WHO: bijna duizend doden bij aanvallen op klinieken

De WHO zocht uit hoe vaak medische klinieken in oorlogsgebieden de laatste twee jaar werden aangevallen.

Het Al-Quds-ziekenhuis in Aleppo ligt in puin na luchtaanvallen. Foto: Abdalrhman Ismail / Reuters

Bij aanvallen op medische klinieken in oorlogsgebieden zijn de afgelopen twee jaar bijna duizend mensen omgekomen en ruim 1.500 mensen gewond geraakt. Dat meldt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in een rapport. Het is voor het eerst dat de WHO een rapport uitbrengt over dergelijk geweld in oorlogsgebieden.

In de periode januari 2014 tot en met december 2015 werden volgens de WHO 594 aanvallen uitgevoerd in 19 landen. In totaal vielen hierbij 959 dodelijke slachtoffers en 1.561 mensen raakten gewond. De helft van de aanvallen waren gericht tegen medische klinieken, een kwart was specifiek gericht tegen medisch personeel. Uit het rapport blijkt verder dat de aanvallen in 62 procent van de gevallen doelbewust gericht waren op medische klinieken.

Met het rapport wil de WHO het probleem beter leren begrijpen en hoopt het tot oplossingen te komen:

“Dit rapport is een eerste poging de beschikbare data te verstevigen en te analyseren. Hoewel deze data niet allesomvattend zijn, kunnen ze wel een licht doen schijnen op de ernst en frequentie van het probleem.”

Nauwelijks meer artsen

Door het geweld in oorlogsgebieden zoals Syrië zijn er in dergelijke gebieden nauwelijks meer artsen te vinden. Uit een interview dat NRC-correspondent Gert Van Langendonck deze maand had met dokter Hatem (29), directeur van een kinderziekenhuis in Aleppo:

“Het is heel gevaarlijk in Aleppo, dus het is begrijpelijk dat ook dokters vertrekken. Ik schat dat er in Oost-Aleppo nog veertig tot vijftig dokters overblijven voor een bevolking van ongeveer 400.000 mensen.”