Is de paus katholiek?

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Het aantal brievenbussen op straat wordt sterk verminderd. Dat zal invloed hebben op het beeld dat wij hebben van de openbare ruimte, een beeld waarvan de reikwijdte toch al afhankelijk is van je leeftijd. Uit mijn jeugd ken ik straten zonder auto’s, gevolgd door straten vol auto’s. Net als daken zonder antennes, gevolgd door bossen antennes en satellietschotels. Ooit zag je veel telefooncellen en girobussen, nu nergens meer. En lang was de maximale afstand tot een brievenbus vijfhonderd meter, nu wordt dat een kilometer.

Verdwijnt de brievenbus omdat wij minder schrijven? Dat lijkt, op het eerste gezicht, een vraag die je zou kunnen beantwoorden met de dooddoener: de vraag stellen is hem beantwoorden. In feite schrijven en lezen wij meer dan ooit te voren, maar aangezien dat schrijf- en leeswerk steeds vaker digitaal wordt verzonden en ontvangen zijn er minder fysieke brievenbussen nodig.

Vorige week eindigde ik WoordHoek met de vraag wat de dooddoener de vraag stellen is hem beantwoorden precies betekent en hoe deze uitdrukking in de praktijk wordt gebruikt.

Daar kwamen tientallen interessante antwoorden op binnen. Wat opviel is dat relatief veel mensen onzeker zijn over de exacte betekenis. „Is het een retorische vraag?”, vroeg iemand. Iemand anders: „Zelf gebruik ik deze uitdrukking zeker niet om te zeggen dat ik het een domme vraag vind. Eerder andersom. Eerlijk gezegd vind ik het vaak wel wat betweterig klinken!” En: „Volgens mij betekent het: jazeker, nou en of!”

Kennelijk wordt deze uitdrukking, die ik zelf ook nogal betweterig vind klinken, niet zo vaak gebruikt, anders zou de betekenis wel algemeen bekend zijn.

Het gaat om een dooddoener die ontbreekt in de Grote Van Dale. Ik heb hem ook niet kunnen vinden in de dooddoener-boeken van Inez van Eijk, de grootste deskundige op dit gebied. Het blijkt een internationale dooddoener, de Fransen zeggen: poser la question c’est y répondre. De betekenis is: ja, vanzelfsprekend; en: ja, want je stelt een vraag waarin het antwoord besloten ligt.

Lezers kwamen met allerlei voorbeelden. Bijvoorbeeld: „Ga je met het vliegtuig naar Australië?” Bij ons thuis zouden wij antwoorden: „Uh, wat denk je zelf?” Of: „Nee, zwemmen!” Mijn kinderen zouden waarschijnlijk zeggen: „Ja, duh!”

Een lezer gaf deze trits voorbeelden: „Is Willem-Alexander intelligent? De vraag stellen is hem beantwoorden. Kan hierover openlijk worden gediscussieerd? De vraag stellen is hem beantwoorden. Zal de NRC deze voorbeelden publiceren? De vraag stellen…”

Het mooiste voorbeeld vond ik: „Is de paus katholiek?” Dat is namelijk niet alleen een voorbeeld van een vraag waarop het antwoord voor zich spreekt (al heb je er toch enige kennis voor nodig), maar zelf ook een dooddoener. Ter verduidelijking gaf de inzender onder meer dit voorbeeld: „Als iemand mij vraagt of ik nog koffie wil, dan antwoord ik: is de paus katholiek?” Lees: vanzelfsprekend, want je kent me toch als een koffiedrinker.

Het zijn omwegen in de taal, dergelijke dooddoeners, net zoals wij straks een omweg moeten maken voor die enkele keer dat wij nog een brief of kaart posten.