Geen agent. Wel een wapenstok en boeien

Met de Nationale Politie kwamen er minder agenten op straat. Buitengewoon opsporingsambtenaren, boa’s, vullen de leemte. Ze krijgen steeds meer taken, en wapens.

Foto’s Merlin Daleman

’s Zomers, als de jeugd van Schijndel voor de supermarkt hangt, slingert Arnoud Jakobs er geregeld een op de bon. Hij praat met de jongeren die hem allemaal kennen en bekeurt ze zo nodig voor afval op straat, wildplassen, alcohol.

Als het hard waait, stapt hij in zijn jeep en duikt hij de wijken in. Altijd draagt hij de korte wapenstok bij zich. En handboeien, pepperspray en een kogelwerend vest. Hij is daartoe bevoegd en krijgt er training voor. Net als een agent.

Maar Arnoud Jakobs, 48 jaar, is geen agent. Hij is in dienst van de gemeente. Als ‘boa’, buitengewoon opsporingsambtenaar, de enige in Schijndel. Vorig jaar werd hij door de lokale omroep uitgeroepen tot ‘best bewapende boa van Brabant’. Hij heeft de geweldsmiddelen nodig, zegt Jakobs. Hij is verantwoordelijk voor handhaving van de openbare orde en werkt geregeld ’s nachts. Net als een agent.

Gemeenten willen meer handhavers zoals Jakobs. Boa’s die het nodig hebben – er zijn vele typen, van parkeerwachter, stadswacht tot ov-controleur – zouden meer training, meer geweldsmiddelen en meer bevoegdheden moeten krijgen. Ze zouden met de politie moeten samenwerken „op basis van gelijkwaardigheid”, schreef de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onlangs aan de minister van Veiligheid en Justitie. Het lichtblauw van de boa mag van gemeenten best kobaltkleurig.

De oproep van gemeenten is een nieuwe stap in de strijd om het gezag in de openbare ruimte. Een gevoelige strijd. Want al benadrukken gemeenten het belang van samenwerking, het zou betekenen dat de politie haar geweldsmonopolie verliest.

Stilaan is dat proces al lang gaande. De wapenstok hangt inmiddels aan de riem van boa’s in het Amsterdamse openbaar vervoer, aan die van boa’s in landelijke gemeenten als Schijndel, Oss en Ede. In tal van gemeenten is er voor handhavers een eigen meldkamer en mogen boa’s sinds enkele jaren een setje handboeien dragen naast hun portofoon.

Gemeenten willen meer

Veel gemeenten wensen verdere uitbreiding van middelen en bevoegdheden en pleiten voor verruiming van de wet – nu is telkens eerst toestemming van het ministerie van Justitie vereist en dat is vaak pas akkoord na een lokaal geweldsincident.

Arnoud Jakobs ondervond de emancipatie van de buitengewoon opsporingsambtenaar, als functie verankerd in de wet sinds 1994, aan den lijve. De gemeente Schijndel stelde hem in 2001 aan als boa vanwege klachten over hondenpoep. Hij begon met alleen een bonnetjesboekje, was gekleed in een „wat rare” pantalon en oud politie-uniform zonder logo’s. „Een bij elkaar geraapt zooitje, dat wil je niet weten.”

Al snel kreeg Jakobs ‘parkeerbeheer’ erbij, ‘milieu’, ‘overlast’, ‘jeugd’, ‘horeca’, ‘huisuitzettingen’. Hij kreeg opsporingsbevoegdheden, volgde een trits opleidingen, van agressietraining tot wijkgericht werken, ontving een officieel boa-uniform. De bewapening aan zijn gordel groeide mee. Op patrouille ruilde hij zijn eigen auto in voor een jeep met officiële ‘striping’ van de VNG.

Jakobs is nu een van de ruim 25.000 boa’s in Nederland. Ter vergelijking: de politie telt ruim 50.000 fte’s. De beveiligingsbranche, de derde speler die dingt om het gezag in de openbare ruimte, zo’n 30.000.

