Recensie

Raymond Barion ziet alles graag scheef

Raymond Barion: Landscape (Pick-Up), 1982, 140 x 200 cm Foto Gert Jan van Rooij

Op de schilderijen van Raymond Barion staan overal lijnen, strepen, kaders, vensters en omtrekken. Is het de schilder zelf die met die enorme structurering grip op zijn onderwerp probeert te krijgen? Of wil hij ons als kijkers houvast bieden bij het indelen en begrijpen van de voorstelling? Maar ook met deze handreikingen krijg je er geen vinger achter – het blijft raadselachtig, op het vervreemdende af.

In Barions isometrische manier van tekenen, waarbij alles van bovenaf en vanaf een hoek wordt bezien, is er geen perspectief en zelden een horizon. Alles lijkt te zweven.

Met de tentoonstelling Isometric Landscapes biedt de Amsterdamse Upstream Gallery Raymond Barion zijn eerste solo in decennia. Galeriehouder Nieck de Bruijn las een interview met hem in kunsttijdschrift Metropolis M en zocht hem meteen op. Barion (1946, Valkenburg) bleek vele jaren in alle rust en stilte te hebben geschilderd, naast een halve baan als docent.

In veertig jaar tijd heeft hij op die manier vijfentwintig doeken gemaakt, die nog allemaal bij hem thuis waren. Nu hangen er zeven in de galerie, samen met een aantal kleine sculpturen en tekeningen in een aparte ruimte.

Barions werk zit vol verwijzingen naar schilderkunst (Bacon, De Chirico), naar Amerikaanse popcultuur en naar architectuur. Op een van de doeken is het woord ‘neon’ te onderscheiden, op een ander staat een ‘hotel’ dat met zijn spiegelende façade en doorzichtige liftschacht zo uit het boek Delirious New York van Rem Koolhaas lijkt te komen. Begin jaren tachtig woonde Barion een tijd in New York en werkte hij bij de architect Peter Eisenman.

Het grootste doek laat een mysterieuze fabriek midden in de woestijn zien die doet denken aan de denkbeeldige steden van de futuristische architect Antonio Sant’Elia uit de vroege twintigste eeuw. Zelfs de wolken zijn constructies van uitgezaagde schotten die in elkaar zijn geschoven.