Bosch of El Bosco, volgens ons is hij een Spanjaard

Hij was in Den Bosch een enorm succes. Maandag opent in het Prado Museum een nog grotere expositie over 500 jaar Jeroen Bosch. Nu wel met de echte ‘Tuin der Lusten’ en nog enkele andere meesterwerken die ontbraken in Den Bosch. Groots en grootser.

Er verschijnt een glimlach op het gezicht van Almudena Peréz de Tuleda als haar wordt voorgelegd of ze Jeroen Bosch ziet als Nederlander of Spanjaard. De conservator van het koninklijke kloosterpaleis in San Lorenzo de Escorial wikt en weegt haar woorden. „Veel Spanjaarden weten niet over wie je het hebt als je de naam Bosch noemt. We kennen hem hier als El Bosco. Sommigen zullen denken dat hij een Spanjaard is. Hij komt oorspronkelijk uit Nederland, maar we zijn zo aan hem gewend geraakt dat deze meester ook tot onze cultuur wordt gerekend.”

Peréz de Tuleda ontvangt in een van de twee zalen van het kloosterpaleis op een uur rijden van Madrid waar de kleine expositie El Bosco en El Escorial met elf werken te zien is. Patrimonio nacional, dat de koninklijke collectie beheert, wil vijfhonderd jaar na de dood van de schilder zo ook een kleine hommage aan hem brengen. „Je kunt dit misschien zien als een aperitief voor de grootse expositie die op 30 mei in het Prado Museum wordt geopend. Een aantal belangrijke werken van El Bosco hangt al eeuwen lang in El Escorial. Met dank aan koning Felipe II die een groot bewonderaar van hem was. Zonder hem was er waarschijnlijk nooit zo’n waardevolle collectie geweest.”

Het werk van Bosch kwam na de dood van koning Filips de Tweede op verschillende plekken in Spanje en Portugal terecht. Geen meesterwerk is zo dramatisch verbonden met de Spaans-Nederlandse geschiedenis als De Tuin der Lusten, waarvan de opdrachtgever en de datering onbekend zijn. Het drieluik – Het Paradijs op Aarde, De Tuin der Lusten en De Hel – werd voor het eerst gesignaleerd in het Brusselse kasteel van graaf Hendrik III van Nassau. Door overerving kwam het in bezit van vader des vaderlands Willem de Zwijger en in 1568 zou de Hertog van Alva het confisqueren. Filips II kocht De Tuin der Lusten uit de boedel van Alva’s bastaardzoon hertog Don Fernando en liet het samen met andere werken van Bosch naar zijn favoriete kloosterpaleis El Escorial brengen. Daar hing het tot in 1936 de Spaanse Burgeroorlog uitbrak en het werk naar het Prado werd gebracht.

Geboren in Toledo

De Tuin der Lusten is het pronkstuk van de expositie El Bosco. La exposición del V Centenario in het Prado Museum. Voor het Prado staat het werk van Bosch op gelijke hoogte met dat van Spanjaarden als Goya en Velázquez. Het museum beschouwt Bosch niet als een van de Nederlandse meesters, maar ziet hem als een schilder uit de Vlaamse School. Volgens Pilar Silva, conservator van de expositie, is er geen discussie mogelijk over aan wie het werk behoort. „Vlaanderen was destijds van Spanje, dus wat mij betreft is het heel duidelijk. Al begrijp ik dat Nederlanders deze uitleg misschien niet leuk vinden.”

De Nederlandse journalist Henk Boom, die onlangs het boek De bezeten visionair over vijfhonderd jaar controverse over Jheronimus Bosch schreef, betitelt de schilder in zijn Spaanse woonplaats Las Matas als „Zuid-Nederlands”. „Voor de Spanjaarden is er geen verschil tussen Vlaanderen en Noord-Brabant. Dat beschouwen ze als hetzelfde. Wat natuurlijk niet zo is. Maar er waren wel gekkere theorieën. De Spanjaard Jusepe Martínez heeft in de zeventiende eeuw zelfs beweerd dat Bosch in het Toledo is geboren. De Nederlandse schrijver Th. M. Roest van Limburg stelt in Een Spaansche gravin van Nassau uit 1908 als laatste dat Bosch langdurig in Spanje verbleef. Hij is hoogstwaarschijnlijk nooit in Spanje geweest”, zegt Roest van Limburg. „Bijna alles wat we over Bosch weten is gebaseerd op aannames. Eigenlijk staat alleen met zekerheid vast dat hij in 1516 is gestorven.”

