Eerste stap in laatste begroting is gezet

Begrotingsoverleg In de laatste begrotingsronde voor de verkiezingen hebben ministers nog één kans om te scoren. Voor wie is de Voorjaarsnota extra spannend?

Foto’s ANP

Voor een brief aan de Tweede Kamer waarvan de inhoud al vaststaat, neemt minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) behoorlijk de tijd. Uiterlijk op 1 juni, volgende week woensdag, dient hij de zogeheten Voorjaarsnota, de financiële stand van zaken, naar het parlement te sturen. Hoewel de onderhandelingen hierover al eind april in het kabinet zijn afgerond, waren ze dit keer wel extra spannend. In het pre-verkiezingsjaar hebben ministers nu immers nog maar één kans om te scoren. Of somberder uitgedrukt: de laatste kans om nog iets van hun regeerperiode te maken.

De Voorjaarsnota gaat niet alleen over het huidige begrotingsjaar maar legt ook de basis voor die van volgend jaar. Wie daarin wat wil binnenhalen had dat dit voorjaar bij Dijsselbloem moeten regelen. Maar primair schetst de minister van Financiën in de Voorjaarsnota hoe de ministeries omgaan met de mee- en tegenvallers in de eerste vijf maanden van het jaar. Tegenvallers zijn er, had het Centraal Planbureau al in maart geconstateerd. De totale overschrijdingen van alle departementen zullen dit jaar oplopen tot 1,7 miljard euro en volgend jaar tot 2,7 miljard. Met welke besparing of verschuiving zal elke minister een gat op zijn begroting dichten? En waar gaat, als daar ruimte voor is, ook nog extra geld naar toe? Want meevallers wist het CPB ook al aan te wijzen: rond uitkeringen en de vergoeding voor geneesmiddelen.

Minister Hennis van Defensie wil met steun van de Kamer een flinke smak geld binnenhalen

Al op 29 april, de laatste dag vóór het meireces, was het kabinet akkoord gegaan met het antwoord op deze vragen. „De acute problemen zijn opgelost”, riep Dijsselbloem na afloop van de ministerraad opgelucht. Hij zei erbij dat de betrokken ministers de Kamer hierover apart, dus nog vóór de Voorjaarsnota, zouden informeren.

Maar veel post hierover kwam er niet. Alleen minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) liet op 2 mei in een kort en bondig briefje weten dat zij dit jaar 260 miljoen euro extra gaat uittrekken voor opvang van oorlogsvluchtelingen in de omgeving van Syrië. Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) gaf al op 28 april een toelichting op het met de gemeenten bereikte akkoord over de extra kosten die samenhangen met het toegenomen aantal vluchtelingen. Voor dit en volgend jaar reserveert het kabinet hiervoor ongeveer een half miljard extra.

Extra geld is ‘minder minder’

Justitieminister Ard van der Steur (VVD) vond het niet nodig de Kamer al tussentijds te informeren over de financiële stand van zaken op zijn departement. Terwijl zijn begroting vorig najaar toch de grootste gaten vertoonde – zowel bij het OM en de politie als bij de rechtspraak. Daarbij legt het toegenomen aantal asielzoekers extra druk op het politieapparaat. De oppositie stemde uiteindelijk alleen in met zijn begroting voor 2016 op de voorwaarde dat hij in de Voorjaarsnota voor „voldoende extra geld” zou zorgen. Zou het zo zijn dat hij dat niet heeft kunnen regelen? Bij goed nieuws had hij dat vast al lang aan de Kamer laten weten.

Met steun van de meerderheid in de Kamer wil zijn partijgenoot Jeanine Hennis een flinke smak geld binnenhalen in haar laatste jaar op Defensie. Zij verkondigt dat dit kabinet bezuinigingen op de krijgsmacht ongedaan heeft gemaakt, maar militairen noemen haar extra geld slechts ‘minder minder’. Er is weliswaar niet méér bezuinigd, maar er is niet substantieel geld bijgekomen. In 2014 beloofde Hennis de NAVO om de defensie-uitgaven van Nederland geleidelijk terug naar de norm van 2 procent van het bbp te brengen; het ligt daar al jaren onder en daalt door de groei van de economie zelfs.

PvdA wil sociaal gezicht redden

Voor minister Edith Schippers (Zorg, VVD) en haar staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) zullen de begrotingsspelregels van Dijsselbloem niet erg rechtvaardig voelen. Hun departement zorgt volgens het CPB voor grote financiële meevallers (1,2 miljard euro dit jaar, 1,6 miljard volgend jaar) maar die mogen zij niet volledig zelf gebruiken. En dat terwijl vooral Van Rijn veel geld nodig zal hebben om niet alleen herinnerd te worden als de man van de pgb-problemen – bij het uitkeren van persoonsgebonden budgetten ging sinds de decentralisatie in 2015 van alles mis. Van Rijn moet zich vooralsnog houden aan een eerder afgesproken bezuiniging van in ruim 400 miljoen euro op zowel de verpleeghuiszorg als de gehandicaptenzorg. De druk uit de zorgsector en uit de politiek om die te schrappen neemt toe. „Dat is een bezuiniging waar ik en overigens ook mijn partij met voorrang van afwillen”, zei hij eind april bij EenVandaag.

Ook op onderwijsgebied is het de PvdA die het sociale gezicht wil redden. Hoewel het kabinet in de afgelopen jaren een half miljard extra in onderwijs heeft gestoken, is er op verschillende onderwijsniveaus sprake van toenemende ongelijkheid, klaagde de eigen PvdA-fractie onlangs in de Tweede Kamer. Leerlingen uit achterstandsgezinnen blijken minder toegang tot het vwo, het mbo en hoger onderwijs te hebben. Dat moet pijnlijk zijn voor minister Jet Bussemaker (PvdA) en staatssecretaris Sander Dekker (VVD). De Kamer drong er eind april in een motie bij het kabinet op aan om „bij de begroting voor komend jaar gelijke onderwijskansen te garanderen”. In deze kwestie kijkt PvdA-leider Samsom al veel verder dan de Voorjaarsnota van volgende week en de begroting van 2017. Hij roept al een tijdje dat er 10 miljard in het onderwijs moet geïnvesteerde moet worden. Dat is geen begrotingspraatje, dat is campagnetaal.