Bloggen in Burundi is balanceerkunst

Bij de vredesgesprekken in Burundi is de inzet hoog, schetsen twee bloggers. Een toekomst voor jeugd of een wrede burgeroorlog.

Politie in Bujumbura. De Verenigde Naties maken zich zorgen over het huis aan huis oppakken van burgers in de Burundese hoofdstad. Foto Sven Torfinn/Hollandse Hoogte

Dacia Munezero (27) en Armel Gilbert Bukeyeneza (29) uit Burundi moeten op hun woorden letten. Ze kunnen in hun blogs niet zomaar president Pierre Nkurunziza aanvallen. Als ze te ver gaan in hun beschuldigingen, worden ze ongetwijfeld opgepakt. Of ze moeten het land ontvluchten, net als journalisten en collega-bloggers. Munezero durfde het vorig jaar wel aan om Burundi’s first lady publiekelijk op te roepen de geweldsspiraal in haar land te stoppen.

De evenwichtskunstenaars Dacia Munezero en Armel Gilbert Bukeyeneza maken deel uit van het bloggersplatform Yaga (‘Vertel’ in het Kirundi). Het platform werd in februari 2015 opgericht om de Burundese jeugd – 65 procent van de bevolking van 11 miljoen is jonger dan 25 – een eigen stem te geven. Problemen als het structureel gebrek aan banen en ontplooiingskansen, falend onderwijs en slechte gezondheidszorg – daar ging het om in de discussies. Maar algauw eisten politieke turbulentie en onveiligheid de aandacht op.

President Nkurunziza (52), al elf jaar aan de macht, speelt een hoofdrol. In april 2015 zei hij een derde ambtstermijn te ambiëren, in strijd met de grondwet. Protesten werden neergeslagen. De repressie werd een maand later heviger na een mislukte staatsgreep, beraamd door kringen in het leger. Vrije media werd de mond gesnoerd.

Sinds vorig jaar zijn mogelijk vijfhonderd burgers gedood, ruim een kwart miljoen mensen zijn naar buurlanden als Tanzania en Rwanda gevlucht. Het Internationaal Strafhof begon vorige maand een vooronderzoek naar grootschalige mensenrechtenschendingen. Al langer komen er berichten over verdwijningen van vooral jongeren. Vorige week nog zeiden de VN „diep bezorgd” te zijn over het oplaaien van het geweld en het huis aan huis oppakken van burgers in hoofdstad Bujumbura. Wie in zo’n land informatie verspreidt, moet moedig zijn en omzichtig opereren, onderstrepen Munezero en Bukeyeneza, die eerder deze maand in Nederland waren op uitnodiging van RNW Media (de oude Wereldomroep), dat bloggerscollectief Yaga steunt.

Wordt Yaga niet aangepakt?

Bukeyeneza: „We zijn geen journalisten die dagelijks ter redactie zijn. Iedereen werkt huis, heeft zijn mening. Sommigen kregen een waarschuwing, enkelen zijn het land ontvlucht na bedreigingen. De meesten wonen in Burundi.”

Munezero: „We spreken ons uit, maar gematigd. We benoemen problemen, vallen geen mensen aan. Er zijn jongeren die zich verzetten tegen de regering, anderen steunen de macht. Beide partijen geven hun mening, ze moeten die wel beargumenteren. Scheldpartijen, oproepen tot geweld worden geweerd. We proberen de balans te vinden.”

U bemiddelt eigenlijk tussen regering en oppositie?

Bukeyeneza: „Nee. We willen de stem van de jeugd zijn en worden gehoord door regering én oppositie. Jongeren aan beide kanten hebben dezelfde problemen. Geen werk, slecht onderwijs, uitvallende cursussen aan de universiteit. En natuurlijk wordt er geschreven over de politiek en onveiligheid.”

Waarom had de aankondiging van de president een derde termijn te ambiëren, zulke grote gevolgen?

Bukeyeneza: „De crisis gaat dieper. Tien jaar geleden werd gehoopt dat Burundi het goed zou gaan doen. Maar Burundi blijft onderaan schommelen, volgens veel indicatoren. De frustratie heeft zich opgestapeld. Toen de president zijn derde termijn aankondigde, zeiden veel jongeren en intellectuelen: hij moet vertrekken.”

Munezero: „Daardoor zijn de zaken geëxplodeerd. Het doden is bijna normaal geworden, niet eens ’s nachts maar gewoon overdag. Vooral na de coup. Nog steeds.”

Vooral de aan de regeringspartij gelieerde jeugdmilitie Imbonerakure (‘Zij die ver kunnen kijken’) speelt een gewelddadige rol.

Munezero: „De media geven een onjuist beeld. Er zitten jongeren bij die kunnen nadenken en die rustig discussiëren. En er zijn jongeren die gewelddadig zijn. Hetzelfde geldt voor de oppositie.”

Bukeyeneza: „Natuurlijk zitten bij de jeugdliga ook gematigden. Begrijp goed: de regeringspartij is van oudsher een rebellenbeweging. Veel strijders zijn opgegroeid met oorlog en hebben nooit een goede baan gekregen. Ze worden ingezet om te intimideren.”

Momenteel wordt in Arusha, Tanzania geprobeerd vredesoverleg op gang te brengen. Is er hoop?

Munezero: „We hopen dat alle partijen gaan werken aan een duurzame oplossing. Afspraken over het beëindigen van geweld zijn niet voldoende. De dieperliggende problemen moeten worden aangepakt. Economisch herstel, bouw, aanleg van wegen: dat zal jaren duren.”

Bukeyeneza: „Of er komt een serieuze dialoog of we glijden verder af naar een burgeroorlog.”

Met slachtingen zoals in het verleden tussen Hutu’s en Tutsi’s?

Bukeyeneza: „De kern van onze problemen is niet etnisch. Maar Burundi heeft een verleden van etnische conflicten. Er zijn inderdaad mensen die de huidige crisis bekijken door een bril van vroeger.”

Munezero: „Sommigen willen er een etnisch probleem van maken. De kans is klein dat dat lukt. De mensen in Burundi zijn moe van het geweld, ze zijn arm, Hutu’s en Tutsi’s – we zitten allemaal in hetzelfde kamp.”