Een genie met twee schedels

Ik ga nu een verhaal vertellen dat het heel goed zal doen op feestjes. Het was de laatste dag van mei, 1809. Franz Joseph Haydn, de grote componist, de ‘vader van de symfonie’ (eigenlijk was hij de achterkleinzoon, maar goed) overleed na een langdurig ziekbed. Oostenrijk was in oorlog, dus kreeg de grootheid een relatief bescheiden begrafenis. Helaas was grafrust hem niet vergund. Twee mannen aasden op zijn hoofd – ze wilden zijn schedel bestuderen om te ontdekken waar zijn genialiteit vandaan kwam. Met een steekpenning werd de grafgraver verleid in het geniep de kop van de romp te scheiden (Haydn was pas vijf dagen dood, het was warm, dus heb meelij met die stakker). Volgens afspraak leverde hij het hoofd af bij een ziekenhuis.

Het vreemde is: de man die de schedel bewaarde, Joseph Carl Rosenbaum, was een vriend van Haydn. Maar het verhaal wordt nog gekker. Toen Haydns oude werkgever, prins Nikolaus Esterhazy II, de componist wilde herbegraven, kwam hij erachter dat de schedel ontbrak. Ze kwamen Rosenbaum op het spoor. Maar toen zijn huis werd doorzocht, bedacht hij een list. Hij verstopte de schedel onder het matras van zijn vrouw en vertelde de aanwezigen dat zijn vrouw menstruerende was – ze bleven dus wel uit haar buurt.

Toch was het duidelijk dat Rosenbaum de schedel verborgen hield. De prins betaalde hem er zelfs voor. Maar de snoodaard gaf de echte schedel niet terug. Hij regelde een andere, zodat het hoofd van een vreemde werd bijgezet in Haydns nieuwe graf.

De kop bleef in particulier bezit, kwam terecht bij het Gesellschaft der Musikfreunde en werd een relikwie die tevoorschijn werd gehaald bij partijtjes. Johannes Brahms componeerde graag met Haydn op z’n schrijftafel. In de twintigste eeuw ondernam een van de Esterhazy-nazaten een poging om het skelet van Haydn weer compleet te maken. Pas in 1954 kwam het ervan. Eerst was er een ceremonie in de Musikverein, de ‘gouden zaal’ in Wenen. Vervolgens trok een stoet van talloze auto’s door Rohrau, Haydns geboorteplaats, om uiteindelijk naar Haydns allerlaatste rustplaats in Eisenstadt te rijden. Zijn schedel werd bijgezet in de nieuwe marmeren tombe. Het remplacerende hoofd mocht blijven. Nu liggen er dus twee in de kist.

Noem me een creep, maar ik begrijp die Rosenbaum wel. Niet dat ik geloof in schedelmetingen, ik vind het ook niet heel sympathiek om een hoofd te roven, maar wat zou ik graag eens door Haydns oogkassen kijken. We kunnen de plekken bezoeken waar hij heeft gewoond en gewerkt, maar dáár is het allemaal gebeurd. Dáár zijn al die meer dan honderd symfonieën bedacht, daar is de Schöpfung ontstaan. Dichterbij kun je niet komen.