Column

Dit stuk uit? Dat is dan 1,7 miljoen euro

Hoe snel de meest opmerkelijke zaken wennen: begin vorig jaar kondigde de Europese Centrale Bank aan om vanaf maart elke maand 60 miljard euro aan staatsleningen op te kopen. Dat is inmiddels opgevoerd tot 80 miljard euro per maand.

De aankondiging was spectaculair. De eerste maanden waren zeer bijzonder. Maar nu het programma alweer ruim een jaar onderweg is, verdwijnt het uit de waarneming. En toch, als je er over nadenkt, blijft het een ongelooflijk verschijnsel.

Per inwoner van de eurozone wordt elke maand nu 238 euro aan leningen opgekocht. Als de ECB volgend jaar april klaar is met het programma, dan staat de teller per inwoner van de eurozone op 5.000 euro. Alleen al in de 2,5 minuut die het duurt om deze column te lezen, is er 1,7 miljoen uitgegeven – uitgaande van gewone werkdagen.

Het doel van dit stukje is eigenlijk alleen maar om u eraan te herinneren dat de machine die vorig jaar in werking is gezet, nog steeds doorgaat – zoals een fluisterstille koelkast in de keuken. En april 2017 hoeft het einde helemaal niet te zijn. Misschien gaat ECB-topman Draghi wel door als hij dat te zijner tijd nodig acht – het huidige programma zou oorspronkelijk ook slechts tot aanstaand najaar lopen, maar is dus al verlengd en opgevoerd.

Zelfs als het volgend jaar formeel stopt, dan nóg gaat de ECB door met opkopen. Want staatsschuld, en andere leningen, lopen een keer af. De ECB heeft al gezegd dat ze die aflopende leningen met nieuw opgekochte leningen zal aanzuiveren, zodat het balanstotaal van de centrale bank op hetzelfde peil blijft.

Het gaat hierbij niet alleen om monetair beleid. Het opkoopprogramma werd gestart om de rentevoeten van langer lopende leningen in de eurozone omlaag te brengen. Daar profiteren overheden al enorm van, want ze lenen nu goedkoper. Maar er zijn bijverschijnselen.

De staat betaalt rente op zijn staatsleningen aan degene die ze in bezit heeft. Dat zijn de nationale centrale banken, als lid van het Europese systeem van centrale banken. Voor Nederland is dat De Nederlandsche Bank, voor 100 procent in handen van de staat.

De staat betaalt dus rente aan een onderneming van zichzelf. Vereenvoudigd: de staat betaalt nu dus rente aan zichzelf. Nog sterker vereenvoudigd: de staat betaalt geen rente. Hoeveel zij niet betaalt? Dat is niet geheel bekend. Maar vaststaat dat er op dit moment al zo’n 25 miljard euro aan Nederlandse staatsleningen is opgekocht. Uitgaande van de huidige uitstaande staatsleningen met een looptijd van twee jaar en langer, en de gemiddelde rente daarop, heeft minister Dijsselbloem inmiddels al zo’n driekwart miljard euro aan rente eigenlijk niet betaald. Dat is toch ruim 0,1 procent van het bruto binnenlands product.

Dat is een behoorlijk subsidie. En dat geldt in ongeveer dezelfde mate voor alle eurolanden. Nou ja, bijna alle eurolanden. Want er is er één waarvan de staatsleningen, door hun te lage kredietwaardigheid, niet in aanmerking komen voor het opkoopprogram. Dat is Griekenland. De Belgische econoom Paul de Grauwe wees onlangs op deze ironie. Juist het land dat het het meest kan gebruiken, krijgt niets.