Als een wervelwind door het stadhuis

Interview Kemal Rijken Deze vrijdag verschijnt de biografie van Eberhard van der Laan. Auteur Kemal Rijken kwam geen schandalen tegen.

foto LEX VAN LIESHOUT/ANP XTRA

Het eerste dat journalisten van hem wilden weten: waar zijn de schandalen? „Maar ik héb geen schandalen gevonden”, zegt Kemal Rijken. De journalist en schrijver maakte een biografie van Eberhard van der Laan, de burgemeester van Amsterdam – en denk nou niet dat hij niet naar schandalen heeft gezocht. Zo is hij in het Kadaster nagegaan of achter de naam E.E. van der Laan panden stonden die er verdacht uitzagen. Bingo! Een nieuwbouwhuis op de Wallen waarvoor Van der Laan in 2006 circa 15.000 euro had betaald. Dat kon toch niet kloppen? Het bleek wel te kloppen; het huis is aangekocht, net als enkele buurpanden door anderen, voor rond de 15.000 euro en wordt voor een veelvoud daarvan afgebouwd. Alleen de aankoopsom hoeft in het Kadaster. „Ik heb echt onderzoek gedaan”, zegt Rijken. Conclusie: het politieke leven van Eberhard van der Laan is niet gebouwd op list en bedrog, zoals in zijn favoriete tv-serie House of Cards.

Heeft Van der Laan meegewerkt aan uw biografie?

„Haha, geen schijn van kans, zei hij tegen me. Maar hij werkte me ook niet tegen. Zo kon ik 120 mensen spreken die Van der Laan heel goed kennen. Zijn zus, zijn eerste serieuze vriendin, studievrienden, oud-collega’s, politieke vrienden en vijanden.”

U sprak niet met zijn huidige vrouw of met de inmiddels volwassen kinderen uit zijn eerste huwelijk.

„Nee. Ik heb de familie bewust met rust gelaten. Ik ben als politicoloog opgeleid, ik wilde de politieke Werdegang en maatschappelijke ontwikkeling van Van der Laan beschrijven.”

Na een uitvoerige schets van een gelukkige jeugd – het veruit jongste kind in een doktersgezin in Rijnsburg met diepe belangstelling voor en ijverige toewijding aan de maatschappij – beschrijft Rijken hoe de jonge Van der Laan op verkenning gaat in de wereld van de politiek. Hij bezoekt vergaderingen van radicaal linkse splintergroepen; hij ziet daar niets in. Als rechtenstudent aan de VU treedt hij toe tot de faculteitsraad, waar hij zijn debatstijl ontwikkelt: „Ik weet er misschien niet zoveel vanaf, maar…” En dan iedereen verbazen met een betoog dat hout snijdt.

In 1976 wordt hij lid van de PvdA, afdeling Kostverloren in Amsterdam-West. Het is in die jaren een actiepartij, met een ‘ombudspost’ waar Van der Laan zich specialiseert in hulp aan huurders tegen malafide huisbazen. Het is volgens Rijken een van de pijlers van Van der Laans politieke bestaan. Hij ontwikkelt een grote kennis van de volkshuisvestingsproblematiek, waar hij tot de dag van vandaag affiniteit mee houdt, neemt plaats in de invloedrijke partijwerkgroep Volkshuisvesting en speelt zichzelf langzaam maar zeker in de kijker van de partijbonzen.

Niet iedereen vertrouwt hem dan in de partij.

„Hij blijft vaak op de achtergrond in van die typisch linkse schreeuwvergaderingen en sommige PvdA’ers weten daardoor niet waar hij staat. ‘Ik heb hem nooit op een mening kunnen betrappen’, zegt een inmiddels ex-wethouder. Ze noemen hem, volgens de toenmalige secretaris van het gewest Amsterdam, ‘Epie Lepie’; een jongen die ‘slinks en snel kan opereren en dingen zijn kant op kan trekken’.”

Dat is dezelfde secretaris die burgemeester Polak per persbericht maant op te stappen na de gewelddadige ontruiming van een kraakpand aan de Vondelstraat in 1980…

„En die door Van der Laan daarop wordt aangevallen, ja. Van der Laan schrijft dan met die secretaris en een andere bestuurder een nieuw persbericht waarin de burgemeester overeind blijft.”

