De man die hard op weg is als eerste Nederlander ooit de Giro te winnen viel vroeger al niet echt op. Veel aandacht vindt hij nog steeds niets. “Hij leest geen krant meer. Vorig jaar stopte hij al met zijn fanclub.”

Steven Kruijswijk is geboren voor de grote rondes

Het is niet dat Ed Kruijswijk, vader van de 28-jarige man die in de slotweek van de Giro d’Italia nog steeds in het roze rijdt, altijd al het gevoel heeft gehad dat zijn zoon een toekomstige rondewinnaar was. „Ik bedoel, tijdrijden kon hij altijd wel goed en een klimmetje ook, maar wat hij afgelopen zondag deed, heb ik nog nooit gezien. Hij reed omhoog alsof hij boodschappen ging doen. Ik dacht alleen maar: wat gebeurt hier nu?”

Door Dennis Meinema, beeldredactie Bas van Kooij en Arjan de Jongh, vorm/techniek Koen Smeets

Het is toch echt waar: zijn jongste zoon Steven rijdt de beste ronderenners ter wereld op achterstand, uiterlijk onbewogen, met de serene rust van een sporter die ultiem gefocust op zijn doel afstormt: de Giro winnen. Toevallig zou hij dan de eerste Nederlander ooit zijn die dat doet. Winnen in Turijn zou hem in één klap een grootheid maken, hij zou in het rijtje Jan Janssen en Joop Zoetemelk terechtkomen. De Italiaanse krant La Gazzetta dello Sport plaatste Kruijswijk zelfs al naast Vincent van Gogh. „Dat vindt hij enorme onzin”, zegt vader Ed, die sinds Kruijswijks eerste deelname in 2010 de laatste week van de Giro met zijn vrouw meereist. „Steven is buiten de sport ingetogen, hij zou zelf nooit de publiciteit zoeken. Op dit moment leest hij geen krant meer. Er staan rare koppen, de vergelijkingen worden steeds gekker. Het enige wat Steven wil, is zijn vak goed uitoefenen. Hij was al met zijn fanclub gestopt; hij wil zich focussen op zijn carrière, niets anders.”

Team Lotto Jumbo
Steven Kruijswijk
Team Lotto Jumbo

Bijtertje

Die gedrevenheid had Kruijswijk als kind al, zegt zijn vader. „Hij was een goede voetballer, linksbenig, klein van stuk. Maar je kon hem gerust naast de grootste voetballers zetten. Steven gaf nooit op, hij moest en zou die bal hebben.” Kruijswijk speelde tot in de B-junioren bij RKSV in geboorteplaats Nuenen in Brabant op hoofdklasseniveau. Oud-trainer Jan Elbers: „Steven was een geweldig bijtertje op het veld, een enorme winnaarsmentaliteit had hij. Maar ik denk dat zijn hart toen al bij het wielrennen lag.”

Geen woord aan gelogen. Kruijswijk reed vanaf zijn veertiende toertochten met zijn vader, groot wielerliefhebber. Die had zelf als jochie met een aanmeldingsformulier voor de lokale wielerclub bij zijn ouders gestaan, maar zij verboden het. De passie bleef, dat moet zijn zoon zijn opgevallen. „Hij vond de tochten geweldig. Op een goed moment vroeg hij of hij bij een club mocht. ‘Prima jongen’, zei ik. ‘Ik weet er wel een.’”

Kruijswijk toog naar Sjef Kisters, de lokale wielertrainer. Die weet nog als de dag van gisteren dat de deurbel ging, en er een timide jochie stond, net vijftien jaar. „Heel voorzichtig vroeg hij: ‘Zou ik misschien een keertje mee mogen trainen met jullie?’ ‘Maar natuurlijk’, zei ik. De eerstvolgende training ben je welkom.”

