Bayer-Monsanto: het risico op een grote onvriendelijke reus

Te laag, zo luidt het oordeel van het Amerikaanse chemie- en zaadveredelingsconcern Monsanto over het overnamebod van de Duitse concurrent Bayer. Maar er is ruimte om verder te praten. Bayer, dat zelf een beurswaarde had van 79 miljard euro, biedt 55 miljard euro, inclusief de overname van schulden, voor Monsanto. De overname kan de grootste worden in de Duitse geschiedenis. En als de twee concerns samengaan, dan ontstaat een van de grootste producenten van zaden en landbouwchemicaliën ter wereld.

De zet van het Duitse concern is de jongste in het internationale schaakspel dat de branche speelt. DuPont en Dow Chemical gaan al samen. ChemChina, een relatief nieuwe speler, biedt op het Zwitserse Syngenta. Dat laatste bedrijf stond vorig jaar zelf nog op de kooplijst van Monsanto, maar die overname ging niet door. Nu is Monsanto dus zelf een overnameprooi geworden.

Duitse beleggers zijn niet erg enthousiast over het bod dat Bayer op Monsanto doet: de koers van Bayer lijdt er onder. Het Duitse publiek, zeer gevoelig voor voedselveiligheid en het milieu, wantrouwt Monsanto, dat terecht of ten onrechte een symbool geworden is van alles wat er mis is bij de voedselproductie: van het afknijpen van boeren tot zaadmonopolies en gengewassen.

Een overname als deze kan ook met een koelere blik worden beoordeeld. Consolidatie betekent vaak ook concentratie. De marktmacht van de nieuwe reus kan zo groot worden dat afnemers, met name in de landbouwsector, in de praktijk weinig keus meer hebben. Dat kan leiden tot hogere prijzen dan anders het geval zou zijn geweest. Het kan ook tot gevolg hebben dat de innovatie stokt. De prikkel om te investeren in nieuwe producten en vondsten neemt af als de noodzaak daartoe minder wordt. Pas in een daadwerkelijk competitieve omgeving krijgt innovatie de kans die ze verdient.

Hier ook openbaart zich een dieperliggende kwestie. De trage groei van de arbeidsproductiviteit in de westerse economieën is een van de oorzaken van de periode van lage groei waarin we verkeren. Die lage productiviteitsgroei wordt in verband gebracht met de toegenomen machtsconcentratie in sommige sectoren. Hoe contra-intuïtief dat ook mag lijken: met name in de internetbranche, met zijn monopoloïde giganten, wordt dit als een potentieel probleem gezien.

Er is dus reden genoeg voor de mededingingsautoriteiten om zeer kritisch te kijken naar de overnamepoging. Het kan goed zijn dat de landbouwmarkt én de voedselvoorziening beter af zijn als de beide bedrijven blijven concurreren in plaats van samen te gaan.