Op de beurs belooft het een spannende zomer te worden

De kans op een renteverhoging in de Verenigde Staten stijgt onverwacht snel.

Verhoogt de Fed de rente? Het is goed mogelijk

Van buitengewoon waarschijnlijk naar volkomen uitgesloten, en weer terug naar zeer goed mogelijk: zelden waren beleggers zo in de war over een Amerikaanse renteverhoging als in 2016. En het begon vijf maanden geleden allemaal zo helder.

Vorig jaar december verhoogde de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, voor het eerst sinds het uitbreken van de financiële crisis de rente. De federal fund rate, het belangrijkste tarief, ging van tussen 0 en 0,25 procent naar tussen 0,25 procent en 0,5 procent. De verwachting destijds was dat in 2016 vier soortgelijke verhogingen zouden worden doorgevoerd.

De enorme turbulentie op de financiële markten in de eerste maanden van dit jaar en een fragiel ogende wereldeconomie gooiden roet in het eten. Veel opkomende landen waarschuwden dat een te sterke dollar, die het gevolg zou zijn van de Amerikaanse renteverhogingen, hen in de problemen zou brengen: het zou lastiger worden buitenlandse leningen terug te betalen. De nog steeds zwakke olieprijs zou de Amerikaanse inflatie langer laag houden. Was de Fed in december voorbarig geweest? Moest de centrale bank op haar schreden terugkeren?

Zo smolt de verwachting van verdere renteverhoging in 2016 in anderhalve maand volledig weg. Halverwege februari was de kans op een rentestap in 2016 gedaald tot eenderde, zo berekende dataconcern Bloomberg door een analyse van de prijsvorming op de Amerikaanse geldmarkt. De kans op een renteverhoging op de eerstvolgende Fed-vergadering van 15 juni stond twee weken geleden nog op 4 procent. Maar vorige week werden beleggers verrast toen de Federal Reserve de notulen publiceerde van een vergadering van afgelopen april. Daaruit bleek, verrassend, dat de bereidheid de rente te verhogen veel groter was dan gedacht.

En dus draaide de stemming volkomen om: de kans die beleggers toekennen aan een renteverhoging tijdens de junivergadering schoot woensdag ongekend snel omhoog naar 34 procent.

Fed-bestuurders in de media

Zelden ging het zo hard. Dat heeft geleid tot verwijten dat de Fed de markt onvoldoende heeft geïnformeerd over de gedachteverandering in het bestuur van de centrale bank. Daar wordt inmiddels wat aan gedaan. Het is geen toeval dat Fed-bestuurders in de openbaarheid zijn getreden om het verwachtingsmanagement van de centrale bank te verbeteren. Bestuurders James Bullard (Fed van St. Louis) en Eric Rosengren (Fed van Boston) waren de afgelopen tijd al veelvuldig in de media om de boodschap uit te dragen dat een stap in juni niet onmogelijk is.

Waar de beslissing van afhangt? De werkloosheid in de Verenigde Staten is inmiddels gedaald tot 5 procent. In het eerste kwartaal kwamen er maandelijks gemiddeld 200.000 banen bij. En hoewel dit inmiddels wat gezakt is, tot 160.000, is dat meer dan genoeg om een renteverhoging te rechtvaardigen – al is het stagneren van de productiviteitsgroei, die woensdag bleek, wel een probleem.

De inflatie is, met 1,1 procent, nog laag. Maar de ‘kerninflatie’, zonder voeding en energie, is al 2,1 procent. Nu het effect van de olieprijsdaling wegebt, kruipt de inflatie waarschijnlijk vanzelf naar de gewenste 2 procent. De economische groei viel, met 0,5 procent op jaarbasis, erg tegen in het eerste kwartaal. Maar alles wijst erop dat dit in het huidige tweede kwartaal ruimschoots wordt ingehaald. Dinsdag bleek dat de woningverkoop in de VS met 17 procent is gestegen. Zulke economische data rechtvaardigen nauwelijks meer een rente van tussen de 0,25 en 0,5 procent die de Fed hanteert.

Daar komt nog bij dat de Fed het liefst enige ruimte zou creëren voor een eventuele volgende recessie of bij paniek na een zege van Donald Trump bij de presidentsverkiezingen van november, en bij een rente van 0 kan dat niet. De Amerikaanse econoom Larry Summers stelde maandag dat bij een typische recessie de rente een procentpunt of vier, vijf, wordt verlaagd. Die ruimte is er nu niet, óók niet na een kleine serie renteverhogingen. Maar alles helpt. Het is een kleine luxe, die Europa en Japan, met hun rentes vastgepind op nul of zelfs negatief, niet zullen hebben.

Zowel Bullard als Rosengren benadrukte dat nieuwe gegevens vóór 15 juni de huidige trend moeten blijven ondersteunen. Bijvoorbeeld de Amerikaanse werkgelegenheidscijfers die volgende week vrijdag worden gepubliceerd. Beleggers zullen aanwijzingen zoeken in de speech die Fed-voorzitter Janet Yellen vrijdagavond geeft. En dan er is nog het Britse referendum over Brexit van 23 juni.

De Fed-vergadering is een week daarvóór. Bij eventuele turbulentie op de financiële markten, in aanloop naar een mogelijke Brexit, kan de centrale bank afzien van een rentestap. Het hoeft dus geen juni te worden. Maar de eerstvolgende vergadering daarna is alweer 27 juli. Dat kan zorgen voor een spannende zomer van 2016.

Op de beurzen en in de opkomende landen houden ze hun hart vast. Daar liggen de bange eerste maanden van dit jaar nog vers in het geheugen. Want de Fed is niet alleen de centrale bank van de Verenigde Staten, maar eigenlijk óók van een groot deel van de rest van de wereld. Een Amerikaanse rentestap galmt door in alle vier de windstreken van de wereldeconomie.