Recensie

Ruw en ongeoefend poëtisch theater zonder maskerade

Songspiel My Videoland door Veenfabriek. Gezien: 22/5 Openluchttheater Leidse Hout, Leiden. Tournee t/m 26/6. Inl: Veenfabriek.nl

In de schilderkunst is outsider art geaccepteerd, in het theater nu ook. Songspiel My Videoland heet de gezamenlijke voorstelling door Veenfabriek en Theatergroep Domino. Het laatste gezelschap werkt met acteurs en regisseurs met een verstandelijke beperking. Hun spel, in de regie van Paul Koek, is ongeoefend, soms ruw. In combinatie met het Veenfabriek-ensemble levert dat poëtisch theater op zonder stilering of maskerade. „Al heb ik een beperking, ik ben uitstekend in computers”, zegt een van de personages, Lars, die als hofmeester het publiek ontvangt. De spelers en de muzikanten treden op in de open lucht, ‘s morgens vroeg. De Brecht/Weill-productie Mahagonny inspireert tot liederen en scènes die de keerzijde van menselijke perfectie tonen.

‘Bang’ is het woord dat in de voorstelling veel voorkomt. De spelers verbeelden bootvluchtelingen te zijn die met onbekende bestemming vertrekken. Ze zijn op de vlucht voor wolven in bossen of voor de angst vergeten te worden. De liederen vormen beslist het hoogtepunt, fraai en jazzy begeleid, zoals Wolfsong en All the houses are yellow.

Songspiel My Videoland belooft de keerzijde van ‘normaal’ menselijk denken te tonen, maar dat miste ik. Het meest indrukwekkend in de voorstelling is het loflied op de onvolmaaktheid van de mens. Een actrice neemt de houding aan alsof ze in een sloot zal duiken, maar telkens deinst ze terug. De sloot jaagt angst aan. En zij is niet in staat die te overwinnen.