Molenbeek: het toneelstuk

Achtergrond Molenbeek Op de manifestatie ‘Re:Creating Europe’ wordt aandacht besteed aan de Brusselse wijk Molenbeek, hoe die kunstenaars inspireert en wat ze er kunnen bereiken. Stefan Hertmans schreef ‘Antigone in Molenbeek’.

De Brusselse deelgemeente Molenbeek, nu onderzoeksterrein voor kunstenaars. Foto Bart Dewaele

Kansarme wijken – voorheen meden en negeerden we ze het liefst, sinds de aanslagen in Brussel en Parijs hebben ze plots ieders aandacht als ‘broeinesten van terreur’. Verschillende theatermakers in Nederland en België verdiepen zich in zulke wijken en hun bewoners: in het Brusselse Molenbeek of de Amsterdamse Bijlmer. Soms op afstand, met een mooie poëtische tekst die empathie bepleit, soms ‘met de poten in de modder’: werkend in de wijk, in nauw contact met de bewoners.

Re:Creating Europe besteedt aandacht aan die ‘trend’ in de vorm van een voorstelling en een debat. In het debat staan vragen centraal als: hoe kun je als schrijver of theatermaker reageren op de aanslagen in Brussel? Wat kun je erover zeggen? En namens wie spreek je dan?

De Vlaamse schrijver Stefan Hertmans schreef op verzoek een eenakter, gesitueerd in Molenbeek. In dit stuk, een eigentijdse variant van Antigone, komt het Marokkaanse meisje Nouria de resten van haar broer, een zelfmoordterrorist, bij een Brussels politiebureau opeisen. Ze krijgt nul op rekest van de stugge, bureaucratische wijkagent. Hertmans toont in zijn tekst de complexiteit en ambivalentie van het onderwerp terrorisme. Systeem versus individu, wetgeving versus empathie. „Het is een moordenaar”, zegt Hertmans. „Maar: het is haar bróér.” Dat is volgens de schrijver in het debat over terrorisme een belangrijke taak van de kunstenaar: om steeds óók de andere kant van het verhaal te laten zien.

Hertmans schrijft, ingetogen poëtisch, over de ‘spaanderplaten’ en blauwe graffiti in de wijk. ‘Wind wervelt plastic in de straten op. […] De enorme flatscreen van de durumbar licht op.’ Hij kent de wijk, en komt er geregeld, vertelt hij aan de telefoon. „Het is niet dat hell hole dat er in de media van is gemaakt. Maar ik zie wel hoe de bewoners er met jaloezie kijken naar de blingbling van rijke Eurocraten, en dat die kloof alleen maar breder wordt. Dat is natuurlijk gefundenes Fressen voor haatimams.”

Installatie Beauty Verhalen Salon met rechts actrice Nazmiye Oral van Zina

Het deed hem pijn om te zien hoe hele perspopulaties neerstreken in de wijk na de aanslagen. Hoe iedere onschuldige passant een microfoon in het gezicht geduwd kreeg: of ze de daden wel afkeuren? „We moeten oppassen voor het effect van self-fulfilling prophecy”, zegt hij. „Hoe meer je die mensen stigmatiseert, hoe nerveuzer ze worden.” Met zijn Antigone in Molenbeek pleit hij voor de menselijke maat, en voor empathie. „Als kunstenaar voel ik mij verplicht aan de kant van de dialoog te staan, al lijkt dat nog zo naïef.”

Het gesprek aangaan is ook een belangrijke drijfveer voor regisseur Daria Bukvic, die afgelopen seizoen de jongerenvoorstelling Jihad maakte, naar het Waalse stuk Djihad over drie Syriëgangers uit Molenbeek. Bukvic woont in Bos en Lommer, een gemengde wijk, en merkt dat ook over gevoelige zaken als radicalisering met haar buren best een dialoog mogelijk is. „Maar je moet bereid zijn hem te starten. Als jij je hand uitsteekt, is er altijd wel iemand die hem aanneemt.” De regisseur repeteerde en monteerde haar voorstelling in Theater de Meervaart, in Slotermeer, waarvan 60 procent van de bewoners een niet-westerse achtergrond heeft. „Het theater bracht mij in contact met buurtbewoners die ervaring hadden met de thematiek van Jihad. Zo interviewden wij een vader wiens zoon in Syrië is omgekomen.”

Bij Jihad gaat het gesprek – over uitsluiting en radicalisering – door ná de voorstelling. Klassen die de voorstelling bezochten gingen na afloop in debat over de thematiek. „Als je vraagt: hoe kan kunst een verschil maken bij achtergestelde groepen in kansarme wijken? zeg ik: door middel van identificatie. Herkenning biedt troost. Als er theater over jouw dilemma’s wordt gemaakt, ben jij dus niet de enige die ermee zit.”

Theaterplatform Zina trekt, nu alweer twaalf jaar, nog dieper de wijken in. De Zina-methode, onder meer ook toegepast in de door Adelheid Roosen bedachte WijkSafari: kunstenaars en researchers ‘nestelen zich in een wijk’, en verzamelen daar verhalen. Afgelopen jaar werkte Zina in Molenbeek aan de audio-installatie Beauty Verhalen Salon. Vrouwen uit de wijk werden geïnterviewd terwijl ze een schoonheidsbehandeling kregen. Daar werden theaterteksten op gebaseerd, die diezelfde vrouwen later in de studio weer inspraken. Mede-oprichter van Zina Myriam Sahraoui: „Dat had veel effect op hun gevoel van eigenwaarde. Wij spraken niet namens hen, maar vroegen hun namens zichzelf te spreken.”

De interviews maakten veel los in de wijk. „We interviewden een vrouw die haar jihadistische zoon in Syrië verloor. Haar verdriet was taboe. Doordat haar verhaal in de installatie werd opgenomen, ontstond binnen de gemeenschap ruimte voor een gesprek.” En natuurlijk vullen die verhalen ook het beeld aan dat buitenstaanders van zulke wijken en hun bewoners hebben. „Je hoorde hier niet de moeder van een terrorist, maar een moeder die niet kan rouwen. Dat persoonlijke aspect verbindt.”

Jihad werd speciaal gemaakt voor schoolgaande, kwetsbare jongeren: het onderwerp zat in de zaal. Zina werkt voor en met inwoners van probleemwijken en bereikt een breed publiek. Maar veel theatermakers die zich met het onderwerp bezighouden, maken hun voorstellingen voor een overwegend blank schouwburgpubliek. Hertmans: „Bij mijn eenakter zitten straks geen inwoners van Molenbeek in het publiek. Hoewel ik geloof in het principe van de olievlek: als er maar één hoogopgeleide Marokkaanse in de zaal zit, dan ontstaat er mogelijk discussie binnen haar gemeenschap. Maar in het ergste geval preek je voor eigen parochie.” Hertmans beseft ook dat een pleidooi voor empathie in een gepolariseerde samenleving bij een deel van het publiek op onbegrip zou kunnen stuiten. „Des te beter: als je bij toeschouwers op weerstand stuit, ontstaat de noodzaak tot debat.”