Als Cuba vrouwenboksen toestaat, is zij er klaar voor

Namibia traint al jarenlang elke dag, in de hoop dat het Cubaanse verbod op vrouwelijke bokswedstrijden wordt opgeheven.

Wie boksen zegt, zegt Muhammed Ali. Of Joe Frazier, Mike Tyson, Floyd Mayweather jr., misschien Regilio Tuur en Arnold Vanderlyde vanuit Nederlands perspectief. Juist, allemaal mannen. Terwijl ook flink wat vrouwen hun spreekwoordelijke mannetje kunnen staan in de ring. Neem oudgedienden Lucia Rijker en Esther Schouten uit eigen land of Nouchka Fontijn die zich deze week plaatste voor de Spelen in Rio komende zomer.

In Cuba, toch hét land op het gebied van Olympisch boksen - van de 72 gouden medailles die het land ooit won, waren er 34 in boksen -, is het niet eens mogelijk om vrouwelijke boksers op te noemen. Nou ja, eentje: Namibia Flores Rodriguez. Het is voor vrouwen niet toegestaan in wedstrijdverband te boksen op het communistische eiland en Namibia is de enige die tegen beter weten in toch een carrière in de sport nastreeft. Mochten de broertjes Castro ooit van gedachten veranderen. De Zweedse filmmaker Maceo Frost portretteerde Namibia.

Vooral mooi wezen

In het land wordt boksen als schadelijk beschouwd voor vrouwen. In 2009 zei de hoofdcoach van het Cubaanse boksteam nog:

“Cubaanse vrouwen zijn gemaakt om mooi te zijn, niet om in het gezicht geslagen te worden.”

Dat terwijl ze wel deel mogen nemen aan vechtsporten als karate en worstelen. Maar het wedstrijdverbod weerhoudt Namibia er niet van haar Olympische droom na te jagen, al is dat inmiddels eigenlijk te laat. Ze is veertig jaar, en dat is precies de leeftijdslimiet die gesteld is voor deelname aan de Olympische Spelen.

Handschoenen vasthouden

Zelfs als ze nooit in wedstrijden uit kan komen, ambieert ze toch op de een of andere manier een carrière in het boksen, zei Namibia tegen de Havana Times, een onafhankelijk blog dat opereert vanuit Nicaragua:

“Als ik te oud ben als ze het toestaan, dan zal ik dienen als voorbeeld voor de vrouwen die na mij komen. Is het niet als actief bokser, dan hoop ik hen bij te staan als trainer, of alleen al als aangever van hun handschoenen.”