AS Roma, stapte over naar Celta de Vigo en werd toen pas trainer bij het eerste team van Barcelona. Als trainer kun je soms kiezen uit antwoord A, B of C. Om te weten dat A het beste is, moet je eerder al verkeerde beslissingen hebben genomen. Mijn hoop? Danny Blind. Hij neemt logische beslissingen, al had het soms wat sneller gemogen.”