Maar het ‘oprukkende leger’ aan particuliere beveiligers, zoals de branche vaak werd genoemd, is tot stilstand gekomen. De economische crisis speelde mee. Net als het feit dat beveiligingsbedrijven, anders dan in sommige andere landen, geen eigen bewapening willen uit vrees voor escalatie van geweld.

Gemeenten eisen die bewapening nu wel op. De behoefte daaraan heeft vooral te maken met de veranderende rol van de politie. Met de oprichting van de Nationale Politie in 2013 verdween de gemeentepolitie en raakten burgemeesters hun gezag over de politie kwijt. Lokale politiebureaus sloten hun deuren of waren minder lang open en wie de politie zocht, moest voortaan bellen met een 0900-nummer. Intussen verschoof de nadruk bij de politie van ‘handhaving’ naar ‘opsporing’ en ontstond volgens gemeenten een leemte op straat.

Boa Arnoud Jakobs, die veel met agenten samenwerkt, merkt het dagelijks: „De politie is gewoon hartstikke druk en heeft voor kleine ergernissen minder aandacht.”

Een waaier aan functies en tenues in de openbare ruimte is het gevolg. Politieagenten, gemeentelijke boa’s, particulier beveiligers en, om het nog ingewikkelder te maken, particulier beveiligers die als boa worden ingehuurd door gemeenten.

Neppolitie

De burger snapt er weinig meer van, zo blijkt uit onderzoek dat criminologen Eric Bervoets en Ben Rovers deze week op de Dag van de BOA in Ede presenteerden. Is een boa dienstverlener, handhaver, toezichthouder? ‘Neppolitie’ wordt hij op straat soms genoemd.

Binnen de politie zijn de meningen over de opmars van de boa verdeeld. De één geeft de handhaving graag uit handen, de ander vraagt zich af of handhaving, ‘tentakels in de wijk’, niet juist een taak voor politie is bij opsporing.

Nauwe samenwerking zou helpen, maar vooral in de grote steden schort het daaraan. De stadswachten aldaar worden door agenten niet altijd voor ‘vol’ aangezien. ‘Zozo, dus jíj mag ook bekeuren?’, horen boa’s soms. In de grote steden is de associatie van stadswacht als ‘werkloze met een Melkertbaan’ een hardnekkige.

Ook de bevoegdheden van een boa zijn niet altijd even duidelijk. Een foutparkeerder mag hij bekeuren, rijdend verkeer niet. Zelfs niet als iemand bijna wordt geschept op het zebrapad. Ook om die reden vragen gemeenten nu om verruiming van de bevoegdheden van de boa. En ja, daar hoort ook uitbreiding van de nodige trainingsprogramma’s bij.

Maar kun je van boa’s dan niet beter gewoon politieagenten maken? „Dat is de eerste paradox”, zegt Ronald van Steden, als bestuurskundige verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. „Nu is het argument vaak: laat boa’s handhaven, die kosten minder geld. Maar als je ze gaat upgraden, kun je net zo goed agenten inzetten.”

Niet waar, zeggen de gemeenten. De VNG wijst erop dat de boa een veel bredere blik heeft dan de agent. De gemeentelijk handhaver kan bij huiselijk geweld makkelijk verwijzen naar buurtzorg en bij afvaldumping naar de reinigingsdienst. Van Steden: „Hoort niet ook de wijkagent die brede blik te hebben?”

Het brengt hem op de tweede paradox. „Met de oprichting van de Nationale Politie moest de aansturing centraler, maar nu krijgen we via een omweg toch een soort gemeentepolitie terug.”

Thuis, als Arnoud Jakobs niet aan het werk is, volgt hij de discussies op internet over de bevoegdheden die een boa moet hebben op de voet. Hij vindt: laten we niet te moeilijk doen en geef die extra bevoegdheden nu maar. „Ga zelf maar eens ’s nachts tegenover een stel mafketels staan. Onbewapend.”