Column

De nipte nederlaag van de Oostenrijkse FPÖ is waarschuwing voor middenpartijen in Europa

Oostenrijk is ten slotte teruggeschrokken voor het idee van een anti-Europees staatshoofd met een xenofobe agenda en ambitieuze politieke plannen voor wat altijd een ceremoniële functie was. Norbert Hofer, kandidaat van de FPÖ en winnaar van de eerste ronde in april, erkende maandag zijn nederlaag. Alexander Van der Bellen, een 72-jarige hoogleraar economie en voormalig lid van de Groenen, die als onafhankelijk kandidaat campagne voerde, is de komende zes jaar president. Hij won met een minuscule marge en pas na het tellen van per post uitgebrachte stemmen, die Hofers aanvankelijke voorsprong tenietdeden.

De opluchting die velen in Europa nu voelen, is begrijpelijk maar misplaatst. De uitslag had net zo goed omgekeerd kunnen zijn. De realiteit is dat bijna de helft van de Oostenrijkers heeft gestemd voor een partij met een bedenkelijk verleden en een electoraat dat zelfs in de hoogtijdagen van Jörg Haider nooit boven de dertig procent kwam.

Het toont de diepe verdeeldheid over de Oostenrijkse rol binnen de EU en de aanpak van immigratie. Het laat ook, misschien zelfs vooral, de Oostenrijkse weerzin tegen de ‘gevestigde orde’ van conservatieven en sociaal-democraten zien. Die twee ‘middenpartijen’ besturen het land de facto sinds 1945 samen, de laatste tien jaar met een uitgebluste economische agenda, maar met een verstikkend cliëntelisme. De frustratie daarover groeit al jaren, maar piekte tijdens de vluchtelingencrisis. De populariteit van de FPÖ schoot omhoog met de aantallen vluchtelingen, grotendeels via Oostenrijk op doortocht, en het zigzagbeleid van een regering die zijn meerderheid in de peilingen kwijt is.

In heel Europa spinnen nationalistische populisten garen bij economische stagnatie en angst voor immigranten. De makkelijke maar gevaarlijke oplossingen die ze uitdragen worden voor een brede groep aantrekkelijk. Winst in Oostenrijk zou een symbolische doorbraak hebben betekend en een aanmoediging voor geestverwanten elders.

De Oostenrijkse proteststem op een anti-establishmentpartij is een waarschuwing aan andere landen met een vermoeide ‘grote coalitie’, in de eerste plaats het Duitsland van Angela Merkel. Maar rijzend populisme trekt overal het politieke centrum naar rechts en reduceert de ruimte voor compromissen op elk terrein. Over twee jaar kiest Oostenrijk een nieuwe regering. FPÖ-kandidaat Hofer noemde de uitslag van maandag al een ‘investering in de toekomst’. Aan het Ballhausplatz, waar president én kanselier kantoor houden, kan dan alsnog een rechtse populist terechtkomen.