Mount Everest: een op de dertig sterft op weg naar de top

Klimmen Eén op de dertig sterft onderweg naar de top van de Mount Everest. De Nederlander Eric Arnold haalde het niet. ‘Mensen beklimmen de berg met steeds minder respect.’

De berg geeft en de berg neemt. Vooral in de tweede helft van mei, na de winterstormen en vlak voor het uitbreken van de moesson, is Mount Everest welwillend voor hen die haar willen bedwingen. Dan opent zij haar poorten, toont zij zichzelf op haar mooist, onder een diepblauwe lucht. Dit is het seizoen, een paar weken maar.

Juist deze lente boden gunstige weersomstandigheden tientallen klimmers de kans de magische top van ’s werelds hoogste berg (8.848 meter) te halen, na twee rampjaren. In april 2014 stierven zestien Nepalese sherpa’s toen ze werden bedolven onder een lawine van ijsblokken zo groot als vrachtwagens, losgeraakt van de beruchte Khumbu-ijsval. En vorig jaar kwamen bij een reeks aardbevingen in Nepal zeker achttien klimmers om in het basiskamp. Hun poging was nog niet eens begonnen. In heel 2015 bereikte niemand de top – voor het eerst in veertig jaar.

everestnieuw

De Nederlander Eric Arnold overleefde tijdens die aardbevingen een lawine die over zijn kamp raasde ternauwernood. Dit jaar sloeg het noodlot alsnog toe. Kort na zijn succesvolle klim naar de top van Mount Everest werd de Rotterdammer het eerste Nederlandse slachtoffer op de berg. Hij was niet de enige die week: ook een Australische vrouw, een Nepalese sherpa en een Indiase klimmer stierven aan de gevolgen van hoogteziekte.

De Moedergodin, zoals de Tibetanen Mount Everest noemen, kent vele manieren om te nemen. Helse lawines, diepe gletsjerspleten, vallend gesteente, sneeuwstormen, onmenselijke kou. Klimmers krijgen te maken met uitputting, uitdroging, kapotte aparatuur, of de dodelijke werking van ijle lucht op een zwaar belast menselijk lichaam: hoogteziekte. Zuurstof is schaars op zulke hoogten.

De heilige graal

Even op het dak van de wereld staan. Het bereiken van de hoogste piek op aarde is al honderd jaar de heilige graal van bergbeklimmers. Waarom? Ego, persoonlijke triomf, een goed doel, de ultieme uitdaging. Voor sherpa’s is het business. Zij verdienen in een paar maanden vijf Nepalese jaarsalarissen. Veel klimmers willen de berg gewoon bedwingen omdat hij er is, zoals de Britse pionier George Mallory ooit tegen een journalist snauwde. Hij verdween zelf in 1924 op Mount Everest. Zijn lichaam werd 75 jaar later teruggevonden op 8.157 meter hoogte. Of hij op de top heeft gestaan is tot op de dag van vandaag onderwerp van speculatie.

Exacte gegevens over Mount Everest-expedities, vooral in vroeger tijden, zijn er niet. De beste papieren heeft de Himalayan Database, die becijferde dat de berg sinds de eerste expedities in de jaren twintig van de vorige eeuw zo’n zevenduizend keer is bedwongen door vierduizend verschillende mensen, onder wie bijna vierhonderd vrouwen. Ruim 280 klimmers stierven er, eenderde van hen sherpa’s, de huurlingen van de Himalaya.

Behalve een lang spoor van afval, kapotte tenten, rugzakken, klimmersmateriaal, zuurstofflessen en bevroren menselijke uitwerpselen liggen er zo’n tweehonderd lichamen op de berg. Ingevroren in de tijd. Onvindbaar of onbereikbaar in diepe gletsjerspleten, begraven door lawines, te duur om te repatriëren of te zwaar voor reddingswerkers om uit te hakken en mee te slepen naar de dalen.

Zo ziet klimmen op de Mount Everest eruit:

Sommige lichamen fungeren zelfs als wegwijzer voor klimmers. Zoals dat van Tsewang Paljor, een jonge Indiër die vlak onder de top omkwam bij de beruchte sneeuwstorm van 1996, een tragedie die acht klimmers het leven kostte. Hij kreeg van passerende klimmers zelfs een bijnaam, Green Boots, naar zijn felgroene bergschoenen. Als er weinig sneeuw lag in zijn half open grot – Green Boots Cave – moesten klimmers over hem heen. Twee jaar geleden was het lichaam ineens verdwenen, mogelijk weggehaald door Chinese bergers.