Concha Herrero is net als vele andere Spanjaarden gegrepen door Bosch. Ze is in El Escorial als conservator verantwoordelijk voor de expositie van koninklijke tapijten. Tot 1 november van dit jaar zijn unieke werken met afbeeldingen van De Tuin der Lusten en De Hooiwagen te zien. „Er is beweerd dat Bosch uit Toledo kwam, maar dat is niet waar”, zegt ze glimlachend. „Hij is waarschijnlijk geboren in ’s-Hertogenbosch. Maar door zichzelf Hieronymus te noemen gaf hij zijn naam al een Latijnse klank. In sommige documenten wordt zijn achternaam als Bosque geschreven. Later wordt hij bekend als El Bosco. Maar dat is eigenlijk meer Italiaans.”

Volgens Herrero raakte koning Filips II gefascineerd door de werken van Bosch vanwege de vele mysteries. „De mens wil graag alles begrijpen. Maar het werk van Bosch is erg moeilijk te interpreteren. Zeker voor Spanjaarden. Daarom trokken die vreemde wezens, de monsters en tal van naakte figuren de aandacht. Het was niet duidelijk welke boodschap er verteld werd. Mensen kunnen daar zelf een invulling aan geven.” Herrero is naar de expositie van het Noordbrabants Museum geweest. „Heel bijzonder om zijn werk te zien in de contouren van het landschap waarin hij leefde. Zoals de exposities in El Escorial en het Prado bij vele Spanjaarden iets los zullen maken.”

Ontroerd

In aanloop naar het Bosch-jaar ontvlamde een discussie tussen Patrimonio Nacional en het Prado Museum over de eigendomsrechten van De Tuin der Lusten. Directeur José Rodríguez-Spiteri van ‘het nationale erfgoed’ wilde het meesterwerk opeisen voor een museum met koninklijke kunst dat in aanbouw is. Vice-premier Soraya Sáenz de Santamaría kwam uiteindelijk tussenbeide en verklaarde dat De Tuin der Lusten „het Prado niet zal verlaten”. Spiteri moest het veld ruimen en zijn opvolger Alfredo Pérez de Armiñán maakte direct een einde aan de discussie. Patrimonio Nacional en het Prado werken weer innig samen. „Beide exposities vullen elkaar aan”, benadrukt conservator Peréz de Tuleda. „De Kruisdraging staan we af aan het Prado. Daar komen kopieën van andere werken voor terug.”

Pilar Silva herhaalt in een telefonisch interview verschillende keren dat het „ongelooflijk” is dat er zoveel originele topwerken van El Bosco in het Prado te zien zullen zien. „Ongeëvenaard”, stelt ze een paar dagen nadat de catalogus naar de drukker is gegaan. „Op drie meesterwerken na, is al het moois van hem te bewonderen. Natuurlijk is De Tuin der Lusten schitterend, maar De Aanbidding der Koningen straalt na een restauratie als nooit tevoren. Dat is mijn persoonlijke favoriet.”

De conservator van het Prado raakt iedere keer weer ontroerd als ze over het werk van El Bosco spreekt. Dat gevoel roepen vele andere beroemde schilders zeker niet zomaar bij haar op. „Neem het werk van Peter Paul Rubens. Zonder meer een excellente schilder, maar hij raakt me niet diep van binnen. Dat doet El Bosco wel. Die bekijk ik met het hoofd én met het hart. Dat is niet eenvoudig uit te leggen. Je probeert een persoonlijke dialoog met hem aan te gaan. Alleen dan kan je begrijpen wat hij bedoelt. Lang niet iedereen lukt dat.”

Maite Dávila weet wat Silva bedoelt. Ze restaureerde verschillende topstukken van Bosch waaronder De Tuin der Lusten. Jaren achtereen kon ze als geen ander het werk van Bosch tot in de details bestuderen. Ze maakte De Schepping van de Wereld, de achterzijde van het gesloten drieluik, weer veel lichter en friste rechterpaneel De Hel op. En sinds kort glanst De Hooiwagen in El Escorial weer als vanouds. „Ik probeer in de geest van El Bosco te kruipen. Want ik moet zijn werk respecteren. Heel veel gaat daarbij op gevoel. Wat ik hem zou willen vragen? Ik denk dat ik met open mond naar hem zou luisteren.” Zou ze hem wel verstaan? Dávila lacht en zegt: „Zou het niet weten. Hij was geen Spanjaard natuurlijk.”