Weg met de haat! Hoe?

Politici over haat Tweede Kamerleden weten al lang hoe het is om uitgescholden te worden. Maar ze vinden het tijd om er iets tegen te doen. Alleen: wat? Moeten ze ‘in opstand’ komen? En hoe doe je dat?

Tweede Kamerlid Tunahan Kuzu, ex-PvdA’er en oprichter van de politieke beweging Denk, heeft een idee over hoe je haatzaaiers op internet het beste aanpakt: door zware straffen op te leggen of hen te verplichten tot een soort heropvoeding – een „educatie-straf”.

Slachtoffers moeten ook worden aangemoedigd om sneller aangifte te doen bij de politie. Zijn nieuwe Denk-collega Sylvana Simons zal dat ook doen, zegt Kuzu, over de ‘uitzwaaicampagne’ tegen haar op Facebook.

Afgrijselijk dat ras nu het politieke debat insluipt

Gert-Jan Segers (ChristenUnie)

De meeste politici weten al heel lang hoe het is om uitgescholden of bedreigd te worden. En hoeveel erger dat werd vanaf de tijd dat er geen getypte brieven, enveloppen en postzegels meer nodig waren om dat te doen – en er dus veel mogelijke momenten van bezinning verloren zijn gegaan. „Gevoelsmatig denk ik dat het nu weer heel veel erger wordt”, zegt SP-leider Emile Roemer. „Ik zie verschrikkelijk veel racistische en discriminerende uitingen. En die dreigen gewoon te worden.”

Roemer zegt dat hij minister van Integratie Lodewijk Asscher (PvdA) al vaak heeft gevraagd om bedrijven als Facebook en Twitter aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor haatcampagnes. Hij weet niet of Asscher dat al eens heeft gedaan.

Misschien worden de uitingen heviger. „Kijk naar wat er loskomt door de arrestatie van Ebru Umar in Turkije aan de ene kant”, zegt Gert-Jan Segers (ChristenUnie) over de bedreigingen en scheldpartijen die de columnist van Metro over zich heen kreeg, „en wat Sylvana Simons nu overkomt. Echt afgrijselijk dat ras nu het politieke debat insluipt.”

‘Achteloosheid groeit: alles kan’

Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch (PvdA) ziet de haatcampagnes via internet ook veranderen: mensen die eraan meedoen, vinden het steeds minder vaak nodig om anoniem te blijven. „Dat komt door het idee dat het allemaal kan en mag. De achteloosheid groeit, want dit is toch vrijheid van meningsuiting?”

De bedenker van de ‘uitzwaaicampagne’ stond op woensdag met een foto in NRC. Het was, vond hij, „tijd om naar buiten te treden”.

CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma noemt de Facebookactie tegen Simons „te genant voor woorden” en volgens hem gaat er iets „fundamenteel fout” in het politieke debat – door het idee dat vrijheid van meningsuiting ook betekent dat je alles maar kunt zeggen. „En al is dat nu geen populair onderwerp: er zitten grenzen aan die vrijheid. Ik vind dat de politiek in opstand hoort te komen tegen wat er nu gebeurt.”

Hoe? „Door wat ik nu doe: zeggen dat er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting. Beledigen mag niet in dit land.

D66-leider Alexander Pechtold ziet een nieuw soort „menselijke verzuiling” ontstaan: Google weet welke webpagina’s je graag ziet, Facebook welke berichten jij leuk vindt, Bol.com wat je hobby’s zijn en welke boeken je leest – waardoor je voortdurend wordt bevestigd in je eigen wereldbeeld. „Dan denk je: 99 procent van de mensen is het met mij eens.”

Waarom zou je je dan nog schamen? „Wat mij opviel aan de foto van die jongen”, zegt Pechtold over de uitzwaai-bedenker, „was zijn Perzische tapijt. Dan zie ik een ongelofelijke islamitische integratie.”