Fort Europa (Revisited & Revised)

Tien jaar geleden schreef Tom Lanoye het controversiële toneelstuk ‘Fort Europa’, over een versnipperd Europa in de verre toekomst. Nu ziet hij 28 lidstaten die verdeelder zijn dan ooit: „Ze bekvechten en touwtrekken om nagenoeg álles.”

Illustratie Studio NRC

Deze maand is het tien jaar geleden dat Johan Simons Fort Europa regisseerde, een meerstemmige en moedwillig chaotische tekst die ik op zijn vraag had geschreven. Als ondertitel had ik gekozen voor ‘Hooglied van versplintering’. Toentertijd was dat bedoeld als mild provocerende waarschuwing, een toepasselijk motto bij een absurde fabel — het stuk speelde zich af in een verre toekomst.

Vandaag ís de Europese samenzang verworden tot een kakofonie van alleen maar scheur- en knapgeluiden. Is de kladderadatsch nog te vermijden? Zo ja: hoe?

In een poging die vragen te beantwoorden moet ik me bezondigen aan iets waar Belgen belabberd in zijn. Patriottisme. Ik ben verbolgen om de internationale Brussel-bashing van de laatste maanden, na de bloedige aanslagen die ons troffen op 22 maart.

Een buitenstaander als Donald Trump noemt sindsdien mijn hoofdstad ‘een levensgevaarlijk hell hole’ en een weinig efficiënt addernest, met zijn zes afzonderlijke politiezones. Daar schuilt wellicht wat waarheid in, maar wij Belgen hebben aangaande verdeeldheid geen lessen te ontvangen van een presidentskandidaat die niet eens kan rekenen op zijn eigen fractieleider, speaker Paul Ryan, laat staan op alle ex-presidenten en ex-frontrunners binnen zijn eigen partij. Gebeurde zoiets in mijn heimat, dan zou men spreken van ‘a failed democracy’. In Amerika noem je het ‘a Grand Old Party’. In een aanval van zelfkennis besloot de GOP alvast tot één maatregel die ze nochtans heftig bestrijdt in de rest van het openbare leven, scholen inbegrepen: op haar slotconventie in juli zal vuurwapendracht verboden zijn. Mij best, maar hou dan je muil over het hopeloos verscheurde en ‘dus levensgevaarlijke’ Brussel.

Ook van Europese lidstaten viel de smalende kritiek mij zwaar. Zij zijn nog slechter geplaatst om zich vrolijk te maken over ‘diensten die elkaar tegenwerken’. Met hun achtentwintigen bedrijven ze de kunst van de tegenkanting fanatieker dan alle Brusselse agenten en Amerikaanse Republikeinen tezamen. Ze bekvechten en touwtrekken om nagenoeg álles. Van oorlogsvluchtelingen en grensposten via emissierechten en fiscale sluiproutes tot en met de tékst van het Europees volkslied. ‘Doe maar zonder, dat is voor iedereen gezonder!’ Voormalig premier Jan Peter Balkenende presenteerde dit kleinzielige gemier ooit als een overwinning op – tja, wát? De Europese machtsgreep? De Europese droom? De galm van de Duitse taal? De lafheid van zijn zogenaamde leiderschap?

Er is maar één sector die de Europese lidstaten nog overtroeft inzake sektarisme en paranoia: hun respectieve veiligheidsdiensten. Die weigeren systematisch cruciale intelligence uit te wisselen, terwijl ze elkaar wél dag en nacht zitten af te luisteren, elkaars regeringsleiders incluis. Dat is helaas geen karikatuur, vraag maar na bij Angela Merkel. Buitenlandse kwaliteitskranten sneren haast dagelijks dat ‘het disfunctionele Brussel een lachspiegel vormt voor de werking van de Europese Unie’. Really? Om een echt passende Europese spiegel te vormen, zou Brussel geen zes maar achtentwintig elkaar bekampende zones moeten bezitten.

De ware knoop ligt op een hoger echelon. Als relatief kleine entiteit moet Brussel te veel en te grote rollen tegelijkertijd vervullen. Het is de zetel van de Europese Commissie, de NAVO en de facto dus ook van de nabijgelegen SHAPE — Supreme Headquarters of the Allied Powers in Europe. Het moet ook alles verhapstukken wat dat met zich meebrengt aan ambassades, persagentschappen en hoofdzetels van multinationale bedrijven, plus alles wat dát weer met zich meebrengt. Dan heb ik het niet alleen over betogingen — gemiddeld méér dan twee per dag en dus meer dan zevenhonderd per jaar! Er zijn grof geschat ook dertigduizend lobbyisten werkzaam in de stad waar niet alleen het Belgische, het Vlaamse en het Brusselse, maar ook het Europese parlement vergadert. Meer lobbyisten dan ordehandhavers, dus. Het resultaat is navenant, en niet alleen voor wat betreft het aantal toprestaurants en luxebordelen. Zowel het Europees Parlement als de Europese Commissie laat zich vaker inpakken door deze professionele bedrijfslobbyisten dan door hun eigen kiespubliek. Kijk alleen al naar de sjoemeldiesels van Volks- en andere wagens: geen hond gestraft, de CEO beloond met een vorstelijke oprotbonus, voorschriften versoepeld in plaats van strenger gemaakt en de overgangsperiode zelfs opgerekt… En dan heet de stád Brussel ‘disfunctioneel’? Samen met het landje eromheen?

