Bergop heeft Kruijswijk zijn ploeg niet nodig

Giro d’Italia De Nederlandse leider in de Giro blijft bergop moeiteloos concurrenten bij die betere ploegen om zich heen hebben. „Hij heeft in zijn eentje de kracht te controleren.”

Steven Kruijswijk in zijn roze trui voor de start van de zeventiende etappe naar Cassano d’Adda. „Hij heeft de kracht in zijn eentje te controleren.” Foto Vincenzo Pinto/AFP

Ontspannen kwam Steven Kruijswijk woensdag over de streep. Keurig in het peloton, samen met zijn concurrenten. Zijn ploeg LottoNL-Jumbo bij hem. Als het parcours lang, maar nagenoeg vlak is, rijden zijn collega’s als een compact blok om zijn roze trui heen. Het groepje renners dat vooruitreed, vormde geen gevaar voor Kruijswijk, die zijn benen kon sparen voor het vuurwerk van vrijdag en zaterdag.

Hoe anders was het een dag eerder. Toen was het oorlog in de Ronde van Italië en Steven Kruijswijk lag zwaar onder vuur. Als hongerige leeuwen bestookten twee ploegen hem met demarrages: die van Vincenzo Nibali (Astana) en die van Alejandro Valverde (Movistar). Tempowisselingen zijn slopend voor een wielrenner in de verdediging, zeker als de weg omhoogloopt. Het is dan lekker als een ploeggenoot met zijn gezicht in de wind de gaten dichtrijdt. Maar Kruijswijks collega’s konden dat moordende tempo niet aan.

Enrico Battaglin, de man die dit seizoen werd overgenomen van een kleine Italiaanse ploeg en al eens twee ritten in de Giro won, kon nog het langst mee, maar zijn rol als meesterknecht op bergachtig terrein was dinsdag al na één klim uitgespeeld. Die andere nieuweling, Primoz Roglic, ook aangetrokken om de Brabander bij te staan op steile wegen, hing ergens achter in een groep. De 26-jarige Sloveense ex-schansspringer zat met pijn op de fiets; hij viel deze Giro al drie keer. Het is ook nog eens zijn eerste grote ronde. En dus moest Kruijswijk het zelf opknappen. Dat lukte, met verve. Steeds als iemand wegsprong, reed hij in alle rust staand op de pedalen naar zijn belager toe. Eenmaal aan het wiel kon hij op adem komen.

Lees ook ons profiel van Kruijswijk: Hij is geboren voor de grote rondes

Man tegen man

„In deze vorm heeft Steven bergop geen ploeg nodig”, zegt Richard Plugge, algemeen directeur van ploeg, woensdag nabij het meer van Molveno, waar de zeventiende etappe van start ging. „Trouwens, alle favorieten zaten dinsdag snel zonder ploeggenoten. In beslissende etappes is het altijd man tegen man.” Of zoals Valverde al zei: „Kruijswijk zat geïsoleerd, maar werkte met ons samen. Hij had in zijn eentje de kracht om alles te controleren.”

Kruijswijks ploeg heeft de hele ronde eigenlijk hetzelfde gedaan, legt ploegleider Addy Engels uit. „Ze hielden hem uit de wind of zetten hem perfect aan de voet van een klim af.” Engels was vorig jaar nog ploegleider van Giant toen Tom Dumoulin tot op de voorlaatste dag in de rode leiderstrui van de Vuelta reed. Hij weet wat het is om met een team de leiderstrui te verdedigen, al ging het toen om seconden, nu minuten. „Het zijn geen pannenkoeken die we hebben. Maarten [Tjallingii] en Bram zijn zeer ervaren. En ja, Movistar en Astana zijn bergop in de breedte beter. Maar als Steven deze benen houdt, hoeven we voor geen etappe schrik te hebben.”

Plugge wil nog wel wat misverstanden over de ploeg rechtzetten: „Op televisie hoorde ik dat Bram Tankink in de tijdrit geen top-100 kon rijden. Maar hij mocht van ons geen top-100 rijden. Bram moet de laatste week zo fris mogelijk zijn om Steven veilig naar de streep te helpen. Hetzelfde geldt voor alle jongens die moeten lossen in de beklimmingen.”

Verkenning

Een jaar geleden, toen Kruijswijk wonderwel zevende werd nadat hij in de vierde etappe van de Giro acht minuten had verloren door een tempoversnelling van Astana, smeedde Jan Boven, de andere ploegleider, een plan: „We wilden weten waar we het hadden laten liggen. In de vlakke tussenetappes dus, met klimmetjes van de vierde en derde categorie. Die hebben we nu allemaal verkend. Je hebt dan mensen nodig die weten hoe ze Steven uit het gedrang moeten houden. Bram hebben we over kunnen halen nog een jaartje te blijven en die taak te vervullen. Hij is goed in hectische finales. Bergop rijden moet je daar los van zien. Dan moet de kopman alleen goed genoeg zijn, en dat is hij. We wisten dat Steven met dit team om zich heen topdrie kon rijden. Maar het roze verdedigen stond te ver van onze beleving af. Daar konden we ons niet op voorbereiden. Dat is nu de uitdaging.”

In die redenering is Turijn nog slechts twee etappes weg.