Bericht vanuit het verwrongen staal

Bij de slag die Oekraïense regeringstroepen eind 2014 met de rebellen leverden om het Oekraïense vliegveld van Donetsk, vielen honderden doden. Een ooggetuige schreef er een wrange roman over.

Drone-foto, genomen op 15 januari 2015, van de vernietigde verkeerstoren op het vliegveld van Donetsk Foto AP/ArmySOS

Zolang de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk in Russische handen zijn en Oekraïne en Rusland informatie over het oorlogsgebied als strijdmiddel gebruiken zullen we niet weten wat er zich de afgelopen twee jaar precies heeft afgespeeld. Maar dat de oorlog zinloos en buitengewoon wreed was, staat vast.

Een van de krankzinnigste veldslagen was de maandenlange strijd om het vliegveld van Donetsk, voor het Europese voetbalkampioenschap van 2012 voor miljarden opgeknapt, nu gereduceerd tot een hoop verwrongen staal waar geen steen op de andere is gebleven. De veldslag duurde van eind september 2014 tot eind januari 2015. Er vielen honderden doden. Uiteindelijk wonnen de rebellen, die verre in de meerderheid waren.

De eerste roman over de nu al gemythologiseerde slag tussen de (Oekraïense) cyborgs en de (pro-Russische) orcs is verschenen. De Amerikaanse oorlogsfotograaf van Russische origine Sergej Lojko, die voor de Los Angeles Times onder meer werkte in Roemenië, Tadzjikistan, Tsjetsjenië, Afghanistan en Irak, zat in het heetst van de strijd vier dagen aan Oekraïense kant op de luchthaven. Hij schreef er een roman over waarin een Amerikaans-Russische oorlogsfotograaf (Aleksej Moltsjanov) de hoofdpersoon is.

Die fotograaf heeft ooit als soldaat van het Russische leger gevochten in Tsjetsjenië en heeft de oorlog dus in al zijn gruwel aan den lijve leren kennen. Het boek begint zo: ‘In de mist boven de startbaan stond een woeste, harige massa grommend en blaffend te wroeten. Honden, verwilderd in deze tijd van oorlog, hongerig als wolven, waren bezig het lichaam van een nog levende (als je de warmtekijker van zo’n zeventig meter afstand mag geloven) separ aan stukken te scheuren.’

Separ is de afkorting waarmee Oekraïense soldaten de separatisten van de Volksrepubliek aanduiden. Bijnamen, scheldwoorden, pseudoniemen, schuilnamen zijn het kaf van de oorlog. In De luchthaven heten de Oekraïense soldaten Jakhals, Bander, de Beer, Scherzo, Engel of Panas. Als de fotograaf door de vijandelijke linies heen het slinkende groepje Oekraïners bereikt zijn ze al wekenlang omsingeld door een grote overmacht. De rebellen hebben hen vanwege hun doorzettingsvermogen verbaasd cyborgs gedoopt. Dit is geen literair verzinsel van Lojko: in heel Oekraïne staat de handvol cyborgs die de slag overleefden onder die geuzennaam in hoog aanzien. Maandenlang hielden ze stand, dag in, dag uit werden ze bestookt. De grote vraag bij het lezen van dit alles is: waarom?

Nutteloze bomkrater

Strategisch gezien was de luchthaven van Donetsk, genoemd naar de Russische componist Sergej Prokofjev, allang tot een nutteloze bomkrater gereduceerd. De Oekraïense positie was onhoudbaar. Het gevecht van man tot man, met sluipschutters, tanks en granaatwerpers was moordend. Maar de cyborgs wisten van geen wijken. Je vraagt je af in hoeverre dit eigen initiatief was van de doorgaans vrijwillige bataljonssoldaten of beleid van het Oekraïense opperbevel, dat ook bij de veldslagen rond Ilovajsk en Debaltseve weinig realiteitszin betoonde. Ook daar kwamen vele honderden soldaten om. Met moderne oorlogsvoering heeft de strijd in Oost-Oekraïne niets van doen. Het is een oorlog van loopgraven, stadsguerrilla, sluipschutters, bommen en granaten. De Oekraïners vechten voor hun land, de Russen voor hun invloedssfeer.

Elk hoofdstuk begint met een literair citaat en een zwart-wit foto van Lojko: het leven gereduceerd tot een man, een sigaret, een baard van weken, een helm, een scherfvest en een machinegeweer. Uit het lied ‘Neem het de soldaat niet kwalijk’ van de populaire Russische bard Boelat Okoedzjava: ‘We gaan altijd op pad als op aarde de lente losbarst/ en met onvaste tred, op een gammele trap/ en er is geen redden aan.’ Minstens 3.000 soldaten zijn de afgelopen twee jaar in de Donbas omgekomen, maar de meeste van de ongeveer 10.000 slachtoffers zijn gewone burgers.

Als roman is De luchthaven niet heel sterk. Het verhaal kent alle clichés van het oorlogsgenre: mannenmoed, lijken, druipende hersenen, opengereten lijven, honger en dorst, pus, pis en een enkele veldfles wodka, soldatenhumor en solidariteit tot in de dood. Lojko combineert het met de liefde van de fotograaf voor Nika, deelneemster aan de Majdan-revolutie, net getrouwd met de commandant van de cyborgs, die de strijd tot het bittere einde aanvoert. Dat is allemaal wat veel van het goede. Maar het boek drukt je wel met de neus op het feit dat aan de oostgrens van Europa een schimmige oorlog woedt die hier de kranten nauwelijks meer haalt. Een oorlog die is aangewakkerd door een buurland dat vindt dat het zeggenschap heeft over een vroegere vazalstaat die zich probeert te ontworstelen aan zijn invloedssfeer.

Nachtelijke helletocht

Ik vrees dat Lojko weinig fantasie nodig heeft gehad om de bestialiteit van die oorlog te beschrijven. De cyborgs bewaren enkele lijken van orcs in een koelkast omdat ze niet weten wat ze er anders mee moeten doen. Spottend spreken ze over hun ‘schildwachten’. Oekraïense lijken worden op pantservoertuigen vastgebonden voor een nachtelijke helletocht door de vijandelijke linies naar Oekraïens territorium. Met diezelfde voertuigen wordt munitie, versterking en leeftocht aangevoerd. Mannen raken bedolven onder de steeds verder instortende vertrekhallen van het vliegveld. Als commandant Bander het eindelijk opgeeft is er nog maar een handvol mannen over. De fotograaf sterft op de operatietafel, de cyborgcommandant overleeft zijn verwondingen.

In Kiev sprak ik vorige zomer een cyborg. Een doodgewone man met een buik en een vlassig baardje. Vóór de oorlog was Vjatsjeslav Zajtsev archivaris in een archeologisch reservaat in de zuid-oost-Oekraïense stad Zaporizje. De cyborgs vochten tegen Tsjetsjeense huurlingen, locale rebellen en Russische soldaten, vertelde hij. Waarom het vliegveld zo belangrijk was? ‘Omdat het een uitvalsbasis was voor de herovering van Donetsk en uiteindelijk een symbool werd voor onze bevrijdingsstrijd.’ Volgens hem zijn er tussen de 200 en 300 Oekraïense soldaten omgekomen.