Een doos vol verrassingen

Op Day Of The Dead staat vijf en een half uur muziek van de Amerikaanse hippiebandThe Grateful Dead Foto hollandse hoogte

In Nederland is de muziek van The Grateful Dead nooit zo aangeslagen als thuis in Amerika. Daar hoorde ‘The Dead’ onlosmakelijk bij de hippiecultuur en ontketende de groep een cultus van Deadheads die hun concerten volgden in beschilderde Volkswagenbusjes en psychedelische uitdossingen. Na een legendarisch optreden in het Concertgebouw (mei 1972) waren ze hier niet vaak meer te zien en werd de zweverige muziek van de notoire jamband vaak langdradig gevonden, vooral wanneer zanger/gitaristen Jerry Garcia en Bob Weir vertrokken op een van hun eindeloze improvisaties. Het nummer ‘Dark Star’ alleen al duurde soms drie kwartier.

Rehabilitatie is op komst, nu The Grateful Dead zonder de in 1995 overleden Garcia het vijftigjarig jubileum heeft gevierd en hun muziek het onderwerp is van een ambitieus coverproject. Day Of The Dead is een vijf cd’s, 59 songs tellend eerbetoon waarvan de opbrengst ten goede komt aan de Red Hot-organisatie voor aidsresearch. Het project werd georganiseerd door gitaristen Bryce en Aaron Dessner van The National, die in veel gevallen als begeleidingsband optreedt. De box toont de veelzijdigheid van het songmateriaal en de inspiratie die de ultieme hippieband aan jongere muzikanten als Courtney Barnett, Kurt Vile en zelfs punkband Fucked Up meegaf.

Allereerst zijn er de beknopte liedjes die The Dead wel degelijk in huis had. Door Garcia’s oprechte liefde voor traditionele genres als jugbandmuziek en country stonden ze met gitaarsolo-arme albums als Workingman’s Dead (1970) aan de wieg van de americana. Bonnie ‘Prince’ Billy springt eruit met zijn roerende vertolkingen van een drietal tijdloos simpele liedjes die Garcia schreef met vaste tekstschrijver Robert Hunter. Lucinda Williams en Phosphorescent tonen de diep doorleefde melancholie die deze songs herbergen, terwijl Anohni (voorheen Antony) en Lucius bewijzen dat de stokoude nummers ‘Black Peter’ en ‘Uncle John’s Band’ zich lenen voor een contemporaine, gedeconstrueerde benadering.

The Grateful Dead als vrijgevochten jamband wordt geëerd door Pavement’s Stephen Malkmus, Tunde Adebimpe van TV On The Radio en Sonic Youth’s Lee Ranaldo, die hun gitaarimprovisaties fris en spannend weten te houden. Het is boeiend om vast te stellen hoe de Afrikaanse bands Tal National (Niger) en Orchestra Boabob (Senegal) uitstekend uit de voeten kunnen met het materiaal, waar van oorsprong al een Afrikaans aandoende luchtigheid in zat.

De experimentele kant van Grateful Dead wordt belicht met elektronisch opgepimpte stukken van Tim Hecker, Cass McCombs, Terry Riley en Bryce Dessner, die een al of niet eerbiedige dialoog aangaan met Jerry Garcia’s muzikale erfenis. Het zeventien minuten lange ‘Terrapin Station’ is met klassiek orkest, kinderkoor en fraaie zang van Grizzly Bear’s Daniel Rossen een indrukwekkend tour de force die laat horen dat The Grateful Dead ook in langere nummers structuur en richting kon handhaven. Met vijf en een half uur muziek is Day Of The Dead een doos vol verrassingen; een bijzonder fraai eerbetoon aan een band die als geen ander het plafond van een popsong kon lichten.