Ministerie Veiligheid & Justitie voorlopig niet opgesplitst

Foto ANP / Bart Maat

Het kabinet zal de eventuele opsplitsing van het ministerie van Veiligheid & Justitie pas bij de formatie van een nieuwe regering – vermoedelijk pas volgend jaar – bespreken. Dat zei premier Rutte (VVD) donderdag bij het Verantwoordingsdebat in de Tweede Kamer. Eerder had minister Van der Steur (Veiligheid & Justitie, VVD) beloofd om al voor komende zomervakantie de voor- en nadelen van het ontvlechten van zijn departement op een rij te zetten, als reactie op een motie die afgelopen najaar in de Eerste Kamer werd aangenomen.

Wegens de vele operationele en financiële problemen wil ook een groeiende meerderheid in de Tweede Kamer dat het ‘superdepartement’ weer uit elkaar wordt getrokken, bijvoorbeeld door de politie weer bij Binnenlandse Zaken onder te brengen. VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra zei onlangs in De Telegraaf dat het hem „een reële optie” lijkt „om te kijken hoe dat ministerie kleiner kan worden”. Meer specifiek zei Zijlstra:

„Je zou ook Vreemdelingzaken eruit kunnen halen.”

Zijn partijleider, minister-president Rutte, ziet daar vooralsnog niet de noodzaak van in. Hij wil niet nog tijdens deze regeerperiode de verschillende opties voor het departement in de toekomst op tafel leggen. „Om de simpele reden dat dit kabinet niet van mening is dat het departement gesplitst moet worden.”

Ernstige onvolkomenheid

Bij het jaarlijkse Verantwoordingsdebat over het gevoerde kabinetsbeleid over vorig jaar speelden de problemen bij Veiligheid & Justitie een grote rol. In het vorige week gepubliceerde verantwoordingsonderzoek constateerde de Algemene Rekenkamer een „ernstige volkomenheid” op het departement, wegens het niet op orde hebben van de financiële controle. Daarnaast kampt het departement met financiële tekorten. Een dezer dagen zal het kabinet in de Voorjaarsnota bekend maken hoe de meest nijpende gaten in de begroting worden gedicht. Topman Herman Bolhaar van het Openbaar Ministerie zei donderdagochtend in De Telegraaf dat zijn dienst ten minste 40 miljoen euro per jaar nodig heeft om de acute problemen op te lossen.

In de ogen van de oppositie bagatelliseerde Premier Rutte de problemen op het ministerie van V&J. Er zijn volgens hem in het afgelopen veel besluiten genomen om de organisatie te verbeteren. Hij gelooft dat Van der Steur en staatssecretaris Dijkhoff (ook VVD) daarin zullen slagen.

„We zien met enig vertrouwen het rapport van de Rekenkamer van volgend jaar tegemoet.”

Een groot deel van de oppositie drong er in een motie op aan dat het kabinet al met Prinsjesdag gaat rapporteren over de voortgang van ingezette reorganisaties op het ministerie, onder toezicht van de Rekenkamer. Rutte vindt dat niet nodig. „Als je eindeloos aan de Kamer moet rapporteren hoe het met je voortgang en je veranderingen gaat, kom je niet meer aan de veranderingen toe.”