Washington van Europa

Brussel moet al jarenlang fungeren als het Washington van Europa, maar dan zonder aangepast statuut, zonder overeenkomstige fondsen en zonder een modern antiterrorismeorgaan dat zich kan meten met dat van grote economieën als Rusland of China. Daar zijn niet zozeer de Belgen als de rest van de Europeanen schuldig aan. De Amerikanen kunnen we het alleszins níét verwijten. Zij volbrengen in Europa nog altijd wat Europa al decennia nalaat zelf te doen. Ze hebben het bankgeheim van Luxemburg en Zwitserland opgerold, de FIFA uitgemest, de Internationale Wielerunie aan de schandpaal genageld door nota bene landgenoot Lance Armstrong te ontmaskeren, en sinds kort werkt de FBI – en ongetwijfeld ook de CIA – intens met de Belgische en Brusselse politiediensten samen om nieuwe terreuraanslagen in het hart van Europa te vermijden.

Samenwerken is uiteraard niet het juiste woord. Ze delen de lakens uit en ze doen dat uit eigenbelang, onder andere om het NAVO-hoofdkwartier te beschermen. En cours de route zullen ze ook hun hand niet omdraaien voor de nodige politieke en economische spionage in België en ver daarbuiten. Europa kan daar niet eens over klagen. Eigen bult, dikke schuld. Als de Amerikanen hun hightech knowhow niet massaal ter beschikking stellen, wie doet het dan wel? Een Europese FBI of CIA bestaat gewoonweg niet.

Maar wie het aandurft daar toch op aan te dringen wordt in het beste geval weggezet als luchtfietser, en in het slechtste geval als een tegennatuurlijk bastaardkind van Adolf Hitler en Napoleon Bonaparte. Dát is de Europese ziekte.

Onrealistische hoogheidswaanzin

Belgen zijn niet voldoende Belgisch-patriottisch uit bescheidenheid en realiteitszin. Europeanen zijn niet voldoende Europees-patriottisch uit beschetenheid, onrealistische hoogheidswaanzin en verliefdheid op hun nationale, maar inmiddels lang vervlogen verleden. Onze gezamenlijke kanker heet nog altijd ‘natiestaat’ en de hedendaagse symptomen ervan heten regressie, nostalgie, populisme en zelfbedrog.

Het is vast een wrede schok voor patiënten die daar allemaal aan lijden, maar mijne beste dames en heren: de negentiende eeuw is echt volslagen afgelopen. Wie nu opnieuw onze oude onderlinge grenzen in het leven wil roepen, met grenscontroles en prikkeldraad en een herrezen nationale munt, doodt de welvaart die hij naar eigen zeggen wil beschermen tegen indringers. De bijkomende diagnose luidt dan ook: schizofrenie. De baten van vrij verkeer vinden Europeanen poepnormaal, de lasten denken ze weg te kunnen stemmen zonder in te boeten aan koopkracht, economische dynamiek en geopolitiek gewicht.

En dat in een wereld waarin nog altijd groeiende tegenspelers als India en China wél bestaan uit halve of hele continenten, en waarin de problemen, van bancaire ineenstorting via grootschalige oorlogen tot bijbelse vluchtelingenstromen, steeds kolossaler worden. Niet één Europees land kan ze keren in zijn eentje. De verspreide slagorde is de slechtste remedie voor wie niet in wil boeten aan belang.

Laten we dus, op straffe van helemaal perifeer te worden, eindelijk een echt Europa bouwen. Een krachtige, eendrachtige, overkoepelende natie. Met een eigen leger, een eigen FBI annex CIA, een gekozen regering, een gekozen president, een straffe grondwet en een constitutioneel hof dat bindende uitspraken kan doen.

En zonder ons nog langer aan te laten praten dat een identiteit die we al hebben in de verdrukking kán komen van een iets grotere identiteit. Indien tukkers, Limburgers, Friezen, Zeeuw-Vlamingen, Zwollenaren, randstad’ers en strandjutters op Schiermonnikoog zich tegelijk allemaal ook ‘Nederlander’ kunnen voelen? Dan moet zoiets ook op Europese schaal perfect mogelijk zijn.

Op naar de Europese patriot!