Al het geld is weg

Al sinds zijn dood in 1992 is er gedoe over de nalatenschap van multimiljonair Alfred Winkler. Het geld ging niet naar het goede doel, zoals Winkler wilde, maar lijkt bij twee zakelijke partners terechtgekomen te zijn.

Het graf van Afred Winkler en zijn vrouw. De zakenman wilde zijn fortuin ten goede laten komen aan onder meer een vogelasiel. Foto Bram Budel

Eind 1991 realiseerde de Bussumse multimiljonair en avontuurlijk ondernemer Alfred Winkler zich dat alvleesklierkanker hem fataal zou worden. Hij was 54 en had zich als immigrantenzoon en Amsterdamse straatjongen opgewerkt tot directeur en eigenaar van een succesvolle reeks bedrijven.

Winkler had voor zover bekend geen kinderen. Tot aan zijn sterfbed werd gewerkt aan een constructie met stichtingen voor zijn ondernemingen en vermogen. Toen hij op 7 juni 1992 het leven liet, lag er een uitgekiend plan, waarbij bovendien weinig erfbelasting betaald moest worden.

Twee zakelijke vertrouwelingen werden bestuurder van een stichting die de continuïteit van Winklers bedrijvenconsortium en vastgoedportefeuille moest bewaken. Zijn jeugdvriend Arno van Orsouw werd penningmeester van een andere stichting, die een deel van de winst uit Winklers bedrijven jaarlijks aan goede doelen zou schenken, zoals het Vogelasiel in Naarden. Zo zou Alfred Winkler, die bij leven de publiciteit meed, na zijn dood als weldoener voortleven.

Van deze goede bedoelingen „is niets terecht gekomen”, concludeerden twee rechercheurs van de Regionale Recherche Amsterdam afgelopen najaar, bijna een kwart eeuw na Winklers overlijden. De twee stichtingen hebben ruzie, Winklers bedrijven bestaan niet meer en de zakelijke vertrouwelingen zijn rijk geworden terwijl er nauwelijks geld naar natuurdoelen is gevloeid. De vertrouwelijke, twee ordners dikke politierapportage hierover geeft een unieke inkijk in de complexe nalatenschap van Winkler.

Vogelasiel

De afwikkeling ervan beheerst tot op heden het leven van Arno van Orsouw, én dat van twee later opgedoken zonen van Winkler. Het gaat om gasfitter Sjaak en zijn halfbroer, voormalig dakloze Jerry. Jerry las in de Volkskrant over de nalatenschap van Winkler – zijn moeder was diens secretaresse – en realiseerde zich zo waar hij vandaan kwam. Het werd zijn redding. Hij liet het leven op straat achter zich, deed uitgebreid zijn verhaal in de media en is inmiddels gelukkig getrouwd.

Sjaak meldde zich naar aanleiding van de media-aandacht voor Jerry, en is nog steeds gefrustreerd over de afloop. Hij en Jerry staan niet in Winklers testament en hebben behalve een tegemoetkoming geen geld uit de erfenis gekregen.

Dat de recherche „oriënterend onderzoek” heeft gedaan, komt door Van Orsouw. Die probeert het Openbaar Ministerie (OM) via een artikel-12- procedure aan te zetten tot strafrechtelijk onderzoek. De Alfred Winkler-stichting, waarvan Van Orsouw penningmeester is, heeft namelijk tot nu toe geen euro ontvangen van de (nu opgedoekte) bedrijven van Winkler.

Het Vogelasiel in Naarden ontving in de jaren 90 wel donaties uit de nalatenschap, zegt voorzitter Gerard Glas. „Maar we hebben al jaren niets meer gehoord of gekregen, terwijl Winkler indertijd zei dat we ons nooit zorgen hoefden te maken.”

De geldzorgen van het vogelasiel staan in schril contrast tot de verdiensten van de twee zakenpartners die Alfred Winkler benoemde om op de boedel te passen – boekhouder Frank van Baartwijk en oud-Philipsdirecteur Hans van Bree. Volgens de recherche zijn vanuit de Winklerbedrijven dividenduitkeringen aan hen gedaan ter grootte van „circa 50 miljoen gulden” (22,7 miljoen euro).

Het tweetal verkocht – met instemming van de fiscus – bedrijven en vastgoed van Winkler „aan zichzelf” en incasseerde opbrengsten „in privé”, aldus de recherche. Een oud-medewerker van Winkler verklaart in het dossier dat hij zijn baas „vlak voor zijn dood” nog heeft gewaarschuwd voor het duo.

De recherche zegt niet of de zakenpartners van Winkler over de schreef gingen. Daarover moet de advocaat-generaal adviseren. Die schrijft op basis van het politieonderzoek dat er „dingen zijn gebeurd die vragen oproepen”, maar dat „oplichting of verduistering” niet vaststaat. De magistraat ziet „geen reden” voor strafrechtelijk onderzoek. Daarbij speelt volgens hem mee dat getuigen zijn overleden, administraties zijn weggegooid en gezocht is naar „zeer oude feiten”.

