Brief

Onbehoorlijk bestuur

Klinkt positief, dat principebesluit van het college. Maar er wordt geen haast gemaakt. Een spoedprocedure voor een eerste brug is nodig. Elke dag steken 50.000 voetgangers en fietsers via de pont het IJ over met veel vertraging en toenemend ongemak. De komende jaren worden dat er 70.000. Stuk voor stuk met nodeloze wachttijd omdat een handvol hoge schepen – meest pleziervaart – op het IJ voorrang heeft. Amsterdam heeft als enige rivierstad ter wereld geen brug bij haar centrum. Sinds 1839 wordt elke brug over het IJ gedwarsboomd.

Anno 2016 doet de nautische wereld er nog steeds alles aan om deze brugloosheid voort te zetten. Nu eisen Rijkswaterstaat en de Havenmeester dat ponten, tunnels en bruggen als gelijkwaardige alternatieven onderzocht worden. Dat terwijl bruggen goedkoper en veiliger zijn. De tijdwinst door dit onderzoek zal Rijkswaterstaat benutten voor nieuwe wet- en regelgeving. Want het IJ valt niet onder de zeggenschap van de gemeente, maar onder, jawel, Rijkswaterstaat. Al enige tijd geldt op het IJ de curieuze regel van onbelemmerde doorvaart over 200 meter breedte. Slim hoor, dan kan er geen brugpilaar het water in. De handelswijze van Rijkswaterstaat en de Haven riekt – met tienduizenden moeizaam overstekende Amsterdammers – naar onbehoorlijk bestuur en het misbruiken van het overheidsmandaat. Een serieus verwijt in een serieuze kwestie.

Bas Kok, auteur Oerknal aan het IJ