Alice strijdt tegen het voorttikken van de tijd

De nieuwe Disneyversie van het klassieke kinderverhaal is fantasierijk, eclectisch en wat hijgerig. Maar de geest van Lewis Carroll waart erin rond.

Disney voegde elementen en personages uit het eerste Alice-avontuur, Alice in Wonderland, toe aan Carrolls tweede Alice-verhaal:Through the Looking-Glass

Wat heeft Lewis Carroll niet allemaal aangericht, met zijn ‘Alice’? Duizenden vertalingen en bewerkingen in zoetjesaan alle talen ter wereld, inclusief Swahili, Latijn en Fries, honderden opnieuw geïllustreerde edities, een niet meer vast te stellen aantal theaterversies. Plus – natuurlijk – films. En dat gaat maar door en dat lijkt nooit meer te zullen ophouden.

Als we het losjes over Lewis Carrolls ‘Alice’ hebben, hebben we het dan over haar als hoofdpersoon? Of is zij dat maar nauwelijks? Fungeert zij met haar gezonde verstand en haar goeie manieren eigenlijk alleen maar als klankbord in een wereld van absurde ontmoetingen? Haar queeste voert haar langs figuren uit het kaartspel, van een schaakbord, langs sprekende planten en fabeldieren. Ook zijn er nogal wat wezens die verzelfstandigd aantreden uit hun kinderrijmpjes. Haar verwarrende avonturen met taal en logica spelen zich af in een land dat met recht Verbazië kan heten. En daarbij speelt op de achtergrond, in het hoofd van de volwassen geworden lezers, de onzichtbare gestalte mee van Alice’ auteur. De docent wiskunde, die zich ontwikkelde tot de verbale Don Juan van kleine meisjes in hun tussentijd.

Een minder gewild vervolg

De allereerste ‘Alice’-verfilming kwam al in 1903 tot stand, vijf jaar na de dood van Carroll. In de vorige eeuw zijn maar liefst vijfentwintig films gemaakt. Voor bioscoop en tv, inclusief tekenfilms en animaties. Daaraan kan geen enkele schrijver tippen. Bij die verfilmingen (net als met nieuwe geïllustreerde edities) is het dan vooral Alice Deel Een, met de welbekende ‘Avonturen in Wonderland’, waar het om begonnen is. Het vervolg is toch wat minder gewild. Dit is bij mijn weten pas de vijfde Through the Looking-Glass in filmvorm.

De firma Disney heeft er dan ook alles aan gedaan om de twee films aan elkaar te lassen. Op een heleboel manieren. Allereerst is daar de ster Johnny Depp. Als de geblankette Mad Hatter is Depp de lijsttrekker van de film geworden. Die Hoedenmaker komt er in het tweede Alice-boek vrijwel niet aan te pas, maar daar wisten de scriptschrijvers wel raad mee. Hij heeft een complete familie toebedeeld gekregen. En Alice krijgt van de schrijvers tot taak (die zelfs de hoofdzaak wordt) om het voormalige gezin, dat allang dood is, te redden. Zij krijgt zodoende een wat Christus-achtige allure. Het redden (uiteindelijk lukt het natuurlijk niet, maar ze probeert het uit alle macht) neemt veel filmruimte in beslag.

Een ander sturend bedenksel van het script is dat niemand minder dan De Tijd in het leven wordt geroepen. Als personage, met de stem van Sacha Baron Cohen. De Tijd is een man die Engels spreekt met een Duits accent. Hij is een mengsel van twee personages, respectievelijk Mein Herr en De Professor geheten, uit een derde en laatste kinderboek van Carroll, het omvangrijke Sylvie and Bruno, dat door critici eenstemmig beschouwd wordt als serieus, sentimenteel en hoe dan ook grondig mislukt.

Het zijn geen halve maatregelen die de filmmakers hebben genomen tegen ook maar de geringste kans op verveling.

Carrolls eigenlijke verhaal (voorzover dat er is, hij is een meester van de abruptheid en de snelle scènewisseling) wordt door de filmmakers ingebed in een raamvertelling. Alice is in de nieuwe Disneyfilm behalve een klein meisje ook een negentiende-eeuwse kapitein op de wilde vaart. Zij zeilt de Jangtsekiang op en is voor de duvel niet bang. Dus zwaar weer, brekende masten, kapseizende schepen, ware zeemansmoed.

Aan deze kapitein Alice hangt (alweer) een sliert familiegeschiedenis (met allerlei relationele en financiële kanten). De avonturen van de ‘echte’ oer-Alice ‘binnenin’ de film staan daar dan weer mee in verband. Alles komt goed! Want je familie, zo pepert deze Brits gesproken film ons aan het slot op onmiskenbaar Amerikaanse wijze nog even in, dat is waar het in het leven om gaat.

De kern-Alice van deze film moet dus de Mad Hatter weer in het bezit stellen van zijn familie, een stuk of zeven lui met wie we in Dickens-achtige kostuumscènes dan ook vluchtig kennismaken. Bij al dat redden is de frequente aanwezigheid geboden van het al genoemde personage De Tijd, een godheid bijna die in de machinekamer van het universum de klok aan het tikken moet houden. Hij doet dat met een heel fraai leger van Minuten en Seconden, Jeroen Bosch-achtige robotjes.

Het is Alice tegen de tijd. Niet gek bedacht, als fantasy. De tikkende tijd vormt bij de ‘echte’ Carroll met zijn child-friends, niets minder dan het melancholische kader: de coming of age van zijn Alice en al haar opvolgsters is nu eenmaal niet tegen te houden.

Een Alice met ADHD

Voor alle zekerheid zit de film vol met elementen en personages uit het eerste Alice-avontuur van Disney. Om de haverklap, vaak als bondgenoten bij Alice’ strijd tegen de klok, zien we de Cheshire Cat, het rechtsgeleerde Konijn, de Zevenslaper, de Rode Koningin. De meest bekende karakters uit Achter de Spiegel zijn er ook: Humpty Dumpty, Tweedledum en Tweedledee, maar erg veel hebben die niet te doen. Met het kader van het schaakspel, dat in Carrolls tweede Alice-boek bepalend is, wordt weinig gedaan. Wel vliegt het monster de Jabberwock – goed bruikbaar in deze fantasyfilm – af en aan. En we vliegen ook zelf vaak naar zo’n echt Disney-kasteel van Dracula.

Het is kortom een zeer eclectisch geheel. Natuurlijk is dat geoorloofd. De talige grappen die het script nieuw bijlevert, zijn op zichzelf min of meer congeniaal met die van Carroll. Iedereen heeft geweldig zijn best gedaan, de acteurs, de stemmen, de grimeurs, de figuurzagers van het 3D-wezen. Maar toch. Door de enorme drukte, al die special effects, het oorverdovende en oogverblindende bombardement van vondsten, wordt 3D nogal ADHD. Voor de twee Alice-boeken, ben ik mij nooit te oud gaan voelen. Die meesterlijke dialogen. De film daarentegen, bij alle ontegenzeggelijke vindingrijkheid, beukt mij als kijker, met zijn hoge tempo, zijn niet aflatende valpartijen, zijn zweefvluchten, zijn nipte ontsnappingen, zijn losjes verbonden geestigheden toch eigenlijk alleen maar knock-out.