Het eindoordeel van de rechter volgt binnenkort. „Kern blijft dat er van Alfred Winklers bedoelingen niets terecht is gekomen. Zijn miljoenen zijn niet bij de vogels of het goede doel terechtgekomen, maar in de zakken van Van Bree en Van Baartwijk gevloeid. Dat is onuitstaanbaar”, zegt Van Orsouw, die zich na zijn pensionering in de zaak-Winkler heeft vastgebeten.

Minnaressen

Arno van Orsouw kende Alfred Winkler al sinds zijn jeugd. Terwijl Van Orsouw in de jaren zestig een drukkerij van onder meer platenhoezen opzette, maakte Winkler fortuin als uitbater van Technipower, een uitzendbureau voor technisch personeel. Daarnaast handelde Winkler wereldwijd in alles wat los en vast zat. Hij maakte klappers met het verkopen van tweedehands operatiekamers in de Derde Wereld. Winkler leefde ernaar. Hij had minnaressen, dure auto’s en maakte plezierritjes met vrienden in zijn Daimler om zijn bezittingen te laten zien. Zijn hoofdkantoor was Villa Amalia, een van de mooiste panden van Bussum.

Van alle glorie is weinig over. Van Bree en Van Baartwijk, als zakelijke belangenbehartigers, ontmantelden de Winkler-bedrijven en verkochten de panden. De opbrengsten kwamen terecht in een stichting die niet Alfred Winklers naam draagt – zoals zijn bedoeling was – maar die De Vesting heet. Van Bree en Van Baartwijk zijn betaalde bestuursleden. Stichting De Vesting keert jaarlijks zo’n 80.000 euro uit aan het goede doel. Ze betaalt ook salarissen en advieskosten, die vaak hoger liggen dan de uitkeringen zelf.

Het OM noemt de verhouding tussen uitkeringen en algemene uitgaven bij deze stichting „scheef” en twijfelt aan „de realiteit” van de opgevoerde kosten – zo staat in de brief van de advocaat-generaal. Ook memoreert het OM dat de naam Winkler nergens is terug te vinden, en dat de natuurdoelen uit zicht zijn geraakt.

Een wankel imperium

Over nut en noodzaak van alle transacties bestaan twee tegengestelde verhalen. Arno van Orsouw ziet een vooropgezet plan van Van Bree en Van Baartwijk om de miljoenen van zijn jeugdvriend „tot de laatste eurocent” naar zichzelf over te hevelen. De mannen zelf laten bij monde van fiscalist Dennis Dresden weten dat alles de toets der kritiek kan doorstaan.

„Het klopt dat het allemaal heel anders is gelopen dan in 1992 de bedoeling was”, zegt Dresden in zijn ruime kantoorvilla nabij het Vondelpark in Amsterdam. „Het Winkler-imperium bleek na zijn overlijden veel wankeler dan de buitenwereld dacht. De bedrijven liepen slecht, de oprichter en directeur was overleden en het vastgoed bleek in slechte staat. Er moesten grote bedragen aan belasting en aan zijn weduwe worden betaald.” Zij overleed in 2003, 60 jaar oud.

Om die reden, zegt de fiscalist, zijn de afgelopen decennia allerlei transacties gedaan vanuit de stichtingen en bedrijven van het Winkler-concern; ook met de betrokken bestuurders zelf. „Van Bree en vooral Van Baartwijk hebben twee decennia heel hard gewerkt, met de beste bedoelingen. Ze zijn daarvoor beloond, maar hun latere fortuin is het gevolg van hun ondernemerschap, en niets anders.”

Dresden noemt het „onbegrijpelijk” dat Van Orsouw al jaren justitie tracht in te schakelen. „Zijn zicht is vertroebeld. Hij heeft jaren niets van zich laten horen en zich daarna in de zaak vastgebeten. Er zijn civiele procedures gevoerd tegen de stichting en onderzoeken gedaan door de Belastingdienst en het OM. Uit niet is gebleken dat stichting of bestuurders iets verwijtbaars hebben gedaan.”

Dresden vindt het jammer dat de recherche niet is langsgekomen. „We hebben het aangeboden, maar zij hebben ons laten weten dat alles voldoende duidelijk was. Wij kennen de inhoud van het rapport niet.”

Materiaal voor een boek

Het moment om de zaak te sluiten, komt wat hem betreft in zicht. „Er zijn zoveel wendingen geweest. Dit kon er ook nog wel bij. Als dit achter de rug is, willen we het resterende saldo volgens de doelstellingen van de stichting uitkeren.”

Ooit is het materiaal voor een boek, besluit Dresden. „Los van alle loze beschuldigingen is het een fascinerend verhaal. Ik was een beginnend fiscalist toen ik werd gevraagd om te assisteren bij het opstellen van de testamenten van Winkler, en nu – een kwart eeuw later – ben ik nog steeds bij de zaak betrokken. Ik ken weinig erfenissen die zo lang doorlopen, en voor zo veel reuring blijven zorgen.”