Argwanend China waarschuwt G7: doe geen domme dingen

China voelt zich gepasseerd door Japan, de VS en de andere G7- staten. “Dit is niet aanvaardbaar.”

Foto AFP\

„De G7? Ach, is dat niet een relikwie uit de 20-ste eeuw”, grijnst Song Guoyou, directeur van het Centrum voor Amerikaanse Studies van de Fudan Universiteit, een van China’s drie topscholen. Dat laat onverlet dat China de jaarlijkse bijeenkomst van de Groep van Zeven op het Japanse eiland Kashiko met grote argwaan volgt.

„Tal van ‘Chinese’ onderwerpen, zoals de wereldeconomie en de Zuid-Chinese Zee, staan prominent op de agenda, maar China ontbreekt aan de onderhandelingstafel. Dat is niet aanvaardbaar’’, stelt Song, een voormalige Chinese diplomaat in de VS vast. En met hem, de autoriteiten in Beijing en de media.

De hoogleraar internationale relaties mag zijn studenten graag wijzen op het feit dat anno 2016 de Chinese economie groter is dan die van vier G7-landen (Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigde Koninkrijk) samen. Hoewel het belang van de G7, goed voor bijna de helft van de wereldeconomie, onomstotelijk is afgenomen, doet China alsof er van de dame en acht heren, inclusief EU-president Tusk en Europese Commissie-voorzitter Juncker, een grote geopolitieke dreiging uitgaat.

Overigens zijn ook de ook de presidenten en premiers van Indonesië, Vietnam, Tsjaad, Bangladesh en Sri Lanka door de Japanse gastheer Shinzo Abe uitgenodigd. Met name Vietnam (waar president Obama eerder deze week een graag geziene gast was) en tot op zeker hoogte ook Indonesië worden steeds ongeruster over de Chinese opmars en het niet te stoppen streven naar militaire hegemonie in de Oost- en Zuid-Chinese Zeeën.

Hoogst persoonlijk heeft de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi de ambassadeurs van de G7-landen in Beijing eerder deze week gewaarschuwd om, vrij vertaald, geen domme dingen te zeggen over tal van kwesties die China raken. Donderdag herhaalde hij die waarschuwing op een persconferentie die samenviel met de start van de G7.

„Wij hopen dat de G7 zich richt op economische en financiële kwesties en niet op zaken die de spanningen in de regio doen escaleren.”

Gedoeld wordt vooral op de Zuid-Chinese Zee, waar jaarlijks voor 5.000 miljard dollar aan goederen passeert en waar China op steeds grotere schaal aan landwinning doet. Het doel; van deze internationale wateren een Chinese binnenzee maken. China verwacht met name van de Europese leden van de G7 - Duitsland, Frankrijk, Italië en het VK- dat zij Amerikaanse en Japanse pogingen om harde anti-Chinese verklaringen aangenomen te krijgen, zullen dwarsbomen.

De Japanse G7-voorzitter Abe wil dat zijn collega’s, net als eerder hun ministers van Buitenlandse Zaken, de Chinese activiteiten in de naburige zeeën „intimiderend, manipulerend en bedreigend” noemen. Net als Obama en de Canadese premier Trudeau vindt Abe dat China in de Zuid-Chinese Zee „de status quo verandert, de rechtsstaat ondermijnt en zorgt voor toename van spanningen.” Een verklaring in deze bewoording is voor China niet aanvaardbaar en dat is zacht uitgedrukt.

De Global Times, de partijtabloid, waarschuwde president Hollande, premier Cameron en kanselier Merkel die allemaal China’s „beste vriend” willen zijn dat zij Japan en de VS „enige werkelijkheidszin” moeten bijbrengen.

Ieder land dat de elementaire feiten over de Zuid-Chinese Zee miskent zal zijn goede reputatie in onze ogen ruïneren.

Chinese minister Wang

Minister Wang zei het donderdag nog duidelijker:

„Ieder land dat de elementaire feiten miskent en de Zuid-Chinese Zee gebruikt voor politieke doeleinden, zal zijn goede reputatie in onze ogen ruïneren.”

De ervaring leert dat Chinese leiders het zelden bij woorden alleen laten als zij ontstemd zijn geraakt.

De Chinese staatsmedia reageerden ook fel op de opheffing van het Amerikaanse wapenembargo tegen Vietnam en Obama’s uitspraak „dat grote landen zich tegenover kleine landen niet moeten gedragen als een bullebak”. De verzekering van president Obama dat het opheffen van het wapenembargo tegen Vietnam niet gericht is tegen China werd afgedaan als „een ongeloofwaardige leugen”.

Uitspraak

Toon en woordkeuze zijn tekenend voor diplomatieke spanningen, die oplopen naarmate China meer militaire installaties, landingsbanen en gebouwen plaatst op de Paracel Eilanden en de Spratly Eilanden. Dat zijn de riffen, rotsen en zandbanken waar onder anderen ook de Filippijnen en Vietnam aanspraak op maken.

En het blijft niet alleen bij woorden: twee Chinese gevechtsvliegtuigen probeerden onlangs een Amerikaans patrouillevliegtuig uit het luchtruim te verjagen en kwamen heel dicht (16 meter) bij elkaar. En de VS heeft het aantal demonstratieve marinepatrouilles opgevoerd. Volgens militaire experts is het risico van incidenten sinds 2013 substantieel toegenomen.

De Chinese opwinding over een mogelijke G-7-verklaring staat niet op zichzelf en past in een wereldwijde campagne om steun te verwerven voor de Chinese activiteiten. Dit jaar doet het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag uitspraak over de juridisch-technische vraag of de Chinese activiteiten wel of niet onder het zeerecht vallen. In totaal zouden al veertig landen de Chinese opstelling steunen in ruil voor leningen, markttoegang en rechtstreekse financiële ontwikkelingshulp - ook al veroordeelt het arbitragehof China.

„Wij zijn bereid met alle landen te onderhandelen over territoriale geschillen, ook met Japan”, legt Song Guoyou uit, „en ik weet zeker dat wij dan tot een voor iedereen aanvaardbare oplossing komen. Wij willen alleen niet de VS daarbij betrekken, want de VS is geen direct belanghebbende.”

„Het argument dat China het vrije scheepvaartverkeer zou willen controleren is onzin, vrije doorgang is in ons strategisch belang.”

Het is precies andersom, denkt ook professor Song. „Amerika kan niet aanvaarden dat de tijd van het mondiale leiderschap aan het aflopen is en China een opkomende grootmacht is. De VS proberen met behulp van Japan onze groei en invloed in te dammen”, denkt hij.

Hij wijst erop dat China na 1949 nagenoeg alle territoriale geschillen in Centraal-Azië vreedzaam heeft opgelost, op die met India, Japan en Vietnam na. „Maar wij hebben het geduld, de tijd en ook de wil deze geschillen op te lossen, we zullen nooit een oorlog beginnen in de Zuid-Chinese Zee, tenzij wij worden aangevallen”, aldus Song. Maar het machtige wapen van de economie zal wel worden ingezet, erkent hij.

„Ja, we beschikken over sterke geo-economische wapens.”