Beter klimaat start-ups is goed voor Europa én Nederland

Kan Europa de Verenigde Staten bijbenen in de race naar de bedrijvigheid van morgen? Deze week vindt in Amsterdam het Startup Fest Europe plaats, een grote conferentie waar investeerders en jonge ondernemers, maar ook veel beleidsmakers en gevestigde ondernemingen, samenscholen om het oude continent een zet te geven naar de nieuwe economie.

Voor een deel betreft het hier een herverpakking van oude principes en mechanismen in een hip jasje. Tot een jaar of tien geleden was het „midden- en kleinbedrijf de banenmotor van de economie”. Deze stoffige polygoontaal is verruild voor een nieuw jargon, waar een start-up (jonge onderneming) via een scale-up (uitbreiding) een unicorn (bedrijf met een waarde van meer dan een miljard) hoopt te worden. Maar het principe blijft hetzelfde. De samenleving moet het, om welvaart en werkgelegenheid te creëren, hebben van beginnende en groeiende ondernemingen, en moet daarvoor ruime mogelijkheden bieden.

Anders dan voorheen is dat de nieuwe bedrijvigheid het voor een groter deel moet hebben van de mogelijkheden die de snelle technologische verandering biedt. Internetdiensten, of nieuwe diensten en producten die vooral mogelijk zijn of worden door internet, kunnen nieuwe markten aanboren. Of bestaande markten op hun kop zetten. Tot nu toe wordt deze nieuwe bedrijvigheid gedomineerd door Amerikaanse spelers, waarvan de belangrijkste aanwezig waren in Amsterdam.

Het is terecht dat Europa zich de opdracht stelt zelf een grotere rol te gaan spelen. Amsterdam kan een van de leidende regio’s worden. De locatie van Startup Fest Europe in de hoofdstad is hopelijk het begin van een traditie De voorwaarden voor een goed klimaat voor start-ups zijn bekend: een levendige ondernemingscultuur, minder hindernissen, financiers die een risico durven nemen en een betere samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven. En ruimte voor een goed, innovatief idee. Bij dat laatste worden nieuwe toetreders gehinderd door een minder aantrekkelijk aspect van de nieuwe economie: de neiging van spelers om een monopolie na te streven.

Daar zit voor Europa de grootste uitdaging. Nieuwe toetreders hebben het moeilijk omdat veel gras op de steppe van het internet al is afgegraasd. Maar een goede innovatie maakt altijd kans. En, zoals de vertegenwoordigers van de bestaande technologiereuzen, benadrukken, beter onderwijs in Europa kan wonderen doen. Daar zouden zij zelf ook aan kunnen bijdragen door voortaan hun fair share aan belasting te betalen. Ook een goede traditie, trouwens.