JSF: het geluid van de toekomst

Twee fonkelnieuwe Joint Strike Fighters zijn maandag geland voor een bezoek van drie weken aan de luchtmachtbasis Leeuwarden. Tot grote vreugde van vliegtuigspotters, de Defensietop en meer in het bijzonder de Koninklijke Luchtmacht, die zijn nieuwe paradepaard eindelijk op Nederlandse bodem ziet.

Vanaf 2019 worden de eerste van in totaal 37 bestelde JSF’s op Leeuwarden en Volkel gestationeerd. De twee toestellen gaan nu geluidsproeven doen, zoals afgedwongen door omwonenden.

Dat de JSF, tegenwoordig ook F-35 genoemd, meer lawaai maakt dan zijn ook al niet fluisterstille voorganger, de F-16, staat vast. Wie vroeger bezwaar maakte tegen straaljagerherrie kon het antwoord krijgen dat dit nu eenmaal „het geluid van de vrijheid” was. Andere tijden. Netto zelfde resultaat. De JSF-proeven zullen vermoedelijk uitwijzen dat er een significant verschil is tussen objectieve decibellen en „ervaringsgeluid” dat met enig duwen en trekken prima kan worden „ingepast in de geluidsruimte, naast werken, wonen en recreëren”, zoals minister Hennis (Defensie, VVD) aan de Tweede Kamer heeft geschreven. Nederland heeft rond Schiphol al jarenlang goede ervaringen opgedaan met geluidsmassage.

Wie de JSF nu hoort, hoort ook de echo’s van twintig jaar politiek gekrakeel. Over oplopende kosten en een steeds kleinere Nederlandse bestelling, eerst 85 nu 37. Over technische tegenvallers, latere opleverdata en slinkende tegenorders voor het bedrijfsleven.

Elke keer als een JSF met donderende nabranders opstijgt, worden wij eraan herinnerd dat Nederland dit vliegtuig koste wat kost wilde hebben – intussen vijf miljard euro, nog los van de exploitatiekosten. Dat de krijgsmacht als geheel door opeenvolgende kabinetten is uitgekleed tot het niveau waarop het zijn nationale en NAVO-taken niet of nauwelijks kan uitvoeren. Dat marine en landmacht moesten bloeden, en de luchtmacht altijd ietsje minder.

Het duurste wapensysteem uit de wereldgeschiedenis (duizend miljard dollar), met intussen ruim 3.300 door de Verenigde Staten en bondgenoten bestelde exemplaren, heeft geen opvolger. De JSF is mogelijk de laatste generatie bemande gevechtsvliegtuigen.

Er zijn nog steeds grote vragen. Over de prestaties in de lucht, de stealth-eigenschappen, die het onzichtbaar voor radar moeten maken, en een litanie van andere mankementen. Over de complexe software die het bestuurt en het onderhoud regelt: kwetsbaar voor cyberaanvallen en nog steeds vol bugs. Over missies die de JSF niet kan vervullen, zoals luchtsteun aan grondtroepen. De JSF moest het universele, ‘toekomstbestendige’ vliegtuig worden. Elke keer als er een over raast worden we ruw uit die droom gewekt.