Recensie

Braziliaanse architect Lina Bo Bardi gaf beton een ziel

Mike Cooter over Lima Bo Bardi Foto Eric de Vries

„Pfff, wat een trap hè. Hoe bestaat het? (…) Je tilt de mensen omhoog, wat een generositeit. Iedereen die die trap oploopt is ineens een nobele.” Op de enorme houten wenteltrap van architect Lina Bo Bardi vergeet Aldo van Eyck zijn hoogtevrees, zo onder de indruk is hij – „het is eigenlijk geen trap, het is een wonder.”

De Nederlandse architect Van Eyck is aan het woord in een documentaire over Bo Bardi, die in 1946 uit Italië emigreerde naar Brazilië. Daar ontwikkelde ze zich tot een humanistisch architect: ontwerpend met de mens in gedachten, op vernuftige wijze. Mocht een plein niet bebouwd worden, dan hing ze een museumgebouw gewoon aan een arm erboven. Toen kon het wel.

Dat u haar niet kent is een onrecht dat kunstcentrum Stroom ongedaan maakt met een expositie, waarin verschillende documentaires elkaar afwisselen. Brazilië ligt buiten ons Europese blikveld, afgezien van het Bauhausachtige Brasilia. Daarmee werd Oscar Niemeyer het gezicht van modern Brazilië, maar Bo Bardi - net zo betonminnend - gaf modern Brazilië een ziel.

In Sao Paulo verbouwde ze van 1977 tot 1986 een fabriek tot cultureel centrum SESC Pompéia: met sportruimtes, een zwembad, theater, horeca en een boardwalk om te kunnen zonnen. Bo Bardi bleef ook na opleveringen vaak betrokken met haar interesse in de energie van buurten, in behoud en restauratie. Bij SESC Pompéia deed ze dat door tentoonstellingen te maken over insecten of volkscultuur, kunst tot Kunst verheffend. Muren zijn bijzaak, het gaat om het gebruik ervan.

Dit alles maakt een tentoonstelling over haar een uitdaging. Gebouwen verplaats je niet, documentatie is snel saai. Daarom probeert Stroom het met meer leven: events, films, ingrepen door kunstenaars ‘in de geest van Bo Bardi’. Dus bekijk je documentaires zittend op een fluorescerende reuzeotter en staat er een ‘zit-uil’ (van Manuel Raeder en Mariana Castillo Deball), giraffenstoelen (bestonden al), stellages met planten (Céline Condorelli) en een amoebevormig podium van Mike Cooter: de vorm die Bo Bardi aan ramen gaf. Omdat vierkante ramen een veel te rechtlijnige blik op de wereld geven.

Het hoofddeel van de expositie bestaat uit glazen museumsokkels naar ontwerp van Bo Bardi. Wendelien van Oldenborgh behing ze met schilderijen uit Bo Bardi’s tijd en met intuïtieve collages. Die bestaan uit knipsels, foto's, schetsjes, transcripties van gefingeerde ontmoetingen.

Maar ze zijn lastig leesbaar: waarom dit gesprek, waar komt die foto vandaan, waar kijk ik naar?

Zo wordt de associatieve mix ontoegankelijk. Een koperen gordijn is een interpretatie van de parketvloer in Bo Bardi’s woning, door Leonor Antunes. Mooi, maar dat moet je weten. De tentoonstelling slaat verschillende wegen in, waarvan sommige doodlopen. De vraag wie die Bo Bardi was, zal voor veel bezoekers onbeantwoord blijven.