Architectuur Gevoel voor proportie

Het Parthenon, het letterlijke hoogtepunt van de Akropolis (de citadel van Athene), is ook het hoogtepunt van het Griekse bouwen, waarvan het gevoel voor proportie en ornament de architectuurgeschiedenis dooradert – van de Romeinse bouwkunst via het classicisme (Palladio) tot het neoclassicisme. Gebouwd door Iktinos in de vijfde eeuw voor Christus is de Dorische tempel hét symbool voor the glory that was Greece en de triomf van het klassieke democratische systeem.

‘De Akropolis van Frankrijk’ is de Notre-Dame de Chartres wel genoemd. De gotische kathedraal uit de eerste helft van de dertiende eeuw is de kroon op de middeleeuwse bouwkunst en op de kunst van het glas-in-lood schilderen. De gotische kathedralen, met hun pilaren en scheibogen, hun kruisribgewelven en hun lucht- en spitsbogen, waren de concrete verbeelding van het christelijke geloof en de verhevenheid van God; gesamtkunstwerken waarvan de architecten onbekend bleven, meesterwerken zonder handtekening.

De derde pijler van de Europese architectuur is Le Corbusier, het controversiële genie dat geldt als de invloedrijkste modernistische (stede)bouwkundige van de twintigste eeuw. Hij predikte de zegeningen van staal, glas en beton, schreef manifesten waarin hij de lof zong van wolkenkrabbersteden met gescheiden verkeersstromen en was een pleitbezorger van strookramen, daktuinen en zo min mogelijk ornamentiek. Tot tevredenheid van zijn tegenstanders bleven de meeste plannen die hij in zijn theoretische werken ontvouwde onuitgevoerd. Daarin was hij ook de voorloper van ‘papieren’ architecten als Rem Koolhaas, voor wie bouwen altijd minder belangrijk is dan theoretiseren.