Zo’n bijnaam en dit soort acties – de PvdA was niet altijd even gezellig.

„De PvdA staat bekend als een vechtpartij, ja, dat was toen ook zo.”

Hoe lief was Van der Laan dan eigenlijk?

„Het is een man met lieve kanten. Hij is mateloos. Als hij lief is, is hij heel lief. Als hij boos is, is hij ook echt boos. Hij kan ook functioneel boos zijn. Mensen die hem niet gewend zijn, schrikken daar wel eens van. Er is wel eens een ambtenaar in tranen de kamer uitgelopen.”

Hij is mateloos. Als hij lief is, is hij heel lief. Als hij boos is, is hij ook echt boos

Kemal Rijken, biograaf

Ik bedoel: hoe lief was de opklimmende politicus? Hij is in 1993 raadslid in Amsterdam als de partij concludeert dat híj fractievoorzitter moet zijn in plaats van Annet de Waart. Ze wil zelf niet weg, maar op de kandidatenlijst voor de volgende verkiezingen staat haar naam niet eens meer.

Such is politics.”

Je zou denken, Van der Laan of zijn bondgenoten maken de weg voor hem vrij ten koste van anderen.

„Annet de Waart neemt hem vandaag de dag niets kwalijk.”

In 2010 wil hij burgemeester van Amsterdam worden. De vertrouwenscommissie van de raad verkiest Annemarie Jorritsma boven Van der Laan. Toch wordt hij burgemeester.

„In de vertrouwenscommissie heeft elke partij één stem. Zes van de negen partijen, waaronder D66, willen liever VVD’er Jorritsma. Het is gebruikelijk dat de voordracht van de vertrouwenscommissie leidend is. Maar Van der Laan doet als nummer twee geen stap terug. Er komt een speciale raadsvergadering waar de raad bij meerderheid van alle leden kan beslissen. En daar is wél een meerderheid voor Van der Laan; PvdA, GroenLinks en SP hebben samen genoeg zetels.”

Dat klinkt als pure machtspolitiek. Hoe oordeelde Jorritsma daarover?

„Ik heb Jorritsma niet gesproken. Maar ja, politiek gáát over macht, de macht om dingen voor elkaar te krijgen. Dat is volgens mij belangrijk in Van der Laans politieke leven. Hij is gevormd door zijn tijd in die ‘ombudspost’ en door zijn werk als assistent van wethouder Jan Schaefer, een politicus van gas geven en doordouwen. Van der Laan wordt het kind van Schaefer genoemd en dat lijkt me terecht.”

Jan Schaefer was ook de man die op zijn sterfbed nog politieke plannen schreef en partijgenoten en ambtenaren naar het ziekenhuis liet komen om ze te bespreken.

„Voor dat soort mensen heeft Van der Laan veel respect. Ik denk dat hij dat van zijn vader heeft meegekregen. Die was huisarts en ook nog raadslid in Rijnsburg voor de ARP en heeft zich, in de woorden van Eberhards oudere zuster Ellen, doodgewerkt.

„Van der Laan is een ongekend activistische burgemeester geworden, in dat opzicht de tegenpool van zijn bedachtzame voorganger, Job Cohen. Hij gaat als een wervelwind door het stadhuis en hij eist van zijn ambtenaren complete inzet en loyaliteit. Ik hoorde van een ambtenaar dat als er tijdens een vergadering nog één iemand zit die het niet eens is met het standpunt van de burgemeester, ze net zo lang kunnen door discussiëren tot die ook om is.”

Mateloos, zei u al.

„Ik ontdekte in het leven van kettingroker Van der Laan een substantiële tabaksvrije periode. Vanaf 1985, toen zijn oudste dochter werd geboren, tot 1994, toen hij in een café in Madrid aan een bezoeker vroeg: ‘Ach, doe mij één trekje van je sigaret?’ De volgende ochtend kocht hij een heel pakje – alles of niets.”

U bent vrij positief over de burgemeester. Noemt hem aan het eind ook het soort leider waar Nederland op wacht. Had u op basis van dezelfde 120 interviews over Van der Laan ook tot een negatievere conclusie kunnen komen?

„Ik niet. Maar iemand anders had hem wel een poets kunnen bakken op basis van dezelfde gesprekken. Maar ik was daar niet op uit. Ik geloof in een positieve journalistieke aanpak.”

    • Bas Blokker