Sommigen passeren vier of vijf lichamen op hun reis naar het hoogste. Niet iedereen kan dat. De Belg Geert van Hurck was in 2010 onderweg naar de top toen hij op een lichaam in de sneeuw stuitte. Hij besloot terug te keren. „Het voelde gewoon niet goed om verder te klimmen en te vieren dat ik op de top stond”, zei hij vorig jaar tegen de BBC. „Ik denk dat ik misschien mezelf daar zag liggen.”

De klimindustrie

Hoe majestueus de berg er ook uitziet van ver, de besneeuwde toppen tegen de blauwe lucht, veilig is het nooit. Geen enkele berg is veilig. Met gemiddeld zo’n zes doden per jaar is Mount Everest lang niet de dodelijkste berg op aarde. In het massief van Mont Blanc (4.808 meter), de hoogste berg van West-Europa, vallen elk jaar zo’n vijftig tot zestig doden, puur vanwege de enorme aantallen klimmers die er ’s zomers hun geluk beproeven. Gevaarlijker is Annapurna (8.091 meter) in Centraal-Nepal. Tegenover elke drie beklimmingen staat één dodelijk slachtoffer op deze berg. Op Mount Everest is die verhouding ongeveer dertig tot één.

Op dit gebergte is het klimmen uitgegroeid tot een ware industrie sinds de eerste succesvolle expeditie door Sir Edmund Hillary en sherpa Tenzing Norgay, op 29 mei 1953. Sherpa’s in het gebied faciliteerden met hun onvermoeibare dragerswerk talloze klimmers uit de hele wereld, aanvankelijk vooral westerlingen. Daarmee kreeg Mount Everest ook meer bijnamen, van de grootste vuilnisbelt ter wereld tot een ijskerkhof. „De mensen behandelen de bergen met steeds minder respect. Daarom sterven er veel klimmers”, zei de Nepalese jakherder/klimmer Ang Rita Sherpa eens in deze krant. De ‘sneeuwluipaard’, zoals hij in Kathmandu wordt genoemd, stond liefst tien keer op de top van Mount Everest – en gebruikte nooit aanvullende zuurstof.

Geert van Hurck stuitte op een lichaam in de sneeuw. Hij besloot terug te keren

everestkaart

Inmiddels hebben veel van zijn collega’s vaker op de top gestaan, tot 21 keer aan toe. Want Mount Everest blijft trekken, meer en meer. Sherpa’s plaveien de weg naar de parel van de bucketlist, toen als dragers, nu als werknemers van commerciële ondernemingen. Materialen zijn verbeterd, net als communicatiemiddelen en weersvoorspellingen. Er zitten dagen tussen dat tientallen klimmers de top bereiken.

Maar ondanks de modernisering van de spullen stijgt het gemiddeld aantal doden ook sinds de eeuwwisseling, van vier naar ruim zes per jaar. Die stijging liet zich al zien vóór de dodelijke lawine van 2014. „Helaas kunnen we verwachten dat deze trend zich voortzet, omdat de berg elk jaar meer klimmers trekt, velen onvoorbereid”, stelt Alan Arnette, een Amerikaanse klimveteraan met 37 expedities op zijn naam, waaronder K2 en Mount Everest.

Arnette vindt al jaren dat het te vol wordt op de flanken van Mount Everest. Op 19 mei, enkele dagen voor de dood van Eric Arnold, probeerden tweehonderd klimmers de top te bereiken. „Een van de problemen die dag was dat je een heel grote groep had van veertig klimmers die heel langzaam naar boven gingen, met andere klimmers achter zich”, zei hij deze week tegen CNN. „Het is heel moeilijk iemand te passeren op Mount Everest omdat je aan een lijn vastgegespt zit. Maar als je te langzaam gaat, kun je door je zuurstof heen raken, koud worden, vermoeid raken, bevriezingsverschijnselen krijgen. Ja, de hoeveelheid mensen is een probleem.”