Succes brengt ‘Kunsthart’ tot in Carré

De voorstelling ‘Kunsthart’ begon op een achtertoneel, voor dertig man. Morgen wordt de tournee afgesloten in Carré. „Dit is onze grote galafinale.”

Het toneelstuk Kunsthart, met Sieger Sloot (links), Guy Clemens als Mariss Jansons en Hannah van Lunteren. Lineke Rijxman speelt haar rol nu. Foto Sanne Peper

Kleine voorstellingen worden groot. In 2013 probeerde theatergezelschap Mugmetdegoudentand een nieuwe tekst uit, van (toen) beginnend toneelschrijver Nathan Vecht. Een half uurtje duurde deze eenakter, Een eerlijk mens, waarin Mark Rutte, gespeeld door Guy Clemens, achter de gesloten deuren van het Torentje plots blijk geeft van een hartstochtelijke liefde voor kunst. De opzet was bescheiden: met twee acteurs (ook Sieger Sloot) op het achtertoneel van theater Bellevue, voor dertig toeschouwers.

Drie jaar later sluit de Mug een onwaarschijnlijke succestournee morgen af met een voorstelling in Carré, voor (hopelijk) duizend man publiek. Nathan Vecht: „Dat is wel bijzonder, voor een stuk zonder BN’ers en met het woord ‘kunst’ in de titel. Ik had nooit gedacht dat een voorstelling met deze thematiek zo aansprekend zou blijken te zijn.”

Een eerlijk mens speelde in 2013 op de opening van het Theaterfestival. Vecht breidde de eenakter daarna uit tot het drieluik Kunsthart: drie ontmoetingen, alle ontleend aan de actualiteit, waarin steeds de nuchtere Hollandse koopmansgeest botst met de romantische kunstenaarsziel. Wim Pijbes met zijn grootse museumdromen komt in conflict met een mevrouw van de fietsersbond, dirigent Mariss Jansons praat met de vrouw van dj Armin van Buuren over een leven in dienst van de kunst, en Rutte onderwijst zijn uilige speechschrijver Anton, die zich afvraagt wat dat is: de ‘kano’ van de Nederlandse literatuur. In 2015 werd Kunsthart geselecteerd voor het Theaterfestival als een van de beste voorstellingen van het jaar. Clemens werd genomineerd voor acteerprijs Louis d’Or.

En nu volgt dus de ‘dernière’ in Carré. Regisseur Lineke Rijxman: „Wat ons betreft is dit echt de laatste, onze grote galafinale. Dit stuk is heel dicht op de tijd geschreven, dat kun je niet nog jarenlang doorspelen. Helaas.” Zij en scenograaf Christiaan Klasema leunen in Carré met hun rug tegen het podium en kijken geïmponeerd de reusachtige zaal in. „We begonnen met minder stoelen dan deze eerste twee rijen!” In Carré zijn de bovenste balkons nauwelijks te zien. „Het zou leuk zijn als het tot die gordijntjes vol zit.” Rijxman gebaart naar een punt op driekwart van de tribune. „Als je hoger zit gaat misschien toch een bepaalde mate van intimiteit verloren. Maar ik vind het een fijne, toegankelijke zaal. Het is geen eng beest.”

Dat klinkt gek, streven naar intimiteit in het kolossale circustheater, maar toen ze Carré voor het eerst bezochten besloten Rijxman en Klasema algauw dat ze de kleine productie niet zouden opblazen. Klasema: „We begonnen met een toneel van zeven meter, en dit is twee keer zo breed. Het decor bestaat uit verrijdbare panelen – een soort hekwerk, zoals bij werkzaamheden. Het idee was ‘wederafbraak’, als verwijzing naar de kunstbezuinigingen. Even leek het verleidelijk om een ruimere opzet te kiezen, met veel meer panelen, maar we hebben besloten het klein te houden. De eenvoud is ook de kracht van deze voorstelling.”

Wel kozen ze ervoor om niet op het reusachtige toneel te spelen, maar op een kleiner podium dat een stukje de zaal in komt. Met de acteurs liepen ze het hele stuk door – hoe groot zijn de afstanden, hoe lopen de zichtlijnen? En: hoe klinkt het? Op dit balkon? En nog hoger?

Cruciaal voor het behoud van het intieme karakter van de productie is licht, legt Klasema uit. „Daar hebben ze in Carré veel ervaring mee, omdat hier soms ook een cabaretier in zijn eentje op een stoel zit. De truc is om niet de diepte te belichten. Als je met het licht de speelvloer goed kadert vang je toch de aandacht.”

De grootste ingreep waartoe ze besloten is het gebruik van zendmicrofoons. Rijxman: „Het zou gek zijn om nu opeens enorm uitvergroot te moeten spelen. Maar het is denk ik wel wennen. Er schijnt met die zenders toch een nanoseconde vertraging in het geluid te zitten, dan valt de lach net iets later dan je gewend bent.”

De ‘promotie’ van Kunsthart naar Carré past binnen de ambitie van de Mug om een breder publiek te bereiken. Dat kan in dit geval, dankzij de urgente thematiek van het stuk en de directe verwijzing naar de politieke en bestuurlijke actualiteit. De voorstelling werd zelfs opgepikt buiten het theatercircuit: de Mug speelde Kunsthart onder meer voor D66-cultuurwoordvoerders, en voor sponsors van het Mauritshuis. Rijxman: „Jan Raes (de directeur van het Concertgebouworkest) is komen kijken, en Wim Pijbes zelf kwam ook kijken, die was erg enthousiast.” Nathan Vecht: „Het is alleen nog niet gelukt om Rutte in de zaal te krijgen, helaas. Maar Carré is groot, en het is nog niet uitverkocht, dus wie weet.”