Heeft radicale vakcentrale nog macht om Frankrijk lam te leggen?

Stakingen Een op de drie Franse pompstations staat helemaal of gedeeltelijk droog. De reden: een machtsstrijd in de vakbond.

Franse tankstations hebben te maken met brandstofschaarste. Dit komt doordat activisten zes olieraffinaderijen bezetten. Foto Stephane Mahe/Reuters

Frankrijk heeft een brandstofreserve die het land 115 dagen in beweging kan houden. Maar woensdag gaf de regering toe dat de noodvoorraad al begin deze week is aangeboord om de stakingen en bezettingen bij raffinaderijen en oliedepots het hoofd te bieden. Een op de drie pompstations staat, vooral door hamsterende automobilisten, inmiddels geheel of gedeeltelijk droog.

En daar houdt de sociale onrust niet op. De radicale vakcentrale CGT ligt op ramkoers en heeft nieuwe acties aangekondigd bij de spoorwegen, het Parijse openbaar vervoer, op luchthavens en nu zelfs bij kerncentrales. Bijna nergens in Europa hebben vakbonden zo weinig aanhang als in Frankrijk: ongeveer 7 procent van de werknemers is lid, tegenover een kwart in het Verenigd Koninkrijk. Maar door macht in strategische sectoren kunnen ze voor veel ongemak zorgen.

Wat is er aan de hand? Het al weken durend verzet richt zich formeel tegen door de Europese Commissie geëiste hervormingen van de Franse arbeidswetgeving. Maar achter de wolken van traangas en smeulende autobanden is ook een machtsstrijd te ontwaren tussen vakbonden onderling en een gevecht om de identiteit van vakcentrale CGT zelf. Terwijl de hervormingsgezinde bond CFDT aan de onderhandelingstafel enkele concessies kreeg, eist de CGT het onherroepelijk intrekken ervan.

Het verzet zwelt aan sinds premier Manuel Valls de voor de bond te liberale maatregelen zonder stemming door het parlement heeft gedrukt. „De CGT wil laten zien dat mobilisatie van leden en harde actie succesvoller zijn dan onderhandelen”, zegt historicus Stéphane Sirot, kenner van het Franse vakbondswezen.

Dat sluit aan bij de Franse traditie: het overlegmodel is hier anders dan in Duitsland of Nederland nooit erg ontwikkeld geweest. „De regering maakt de wetten en voert ze meestal zonder meer door. De CGT zoekt van oudsher de confrontatie”, zegt Sirot. Zo legde de bond eind 1995 succesvol het land plat toen premier Juppé de pensioenleeftijd wilde verhogen.

Interne crisis

Maar juist de laatste jaren was de CGT voorzichtig een gematigder koers gaan varen. Onder voorzitter Bernard Thibault (1999-2013) raakte de bond verder verwijderd van de communistische partij PCF. De bond stelde zich soepeler op en probeerde met overheid en werkgevers wanneer dat kon tot consensus te komen. Opvolger Thierry Lepaon zette die lijn voort, maar kwam vorig jaar voortijdig ten val toen bleek dat hij voor exorbitante bedragen zijn appartement en kantoor door de CGT had laten opknappen. De affaire legde een diepe interne crisis bloot.

De nieuwe voorzitter, de karakteristiek besnorde Philippe Martinez, is meer van de oude stempel en gaf op een congres in april de aftrap voor de huidige harde lijn. In zijn toespraken zijn kreten als „klassenstrijd” en „arbeid tegen kapitaal” terug en hij weigert, anders dan zijn voorgangers, bij de president een stropdas te dragen. Ondanks het stemadvies van de CGT in 2012 voor François Hollande is er voor hem „geen enkel verschil” meer tussen de rechtse Sarkozy of de huidige socialistische president.

Onder Martinez is de CGT terug bij wat in het Frans jusqu’au-boutisme heet: scherpslijperij tot het gaatje. Met „een gemeenschappelijke vijand: de regering” moet volgens Le Figaro de interne crisis bezworen worden.

Maar de nieuwe koers is ook een manier om domweg te overleven, zegt Sirot. Een vriendelijke CGT had steeds minder bestaansrecht en in traditionele vakbondsbastions als Air France, spoorwegmaatschappij SNCF of energiebedrijf EDF is de bond de laatste jaren zwakker geworden. In ledental is de CGT nog nipt de grootste van Frankrijk, maar bij bedrijfsverkiezingen winnen steeds vaker de hervormingsgezinde bonden.

Hoe nu verder? Voor Valls is na eerdere concessies haast geen speelruimte meer. Een jaar voor de verkiezingen en met de hete adem van Brussel in de nek is het politiek onmogelijk de wet alsnog in te trekken. „De jusqu’au-boutisten zitten in de regering”, zei een CGT-bestuurder daarover. „Die houden vast aan een wet die niemand wil.”

Maar de bond heeft niet meer de mobilisatiekracht van dertig jaar geleden, verzekert onderzoeker Bernard Vivier van het Institut supérieur du travail. De normaal zo begripvolle Fransen worden ongeduldig. Terwijl volgens peilingen eerder deze maand driekwart bezwaar had tegen de arbeidswet, steunt minder dan de helft de acties. Vivier: „De CGT kan niet het hele land lamleggen.”