Tem het populistisch spook

Front National wist bij de eerste ronde van de regionale Franse verkiezingen de rest van de gevestigde partijen te verpletteren, maar toen het er in de tweede ronde op aankwam verloor de partij van Marine Le Pen. FPÖ boekte een monsterzege in Oostenrijk, maar greep begin deze week net naast de macht. Geert Wilders toont al jarenlang spectaculaire cijfers in de peilingen, maar verloor vier verkiezingen op rij. Meestal dreigt de West-Europese kiezer alleen maar met een proteststem om de gevestigde orde naar huis te sturen, maar kleurt hij in de praktijk juist het cirkeltje voor die gevestigde partijen rood. Niet per se uit ideologische motieven, er is gewoon geen veilig alternatief. Het is dat, of thuisblijven. Dat laatste gebeurde overigens de afgelopen drie Tweede Kamerverkiezingen steeds meer. De populistische politicus wordt de macht wel gegund, het wordt hem tot nu toe niet altijd toevertrouwd.

Is de links-populistische partijen eenzelfde lot beschoren? De lakmoesproef is DENK, de partij die Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk begonnen nadat ze zich afsplitsten van de PvdA. Ze hanteren dezelfde tactiek als rechts-populistische partijen: inspelen op ongenoegen en het gevoel niet gehoord te worden. Dat Sylvana Simons aan het DENK-gezelschap is toegevoegd staat daar symbool voor. Ik heb DENK nooit concrete, realistische oplossingen zien aandragen voor de problemen die ze aankaarten. Dat neemt niet weg dat die problemen er zijn, en tot nu toe nauwelijks gehoord worden – of bedekt worden door wereldvreemde Haagse maatregelen, die vooral dienen om de autochtoon te tonen hoe hard er opgetreden wordt.

DENK creëert een lastige situatie voor partijen die tot nu toe vooral geneigd waren naar rechts op te schuiven op thema’s als migratie en islam, om boze burgers tegemoet te komen. Dat het lijdend voorwerp ook mondig blijkt, is dan even schrikken. Ik voorspel dat de kandidatenlijsten voor de verkiezingen van maart diverser zijn dan ooit.

Het recalcitrante, rebelse karakter van DENK is aanlokkelijk. Dat er inhoudelijk weinig bij die partij te halen valt, maakt een kersvers lid dat ik sprak niks uit: „Eigenlijk ben ik een soort PVV-stemmer.” Het populistisch spook werpt haar schaduw ook over ons land. Dat stemt treurig.

Historicus Geerten Waling promoveerde deze week op zijn boek 1848 – Clubkoorts en revolutie. Daarin omschrijft hij de opkomst van het politieke debat in dat revolutiejaar in Parijs en Berlijn. De gevestigde macht werd aan het wankelen gebracht, de onvrede van de bevolking mondde uit in democratische experimenten. Duizenden politieke debatclubs schoten als paddenstoelen uit de grond. Politieke partijen waren er niet. Het debat werd gevoerd over de fundamenten van de democratie. Ineens mocht je zeggen wat je wilde, en mocht je daar ook met elkaar over praten. De persvrijheid zorgde ervoor dat die ideeën ook nog eens verspreid konden worden.

Tientallen jaren erna ontstaat de politieke partij zoals we die nu kennen. Waling betoogde in de Volkskrant dat het moment daar is om te kijken of democratie alleen ingevuld kan worden door een partijenstelsel. Hij stelt de vraag of dat nog wel van deze tijd is; partijen verliezen massaal leden. Thorbecke heeft in de grondwet nooit de eis gesteld dat politieke partijen onderdeel moeten zijn van een democratie.

Dat het rommelt in Nederland is geen nieuws. Het boek van Waling inspireert en lijkt in vlagen niet het verleden maar het heden te beschrijven. Het populistisch spook waart door Nederland, en Europa. Misschien dat het beest getemd kan worden als burgers niet alleen verteld wordt dat ze gehoord worden, maar als er ook daadwerkelijk naar ze wordt geluisterd.