Podium Giro d'Italia
Podium Giro d'Italia
Podium Giro d'Italia

Steven rijdt heel zuinig en berekenend. Hij smijt niet met zijn krachten. Vader Ed Kruijswijk

Daar stond hij, op een zware aluminium fiets met drie tandwielen voor, een amateurverzet voor de jongens met wie hij moest trainen. Maar met hun fraaie fietsen kregen ze de jonge Kruijswijk tijdens zijn eerste echte wielertraining bij Trap met Lust in Geldrop niet uit het wiel. Frans van Diepen, destijds ploegleider: „Normaal wordt zo’n jongen na 25 kilometer echt wel gelost. Steven niet. Bij hem was elke pedaalslag raak.” Kisters: „Onderdeel van de training was vijf kilometer zo hard mogelijk fietsen. Ik reed mee om hem met mijn grote lijf een beetje uit de wind te houden. Ik zag zijn hoofd rood aanlopen, maar hij bleef het tempo volhouden. Drie maanden later kon hij met de besten mee.” Vader Kruijswijk kon tegen die tijd alleen nog maar volgen als Steven moest uitfietsen na een wedstrijd, of tussen twee trainingen in. „Ik moest alle zeilen bijzetten als hij vroeg of ik een uurtje meeging.”

Onopvallend

Kruijswijk viel al snel op door de manier waarop hij reed; alert en vol overtuiging. Broer Gerben Kruijswijk: „Als tiener redde hij een meisje uit zwembad de Tongelreep in Eindhoven. Ze ging koppie onder, en de badmeester had niets gezien. Maar Steven wel. Dat meisje moest gereanimeerd worden maar heeft het overleefd omdat hij scherp is, altijd. Hij ziet alles. En zo koerst hij ook.”

Kruijswijk won zelden een koers, maar toch mocht hij binnen een jaar meetrainen met de talenten van Westland Wil Vooruit, een belofteteam. Daar reed hij 25 podiumplaatsen bij elkaar, zegt broer Gerben, hartstochtelijk supporter van zijn kleine broertje vanaf het moment dat die voor het eerst op een racefiets zat. „Ik kan alleen bijna niet naar zijn wedstrijden kijken. Te spannend.” Moeder Marion heeft hetzelfde: „Ik kijk liever naar wedstrijden waar Steven niet aan meedoet.”

In 2006 werd Kruijswijk ingelijfd door een opleidingsploeg met internationale aspiraties, Van Vliet-EBH Advocaten. Marcel van Melis, die de scouting daar deed: „Grote talenten gingen meteen naar de Rabobankploeg. Steven won niet veel, dus viel hij niet zo op. Maar wij zagen iets bijzonders in hem. We zagen een jongen die eigenlijk nooit topdagen kent, maar ook nooit slechte.” Rabobank zag dat ook al snel. Kruijswijk tekende in 2007 bij de opleidingsploeg.

In de bergen
In de bergen
In de bergen

In 2010 verving Kruijswijk op het laatste moment Oscar Freire in de Giro d’Italia, zijn eerste grote ronde. Kruijswijk ging onvoorbereid van start en werd meteen achttiende. Hij streed in een bergetappe zelfs voorin mee. Mathieu Heijboer, trainer bij zijn ploeg LottoNL-Jumbo: „Hij is gemaakt voor grote rondes. Dat is aangeboren, puur talent. Vorig jaar in de Giro [Kruijswijk werd zevende] liet hij in de eerste week dezelfde waardes bergop zien als in de derde week. Dat doet niemand hem na. Bovendien blijft hij altijd gezond, blijft hij goed voeding opnemen, hoe moe hij ook wordt. Dat is geluk hebben.” Vader Kruijswijk noemt het ook slimmigheid: „Het is vooruitdenken. Steven rijdt heel zuinig en berekenend, smijt niet met zijn krachten.”

In 2013 en 2014 moest Kruijswijk worden geopereerd aan een vernauwing in zijn liesslagader, een veelvoorkomende blessure bij wielrenners vanwege de eenzijdige houding op de fiets. Riskant, maar Kruijswijk was vastbesloten. Hij wilde geen bijrol in het peloton, hij moest en zou zich terugvechten, in de luwte van mannen als Robert Gesink en Bauke Mollema, die hun status van supertalent nooit echt waarmaakten. Bij Kruijswijk ging het precies andersom. Niemand zag hem voor supertalent aan. De aandacht ging naar anderen uit. Precies hoe hij het graag heeft.